U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Wandeling Naar School

Verzonken in gedachten slentert Jaap van zijn huis naar school. Zijn ouders nemen hem altijd mee naar de kerk, ze bidden voor het eten en zijn sterk gericht op wat je wel en niet kunt doen als christen. Net had hij daar nog een aanvaring over met zijn moeder.

Zonder het te hebben gemerkt was Yvonne naast hem komen lopen. Jaap schrok op uit zijn gepeins omdat de hond van Yvonne bijna voor zijn voeten liep. ‘Hi’, zei hij en schoof iets opzij. ‘Ik had niet gemerkt dat je naast me liep’.

‘Hallo Jaap’
, zei Yvonne die hem nu aan zijn stem herkende. ‘Ik begreep aan mijn hond al dat ik naast een bekende moest lopen.’ Yvonne was van kindsbeen af blind en kon daar goed mee omgaan. ‘Ik neem aan dat je ook naar school gaat?’, vroeg ze. ‘Ja, inderdaad.’

Zwijgend liepen ze naast elkaar. Opvallend hoe Yvonne elk obstakel wist te ontwijken dankzij haar blindengeleidehond, dacht Jaap. Voor haar is deze wereld die ze nooit gezien heeft heel concreet.

‘Hallo jongens, ook op weg naar school?’ De vrijwilliger die altijd vol enthousiasme de godsdienstles weet op te fleuren sloot zich bij hen aan. Die man praat nog meer over het geloof dan mijn ouders, dacht Jaap. Toch lijkt het telkens alsof hij het over iets totaal anders heeft.

Al lopend had Jaap al meerdere keren even stiekem opzij gekeken naar meneer Terwolde. De vrijwilliger had het natuurlijk ook wel door en zei: ‘Brandt maar los, Jaap. Jij hebt iets op je lever en dat moet je daar niet houden.’ Het bloed stroomde Jaap naar het hoofd, maar hij kon nu natuurlijk niet meer stilzwijgend verder lopen.

‘U kunt altijd zo gepassioneerd over het geloof spreken’, begon Jaap, ‘maar wat als het nou allemaal verzonnen is?’. Jaap was de vraag begonnen met meneer Terwolde aan te kijken, maar gaandeweg de zin voelde hij zijn blik steeds meer naar de straatstenen zakken. ‘Het hoeft toch allemaal niet waar te zijn?’.

Meneer Terwolde glimlachte. ‘Jij bent tenminste recht voor zijn raap. Je zegt waar het op staat en dat kan ik wel waarderen. Veel gelovigen denken eigenlijk net als jij, daarom hebben ze veel uiterlijke bombarie nodig. Ze leggen zichzelf regels op waar ze aan moeten voldoen, dan hoeven ze tenminste niet na te denken over het echte geestelijke leven. Hun godsdienstig leven hebben ze terug gebracht tot vaste uiterlijke patronen. Maar vraag je of ze genieten van een echt leven in de opgestane Christus dan zullen veel van die gelovigen je verdwaasd aankijken.
Dat komt omdat ze eigenlijk leven alsof het geestelijk leven allemaal verzonnen is. Precies zoals jij dat nu ook vraagt.’

‘Voor u is dat geestelijk leven in Christus heel concreet, hè meneer Terwolde’,
vraagt Yvonne die ook geboeid meegeluisterd had. ‘Zeker Yvonne, voor mij is dat even concreet als dat het ziende leven voor jou concreet is. Jij ziet het niet maar leeft er wel helemaal concreet vanuit.’.

‘Ja, ik zie het dan wel niet maar het is wel de werkelijkheid.’,
zei Yvonne.
Jazeker of het de werkelijkheid is’, zei Jaap. ‘Als ik naar mijn ouders kijk zie ik allerlei uiterlijke vormen zoals u dat ook beschreef, maar een concrete werkelijkheid ontdek ik daar totaal niet. En toch willen ze dolgraag dat ik het wel geloof! Hoe kan ik geloven in iets dat helemaal zelf verzonnen lijkt?’

‘Ik kan me je vertwijfeling heel goed voorstellen’,
zei meneer Terwolde. ‘Kijk, ik kan en hoef ook niets te zeggen over je ouders. Waar ik wel wat over kan vertellen is mijn leven in Christus Jezus.
De Bijbel leert mij dat ik met Christus gestorven en begraven ben. De Bijbel noemt mij dus dood voor de zonde. Dat neem ik zoals het er staat. Dat betekent dat de zonde over dat lijk (wat ik dus ben) niets meer te vertellen heeft. Ik hoef me dus ook niet suf te piekeren over schuld of straf of veroordeling. Ik heb ook niet meer te strijden tegen de zonde.
De Bijbel zegt dat ik daar dood voor ben. Bijbels is dat de werkelijkheid, dus mag ik daarvan genieten.’.

Jaap had dit aangehoord en was midden in dit betoog van zijn godsdienstleraar plotseling midden op de weg stil blijven staan. ‘Thuis worden allemaal begrenzingen aangebracht om toch vooral niet tot zonde te komen!’ De altijd rustige en tamme Jaap sprak nu met stemverheffing.

Kom Jaap, even doorlopen naar de stoep toe’. Yvonne begeleidde Jaap veilig naar de stoep. ‘Ja maar, die beperkingen zijn er toch juist om het geloof?’ Jaap was behoorlijk van de kook gebracht.

Jaap, het is zo’, begon meneer Terwolde heel rustig, ‘Als de Bijbelse waarheid van het met Christus gestorven en begraven zijn niets betekent voor iemand, dan valt hij terug op iets wat hij wel al als iets concreets kent uit deze wereld. En dat zijn regels en grenzen. Dat kan je iemand ook niet kwalijk nemen want daar is in elk geval iedereen mee vertrouwd.’.

‘Voor u is dit misschien gesneden koek, maar ik begrijp er niks van’,
wierp Jaap tegen.

‘Ik denk’, zei Yvonne, ‘dat ik er wel iets van snap. Het lijkt inderdaad een beetje op mijn leven in de ziende wereld. Ik zie er niets van maar ik heb geleerd om direct op de seintjes van mijn hond te reageren alsof ik het wel zie. Hierdoor kan ik functioneren.
Meneer Terwolde heeft geen hond, maar hij heeft wel de Bijbel. Hij ziet dat als het Woord van God dat hem seintjes geeft van de wereld van God, de geestelijke wereld.
Voor mij zijn de seintjes van mijn hond concreet. Ze spreken over de werkelijke wereld. Voor meneer Terwolde zijn de seintjes van dat Woord van God concreet. Zij spreken over Gods werkelijke wereld. Daarom heeft hij rust ten opzichte van de zonde omdat hij weet dat daar mee is afgerekend. Hij hoeft zich daar niet meer druk over te maken.’

‘Correct’,
zei meneer Terwolde die toch altijd in zijn gedrag de leraar blijft.
‘Ik zal het jullie nog eens wat aparter vertellen. Niet alleen voor mij is het zo dat ik met Christus gestorven ben. Eigenlijk is dat concreet al een feit voor iedereen.
Al die mensen die nu zo enorm hard hun best doen om vooral niet te zondigen en daar dus niet in slagen, al die mensen zijn allang met Christus gestorven voor die zonde. Ze genieten er alleen niet van omdat ze niet door hebben dat de Bijbel de concrete werkelijkheid in Christus verkondigt.’

‘Ik ken’,
zei Yvonne, ‘blinde mensen die gewoon niet met een blindengeleidehond over straat durven. Ze zijn bang voor honden of ze hebben iets anders. Maar die blinden zijn heel alert op straat, bang dat ze ergens in zullen vallen of vanaf zullen vallen of over struikelen. Voortdurend bewegen ze zich op de toppen van hun zenuwen. Als het er dan op aan komt vallen ze toch nog.
De werkelijkheid van de ziende wereld is voor ons blinden, of we nou wel of niet vertrouwen op zo’n hond, even concreet Maar o, wat zou ik graag hebben dat ze gewoon op zo’n hond zouden kunnen vertrouwen. Dat geeft zo’n rust.’.

Al pratend waren ze op het schoolplein beland. Hier gingen ze ieder weer hun eigen weg. Meneer Terwolde was blij dat hij zelfs al voordat de school begonnen was iets van Christus werk met een paar leerlingen had mogen delen.
Yvonne had ook een blij gevoel. Ze geloofde het dan wel niet zoals meneer dat had uitgelegd, maar er viel toch wel veel voor te zeggen. Het was voor haar in elk geval een stuk logischer dan dat vreemde godsdienstige gedoe dat voor haar in de lucht bleef hangen.
Jaap had heel wat te overpeinzen. Zijn dromerig imago op school werd hierdoor nou niet bepaald weggenomen. Van de lessen heeft hij die dag dan ook niet echt veel opgestoken.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende