U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Vervulde ProfetieŽn (3)

Romeinen 1: 2 dat Hij tevoren door zijn profeten beloofd had in de heilige Schriften

We pakken de draad weer op en dit keer bekijken we een profetie uit Psalm 22 en de daaruit volgende profetie van Zacharia. Dat gedeelte is echter zodanig doorspekt met letterlijke aanwijzingen, die ook daadwerkelijk zo zijn uitgekomen, dat dit tot nu toe het langste artikel wordt.

8. De kruisiging
Psalm 22: 6 – 18 Maar ik ben een worm en geen man, een smaad voor de mensen en veracht door het volk. Allen die mij zien, bespotten mij, zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd: Wentel het op de Here; laat die hem verlossen, hem redden, Hij heeft immers welgevallen aan hem! Gij toch hebt mij uit de moederschoot getogen, Gij deedt mij vertrouwend rusten aan de borst van mijn moeder; aan U werd ik overgegeven bij mijn geboorte, van de moederschoot af zijt Gij mijn God. Wees dan niet verre van mij, want nabij is de nood, en er is geen helper. Vele stieren hebben mij omringd, buffels van Basan hebben mij omsingeld; zij sperren hun muil tegen mij open; een verscheurende, brullende leeuw. Als water ben ik uitgestort en al mijn beenderen zijn ontwricht; mijn hart is geworden als was, het is gesmolten in mijn binnenste; verdroogd als een scherf is mijn kracht, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; in het stof des doods legt Gij mij neer. Want honden hebben mij omringd, een bende boosdoeners heeft mij omsingeld, die mijn handen en voeten doorboren. Al mijn beenderen kan ik tellen; zij kijken toe, zij zien met leedvermaak naar mij. Zij verdelen mijn klederen onder elkander en werpen het lot over mijn gewaad.
Er worden in dit korte gedeelte welgeteld 16 verschillende zaken vermeld die heel concreet in Christus Jezus vervuld zijn. Als dat geen Goddelijk ingrijpen is in de omstandigheden, overdenk dan welk reële alternatieven er dan nog mogelijk zouden kunnen zijn. We lopen de in de tekst dikgedrukte voorzeggingen in de volgorde van de tekst af.

Bespotten
Mattheus 27:29 ook vlochten zij van doornen een kroon en zetten die op zijn hoofd en gaven Hem een riet in zijn rechterhand. Toen vielen zij voor Hem op de knieen en spotten, zeggende: Wees gegroet, gij Koning der Joden!
Lukas 23:11 En Herodes met zijn krijgsmacht smaadde en
bespotte Hem, en hij deed Hem een schitterend kleed om en zond Hem zo naar Pilatus terug.
Lukas 23:36 Ook de soldaten kwamen naderbij om Hem te
bespotten en brachten Hem zure wijn,

Hoofdschudden
Mattheus 27:39 En de voorbijgangers spraken lastertaal tegen Hem, schudden hun hoofd

Op de Heer wentelen
Mattheus 27:42 & 43 Anderen heeft Hij gered, Zichzelf kan Hij niet redden. Hij is Israels Koning; laat Hij nu van het kruis afkomen en wij zullen aan Hem geloven. Hij heeft zijn vertrouwen op God gesteld; laat die Hem nu verlossen, indien Hij een welgevallen in Hem heeft; want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon.

Welgevallen aan Hem
Mattheus 3:17 En zie, een stem uit de hemelen zeide: Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb.
Mattheus 12:18 Zie, mijn knecht, die Ik verkoren heb, mijn geliefde, in wie mijn ziel een welbehagen heeft; Ik zal mijn Geest op Hem leggen en Hij zal de heidenen het oordeel verkondigen.
Mattheus 17:5 Terwijl hij nog sprak, zie, daar overschaduwde hen een lichtende wolk, en zie, een stem uit de wolk zeide: Deze is mijn Zoon, de geliefde,
in wie Ik mijn welbehagen heb; hoort naar Hem!

Wees dan niet verre!
Hebreen 5:7 Tijdens zijn dagen in het vlees heeft Hij gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden, en Hij is verhoord uit zijn angst,

Er is geen helper
Mattheus 26:56 Doch dit alles is geschied, opdat de schriften der profeten in vervulling zouden gaan. Toen lieten al de discipelen Hem alleen en vluchtten.
Mattheus 26:72 En wederom loochende hij het met een eed: Ik ken de mens niet.
Mattheus 26:74 Toen begon hij zich te vervloeken en te zweren: Ik ken de mens niet.

Brullende leeuw
1 Petrus 5:8 Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden.

Als water uitgestort
Lukas 22:44 En Hij werd dodelijk beangst en bad des te vuriger. En zijn zweet werd als bloeddruppels, die op de aarde vielen.

Mijn hart als was
Markus 14:33 En Hij nam Petrus en Jakobus en Johannes mede. En Hij begon zeer ontsteld en beangst te worden,
Markus 14:34 en Hij zeide tot hen: Mijn ziel is
zeer bedroefd, tot stervens toe; blijft hier en waakt.

Tong kleeft
Johannes 19:28 Hierna zeide Jezus, daar Hij wist, dat alles reeds volbracht was, opdat de Schrift vervuld zou worden: Mij dorst!

Stof des doods
Mattheus 27:50 Jezus riep wederom met luider stem en gaf de geest.
1 Corinthe 15:3 Want voor alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb: Christus
is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften,

Honden
Mattheus 7:6 Geeft het heilige niet aan de honden en werpt uw paarlen niet voor de zwijnen, opdat zij die niet vertrappen met hun poten en, zich omkerende, u verscheuren.
Filippensen 3:2 Let op
de honden, let op de slechte arbeiders, let op de versnijdenis!
Openbaring 22:15 Buiten zijn
de honden en de tovenaars, de hoereerders, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder, die de leugen liefheeft en doet.

Omsingeld
Lukas 11:53 En toen Hij van die plaats vertrok, begonnen de schriftgeleerden en de Farizeeen Hem heftig aan te vallen en Hem uit te vragen over vele dingen,
Lukas 11:54 Hem
een strik spannende om Hem te vangen in iets, dat Hij Zich zou laten ontvallen.

Handen en voeten doorboren
Mattheus 27:35 Nadat zij Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij zijn klederen door het lot te werpen,
Markus 15:24 En zij
kruisigden Hem en verdeelden zijn klederen door het lot te werpen, wat ieder ervan krijgen zou.
Lukas 23:33 En toen zij aan de plaats gekomen waren, die Schedel genoemd wordt,
kruisigden zij Hem daar en ook de misdadigers, de ene aan zijn rechterzijde en de andere aan zijn linkerzijde.
Johannes 19:23 Toen dan de soldaten Jezus
gekruisigd hadden, namen zij zijn klederen en maakten daarvan vier delen, voor iedere soldaat een deel, en zijn onderkleed. Dit kleed nu was zonder naad, aan een stuk geweven.
Johannes 19:37 En weder zegt een ander schriftwoord: Zij zullen zien op
Hem, die zij doorstoken hebben.
Johannes 20:25 De andere discipelen dan zeiden tot hem: Wij hebben de Here gezien! Maar hij zeide tot hen: Indien ik in zijn handen niet zie het teken der nagels en mijn vinger niet steek in de plaats der nagels en mijn hand niet steek in zijn zijde, zal ik geenszins geloven.
Johannes 20:27 Daarna zeide Hij tot Tomas:
Breng uw vinger hier en zie mijn handen en breng uw hand en steek die in mijn zijde, en wees niet ongelovig, maar gelovig.

Zien met leedvermaak
Mattheus 27:36 en daar nedergezeten bewaakten zij Hem.
Mattheus 27:39 En de voorbijgangers spraken lastertaal tegen Hem, schudden hun hoofd
Mattheus 27:40 en zeiden: Gij, die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, red Uzelf, indien Gij Gods Zoon zijt, en kom af van het kruis!
Mattheus 27:41 Evenzo spotten de overpriesters samen met de schriftgeleerden en oudsten en zij zeiden:
Markus 15:29 En de voorbijgangers spraken lastertaal tegen Hem, schudden hun hoofd en zeiden: Ha, Gij, die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt,
Markus 15:30 red Uzelf, kom af van het kruis!
Markus 15:31 Evenzo spotten de overpriesters onder elkander samen met de schriftgeleerden, en zij zeiden: Anderen heeft Hij gered, Zichzelf kan Hij niet redden.
Markus 15:32 Laat de Christus, de Koning van Israel, nu afkomen van het kruis, dat wij het zien en geloven. Ook die met Hem gekruisigd waren beschimpten Hem.
Lukas 23:27 En Hem volgde een grote menigte van volk en van vrouwen, die zich op de borst sloegen en over Hem weeklaagden.
Lukas 23:35 En het volk stond erbij en zag toe. Ook de oversten hoonden en zeiden: Anderen heeft Hij gered, laat Hij nu Zichzelf redden, indien Hij de Christus Gods is, de uitverkorene!

Verdelen de kleren & werpen het lot
Mattheus 27:35 Nadat zij Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij zijn klederen door het lot te werpen,
Markus 15:24 En zij kruisigden Hem en
verdeelden zijn klederen door het lot te werpen, wat ieder ervan krijgen zou.
Lukas 23:34 En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. En
zij wierpen het lot om zijn klederen te verdelen.
Johannes 19:23 & 24 Toen dan de soldaten Jezus gekruisigd hadden,
namen zij zijn klederen en maakten daarvan vier delen, voor iedere soldaat een deel, en zijn onderkleed. Dit kleed nu was zonder naad, aan een stuk geweven. Zij zeiden dan tot elkander: Laten wij dit niet scheuren, maar erom loten, voor wie het zijn zal; zodat het schriftwoord vervuld werd: Zij hebben mijn klederen onder elkander verdeeld en over mijn kleding hebben zij het lot geworpen. Dit hebben dan de soldaten gedaan.

Alles verloopt volgens plan
Tot op de kleinste finesses is het allemaal vervuld. Zijn sterven was om de dood te overwinnen en ons uit de macht van de zonde en satan los te kopen. Hier was geen tentoonstelling van een zielige nederlaag, een onbegrepen idealist, die dat met de dood moest bekopen. Nee, dit was Zijn vooropgezet plan om jou en mij aan het hart van God te brengen. Laat je niet overtuigen door mij, maar controleer het in de Bijbel zelf en ontdek Gods overvloeiende genade.

9. Bij de wederkomst wordt de doorstokene herkend
Zacharia 12: 10 Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene.

In het volgende artikel zullen we de draad van Romeinen 1: 2 weer oppakken en ingaan op de belofte van God.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende