U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Goddeloosheid & Wereldse Begeerten Verzaken

Titus 2: 1 Kom uit voor hetgeen met de gezonde leer strookt.
Titus 2: 11 De genade van God is verschenen, redding brengend aan alle mensen,
Titus 2: 12 om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven,
Titus 2: 13 verwachtende de zalige hoop en de verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Redder, Christus Jezus,
Titus 2: 14 die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken.

Titus 2: 12 om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven,
Het heldere licht van Gods genade is gaan schijnen in ons leven. Die plotselinge lichtglans doet de duisternis van de goddeloosheid en wereldse begeerten wijken. Het openbaart een bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig leven. Waartoe hebben we dan nog die opvoeding nodig?

Bij gelovigen die met pastorale vragen bij ons komen ontdek ik dat het redelijk vaak eigenlijk niet ontbreekt aan Bijbelkennis. Wanneer ik dan ook wijs op onze eenheid met Christus in Zijn sterven, opstanding en geplaatst zijn in de hemelse krijg ik dan ook behoorlijk vaak ditzelfde antwoord: ‘Ja, dat weet ik ook wel, maar…..’.

Met dat ‘maar….’ Verwacht je bij Bijbelgelovige christenen dat ze tegenover deze Bijbelse waarheden nu een nog sterker Bijbels argument zouden plaatsen. Zo van: ‘maar de Bijbel leert toch ook dat …..’ Dit is echter niet wat er volgt op dit ‘maar’.

Men weet al die waarheden betreffende hun identiteit in Christus wel, maar daar plaatsen ze hun persoonlijke ervaring tegenover, die iets heel anders lijkt te verklaren. Ze weten het dus leerstellig wel, maar proefondervindelijk kunnen ze er niet bij. Het gezag van de persoonlijke ervaring weerspreekt het gezag van de Bijbelse waarheid.

Het laatste zal geen enkele Bijbelgelovige hardop uitspreken. Principieel staat het gezag van de Bijbel nou eenmaal boven alles. Praktisch, in hun ervaring, blijkt echter iets anders hen in de weg te zitten. Hier voedt genade ons nou juist binnen die ervaring verder op. De genade zorgt voor ervaringen die ons leren om te vertrouwen op wat allang door God in ons leven tot stand is gebracht. De genade gebruikt de ervaring van tegenstand, moeilijkheden in ons leven om nou juist meer zicht te krijgen op wat God reeds bewerkt heeft.

Dat is die opvoedende genade. Het zorgt er niet voor dat deze zaken in dit vers langzaam werkelijkheid worden in ons leven. Genade heeft die werkelijkheid allang tot stand gebracht toen het in ons leven ging schijnen. De opvoedende genade zorgt er nu voor dat we er ook van leren genieten.

In de zware tegenslagen van het leven, door tegenstand en verdrukking leren we te genieten van wat God allang voor ons in petto heeft. Dat is de opvoeding van genade die ons leert om te genieten van alles wat God tot stand heeft gebracht.

Vrome godsdienst ziet nou juist in deze tekst gelijk een aanwijzing in om ervoor te waarschuwen dat er mensen zijn die totaal geen enkele rekening met God houden. Dat is namelijk goddeloos voor hen. De Bijbel plaatst echter goddeloosheid tegenover godvrucht, zoal het in het tweede deel van dit vers genoemd wordt.

Goddeloosheid staat tegenover godvrucht. Letterlijk in het Grieks betekent dit woord ‘goddeloosheid’ helemaal geen ontkenning van het bestaan van God. Het woord betekent letterlijk dat een gelovige blijkbaar in staat is God niet de eer toe te kennen die Hij als soevereine en almachtige God wel bezit. Godvrucht betekent nou juist dat een gelovige dat wel doet.

Genade werkt uit dat we het niet erkennen van de soevereiniteit buiten de deur houden. Het niet erkennen dat God zelf machtig is om Zijn werk in ons te doen, maar de opvatting dat wijzelf het werk voor Hem moeten uitvoeren is precies deze goddeloosheid. In een ongelovige omgeving zal je dus deze goddeloosheid niet zo gauw tegenkomen. Het is juist een kenmerk van een eigenmachtig vroom leven.

Precies hetzelfde zien we bij het volgende kenmerk wat genade in het leven van een gelovige uitwerkt. Het gevolg van genade is dat een gelovige de wereldse begeerten verzaakt. Opnieuw heeft de vrome godsdienst hier een eigen invulling voor.

Godsdienst creëert een eigen cultuur waarin men leeft. Men kleedt zich op een eigen manier. Men luistert naar eigen muziek. Men heeft voorschriften voor de wijze waarop men zich ontspant. Zodra iemand zich buiten die eigen cultuur begeeft wordt dat getekend als werelds. Hun eigen vorm is heilig en wat daarbuiten valt is werelds. Zo spreekt de Bijbel hier niet over.

Dit bijvoeglijk naamwoord ‘werelds’ komt verder in de Bijbel slechts nog één keer voor.
Hebreeën 9:1 Nu had ook wel het eerste verbond bepalingen voor de eredienst en een heiligdom voor deze wereld.
Hier wordt letterlijk gesproken over een werelds heiligdom. Precies hetzelfde woord als bijvoeglijk naamwoord en niet, zoals het vertaald is, het zelfstandig naamwoord.

Vrome godsdienst veroordeelt wereldse zaken. Welke veroordeling zouden ze hier kunnen vellen over deze instelling van God zelf, de heilige tempel in Jeruzalem? Dat is een onmogelijkheid. Dit geeft aan dat de hele emotionele, veroordelende waarde die godsdienst op deze uitdrukking ‘werelds’ plakt totaal geen enkele Bijbelse grond heeft.

De wereld, die hier getekend wordt is de ordelijke en harmonieuze samenhang van de dingen. De aarde waar de ethische mens structuur aan gaf wordt in de Bijbel ‘kosmos’ genoemd. Alle aardse zaken en aangelegenheden hebben een vaste structuur gekregen en dat geheel heeft in de Bijbel de titel ‘kosmos’, wat wordt vertaald met ‘wereld’.

De geordende structuur van de wereld staat tegenover chaos. Wereldse beginselen zijn dan ook beslist niet chaotisch, maar verlopen juist volgens keurig geordende banen. De door de ethische mens geordende wereld heeft duidelijke beginselen die gebaseerd zijn op het nemen van die boom van de kennis van goed en kwaad.

De allereerste wereldse beginselen worden dan ook niet gekenmerkt door wetteloosheid. Het zijn juist de keurige vrome godsdienstige regels van normen en waarden die de allereerste beginselen van de wereld genoemd worden. Een goed onderwerp voor de volgende studie.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende