U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Heiliging In Relatie Tot De Opstanding

‘We zijn eens voor altijd geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus’ zegt Hebr. 10: 10.
Christus offer is dus de basis voor mijn en jouw heiliging. Denken we daarbij alleen aan Zijn lijden en sterven dan beperken we onze basis tot iets waar de Bijbel geen grond voor geeft.

Heilig Door Opwekking
Col. 1: 12 de Vader, die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het licht.
Col. 1: 22 om u
heilig en onbesmet en onberispelijk voor Zich te stellen,
Col. 2: 10 en gij hebt
de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en macht.
Deze gelovigen in Colosse zijn net als jij en ik heilig, onbesmet en onberispelijk. Ze zijn toebereid door de Vader. In Christus, het hoofd, hebben ze de volheid verkregen. Van hen lezen we dat ze niet alleen gestorven zijn met Christus en met Hem begraven zijn, maar ze zijn ook tezamen met Hem opgewekt.

Samen Met
Col. 2: 12 & 13 daar gij met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook medeopgewekt door het geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt. Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesnedenheid naar het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold,
We zijn mee begraven, mee opgewekt en mee levend gemaakt. Dit vormt dus de grond waardoor Christus ons heilig voor zich kan stellen. Wat is dan de consequentie die Paulus hieraan verbindt?

Heilig Volgens De Mens, Heilig Volgens God
Col. 2: 16 Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat,
Col. 2: 18 Laat niemand u de prijs doen missen door gewilde nederigheid en engelenverering, als ingewijde in wat hij heeft aanschouwd, zonder reden opgeblazen door zijn vleselijk denken,
Col. 2: 20 & 21
Indien gij met Christus afgestorven zijt aan de wereldgeesten, waartoe laat gij u, alsof gij in de wereld leefdet, geboden opleggen: raak niet, smaak niet, roer niet aan;
Het contrast tussen de heiligheid zoals God het geregeld heeft en heiligheid zoals de mens het ziet knalt er hier even stevig uit. Waar de mens zonder Christus nog leeft volgens de eerste beginselen van de wereld, namelijk wettische regeltjes, zijn wij daaraan afgestorven met Christus en zijn we nu mee opgewekt in een nieuw leven, namelijk in de opgestane Heer. Dat is onze heiliging.

Doodt Dan!
Jij en ik kijken terug naar het kruis van Christus en we zeggen: “Ik stierf daar met Hem”. We kijken op in de rechterzij van God, waar Christus zit en we zeggen: “Ik ben daar met Hem opgewekt”. Dat is Paulus krachtige argumentering van onze heiliging.
Col. 3: 1- 5 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God. Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid. Doodt dan de leden, die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij,
Wat ontdekken we nu bij onszelf en velen met ons op het christelijk erf? Dat we deze laatste opmerking van Paulus (“dood dan de leden”) weer opvatten als een aansporing tot eigen werkheiligheid in de zin van Col. 2: 16 & 18. Dat deze opvatting botst lijken we dan even niet door te hebben. Dit “doden” tekent Paulus als het resultaat van het met Christus opgewekt zijn en dat Christus nu dus ons leven is. Daarboven is nu ons leven. Hier beneden is nu onze dood.

Zo Goed Als Dood
Wat wil Paulus zeggen met: “Doodt dan de leden, die op aarde zijn”?
Hetzelfde werkwoord dat hier met “doden” is vertaald, komen we nog op twee andere plaatsen in het Nieuwe Testament tegen. Hier komen ze:
Rom. 4: 19 En zonder te verflauwen in het geloof heeft hij opgemerkt, dat zijn eigen lichaam verstorven was,
Hebr. 11: 12 Daarom zijn er dan ook uit een man, en wel een verstorvene, voortgekomen als de sterren des hemels
Abraham was niet dood, zijn lichaam dus ook nog niet. Het woord dat hier wordt gebruikt zouden wij opvatten met: “zo goed als dood”. Abraham zag dat zijn lichaam niet in staat was vrucht voort te brengen en hij keek op tot God in geloof. Dat is ook de les uit Col. 3. We kijken tegen ons zondige ik aan als incapabel, zo goed als dood. We geloven Gods uitspraak dat we gestorven zijn met Christus. Waar we onze nieuwe natuur in Christus, ons leven, te eten geven sterven de leden die op aarde zijn. Los van de opgestane Heer is alle heiliging die wij verrichten een daad van het vlees.

Les Van De Bomen
Je hebt vast wel eens zo’n boom gezien waarvan de dode bladeren de winter doorstaan hebben zonder op de grond te vallen. Als dan in de lente het nieuwe leven doorbreekt in de takken dan moeten de dode bladeren wijken voor de nieuwe bladeren door de kracht van het nieuwe leven. Dat is de les van Col. 3: 1 – 5.

Reken Er Mee
We zijn dood voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus. Net als dat Abraham rekening hield met het feit dat zijn lichaam verstorven was en hij in het geloof op God mocht zien mogen wij rekening houden met het feit dat wij met Christus gestorven zijn en dus leven voor God in Christus. Dat Christus ons leven is moet niet alleen een kreet voor ons zijn maar een werkelijkheid waar we rekening mee houden. Dat is de basis van onze heiliging.
Rom. 6: 10 & 11 Want wat zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven; wat zijn leven betreft, leeft Hij voor God. Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wel dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus.

Leven In Christus Jezus
We proberen dus niet voor God te leven maar we leven voor God in Christus Jezus. Daar mogen we rekening mee houden.
Rom. 14: 8 want als wij leven, het is voor de Here
Dat leven wordt dan in vers 9 weer in verband gebracht met de opstanding van Christus en in vers 10 wordt dan nog eens de ijdelheid van een menselijk oordeel over zo’n leven aangetoond.

Duidelijke Taal
2 Cor. 5: 15 - 17 daar wij tot het inzicht gekomen zijn, dat een voor allen gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven. En voor allen is Hij gestorven, opdat zij, die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is en opgewekt. Zo kennen wij dan van nu aan niemand naar het vlees……… Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.
Gal. 2: 19 Want ik ben door de wet voor de wet gestorven om voor God te leven. Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.
Deze gedeeltes spreken duidelijker dan welk commentaar je ook geven kan.

Vrucht Van De Opstanding
Is deze hele lijn van denken nu gevaarlijk? Kom je hierdoor sneller tot zondigen, zoals sommigen denken? Paulus deed in Rom. 6 over dit hele onderwerp geen water in de wijn, maar is wel duidelijk over de zonde.
Rom. 6: 15 Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet onder de wet, maar onder de genade zijn? Volstrekt niet!
Waarom niet? Omdat wijzelf ons er toch tegen verzetten?
Rom. 6: 22 Maar thans, vrijgemaakt van de zonde en in de dienst van God gekomen, hebt gij tot vrucht uw heiliging en als einde het eeuwige leven.
Nee, het is de vrucht van de dood en de opstanding van Christus zelf.

Mijn Wens
Een goede afsluiting is om de wens uit te spreken dat het feit van een opgestane Redder in de rechterzij van God, een leven verborgen met Christus in God, een verheerlijkt Hoofd in de hemel, ons gestorven zijn met Christus hier op aarde, onze positie opgewekt met en mee zittend in de hemelse steeds meer en meer voor ons mag gaan betekenen, zodat de dode bladeren van zonde en menselijke instellingen zullen afvallen en we mogen wandelen in geloof, uit genade op een God waardige wijze.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina