U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Genade, Goedertierenheid & Mensenliefde van God

Titus 2: 1 Kom uit voor hetgeen met de gezonde leer strookt.
Titus 2: 11 De genade van God is verschenen, redding brengend aan alle mensen,
Titus 2: 12 om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven,
Titus 2: 13 verwachtende de zalige hoop en de verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Redder, Christus Jezus,
Titus 2: 14 die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken.

Als de gezonde leer verkondigt wordt gaat het heldere licht schijnen. Welk helder licht gaat dan schijnen? Nou, dat is wat hier in vers 11 is weergegeven met dat de genade van God is ‘verschenen’.
Het licht aangegaan. Het is helder gaan schijnen en dat stelt in de eerste plaats de genade van God centraal.

Bij de gezonde leer heeft elke kerk zijn eigen denkbeelden. Ieder heeft wel weer wat anders dat ze uitermate van belang achten om daar de nadruk op te leggen. Meestal wordt de gezonde leer opgevoerd om de mensen in het gareel te houden met regels en wetten. Nu blijkt hier dat bij de gezonde leer het heldere licht van Gods genade gaat schijnen.

Hetzelfde Griekse werkwoord dat hier gebruikt wordt voor het laten schijnen van het heldere licht van Gods genade, komen we een aantal verzen verderop opnieuw tegen.
Titus 3: 4 Toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze God, de Redder verscheen,

De gezonde leer stelt niet alleen de genade centraal maar ook de goedertierenheid en mensenliefde van onze Redder God, Christus Jezus. Wow! God heeft echt iets voor ons dat puur gezond is. Hij omringt ons met Zijn genade. Zijn goedertierenheid is elke dag weer nieuw en Hij houdt zo intens van ons. Dat is nog eens gezond!

In beide gevallen, zowel bij het licht van Gods genade als bij het licht van Gods goedertierenheid en mensenliefde, komt hetzelfde kenmerk van God voorop te staan. Bij de genade van God in 2: 11 wordt het volle licht geworpen op het feit dat God alle mensen redt. Bij Gods goedertierenheid en mensenliefde wordt het felle spotlicht gericht op onze God, de Redder.

Taaltechnisch is het van wezenlijk belang om te zien dat de uitdrukking ‘alle mensen’ onmogelijk aan het werkwoord ‘verschenen’ gekoppeld kan worden. De uitdrukking ‘alle mensen’ is hier uitsluitend te verbinden aan het werkwoord ‘heilbrengend’, of ‘reddend’. Letterlijk gaat het hier dus over de verschenen genade van God, die alle mensen redt.

De gezonde leer wenst dat we een goed zicht hebben op wie onze God is: De Redder, ja de Redder van alle mensen. Hij is de almachtige God, die de touwtjes in handen heeft. Daardoor weten we dat Zijn opvoeding ook doel zal treffen.

Het licht van Gods genade straalt en daarmee het licht van Gods goedertierenheid en mensenliefde. Dat openbaart hoe God in Zijn genade werkt en ook waar Hij naartoe werkt.

Het helder en duidelijk stralend schijnen blijft in dit hoofdstuk nog wel even centraal staat. De opvoeding door Gods genade werkt namelijk heen naar het moment dat het volle licht in al zijn grootsheid zal stralen en schitteren. Dat zal de verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Redder, Christus Jezus, zijn.
Titus 2: 13 verwachtende de zalige hoop en de verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Redder, Christus Jezus,
Opnieuw hebben we hier een afgeleid woord van deze grote lichtbron.

In 2: 11 schijnt de genade van God helder. In 3: 4 schijnt de goedertierenheid en mensenliefde van onze God. In 2: 13 resulteert dat in het groots schijnen van de heerlijkheid van onze grote God.

Genade van God werkt heen naar die verschijning van onze grote God. De goedertierenheid en mensenliefde van God werkt heen naar die verschijning van die Redder. Daartoe voedt genade de gelovigen op. Daar werkt de gezonde leer naartoe.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende