U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Tuchtiging Als Opvoeding

Titus 2: 12 om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven,
De genade voedt op. Het gebruik van dit woord is kenmerkend voor het Nieuwe Verbonds karakter van deze brief.

Het Griekse woord is weer geen gebruikelijk woord voor opvoeding. Het gaat namelijk veel verder. Er zit ook onderwijs in, maar het gaat veel verder dan simpel onderwijs.

Handelingen 7:22 Mozes werd onderwezen in alle wijsheid der Egyptenaren.
Handelingen 22:3 Ik ben ……… aan de voeten van Gamaliel
opgeleid.
Mozes is helemaal doordrenkt in het onderwijs van Egypte en daar helemaal in gevormd. Zo was Paulus opleiding aan de voeten van Gamaliël idem dito. Hier lijken in de Nederlandse vertaling wel twee verschillende woorden gebruikt, maar in de grondtekst is dit hetzelfde woord als dat Paulus gebruikt voor ‘opvoeden’.

Mozes onderwijs was meer dan een lesje. Het was een gehele opvoeding. De opleiding van Paulus aan de voeten van Gamaliël was ook veel meer dan een simpel onderwijzing. Het gaat bij deze woorden om de vorming waardoor het geleerde ook genoten wordt.

1 Timotheus 1:20 Tot hen behoren Hymeneus en Alexander, die ik aan de satan heb overgegeven, opdat hun het lasteren worde afgeleerd.
Hier hebben we twee figuren die via de harde leerschool van satan iets leren, namelijk niet meer lasteren. Het is onderwijs via de zware praktijk.

(Dit teken van het Koninkrijk functioneerde onder het Nieuwe Verbond, waar Timotheus net als Titus toe behoorden. Het hoort niet thuis binnen het Lichaam van Christus, waar Gods handelen verborgen is.)

Het onderwijs, oftewel de opvoeding van genade is dus niet zomaar een lesje dat geleerd wordt. De meeste keren wordt het met tucht vertaald en soms met een wel heel fysieke vorm als ‘geselen’. Het is dus heel sterk een soort vorming via de harde weg van persoonlijke ervaring. Het duidelijkste voorbeeld vinden we terug in de Hebreeënbrief.

Hebreeën 12: 1-11 Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt. Laat ons oog daarbij alleen gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het geloof, die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is aan de rechterzij van de troon van God. Vestig je aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat jij niet door matheid van ziel verslapt. Jij hebt nog niet ten bloede toe weerstand geboden in je worsteling tegen de zonde, en je hebt de vermaning vergeten, die tot jou als tot zonen spreekt: Mijn zoon, acht de tuchtiging van de Here niet gering, en verslap niet, als je door Hem bestraft wordt, want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt. Als tuchtiging heb je dit te dragen: God behandelt jou als zonen. Want is er wel een zoon, die door zijn vader niet getuchtigd wordt? Blijf je echter vrij van de tuchtiging, welke allen ondergaan hebben, dan ben je een bastaard, en geen zonen. Voorts, de tuchtiging van onze vaders naar het vlees hebben wij ondergaan en wij zagen tegen hen op; zullen wij ons dan niet nog veel meer onderwerpen aan de Vader van de geesten, en leven? Want zij hebben ons voor luttele dagen naar hun beste weten getuchtigd, maar Hij doet het tot ons nut, opdat wij deel verkrijgen aan zijn heiligheid. Want alle tucht schijnt op het ogenblik zelf geen vreugde, maar smart te brengen, doch later brengt zij hun, die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht, die bestaat in gerechtigheid.

De tuchtiging, oftewel de opvoeding hier van de Vader van Joodse gelovigen, is die strijd ten bloedens toe tegen de zonde van buitenaf. De omstandigheden van vervolging en foltering worden hier dus getekend als onderdeel van de zware opvoeding in de praktijk.

Onder het Nieuwe Verbond is het als vanzelfsprekend dat leven uit genade vervolging oplevert.
2 Timotheus 3:12 Trouwens, allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden.
In Hebreeën wordt dit getekend als een normaal onderdeel van de opvoeding van de gelovige.

Deze tucht kom je niet tegen bij de brieven die uitgesproken een boodschap hebben aan de Gemeente, het Lichaam van Christus. Ook wij mogen met name temidden van de godsdienstige wereld tegenstand verwachten op de boodschap van genade. In zekere zin is ook voor ons die praktische ervaring een stukje opvoeding van de genade Gods.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende