U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Bedenkt Het Verschil: Voorhuid en Besnijdenis

Efeze 2: 10 Want Zijn [Christus] maaksel zijn wij,
Efeze 2: 14 Want Hij
[Christus] is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt.
Efeze 2: 15 De twee tot
één nieuwe mens te scheppen,
Efeze 2: 22 In wie
[Christus] ook jullie mee gebouwd worden tot een woonstede Gods in de Geest.

Nu is er een nieuwe schepping gekomen. Gezamenlijk zijn we Gods maaksel, Gods gedicht geworden uit genade. We zijn gezamenlijk uit genade tot één nieuwe mens gevormd. Wij zijn uit genade tot de woning van God in de Geest gevormd. Daar maak jij en daar maak ik deel van uit vanuit genade. Die nieuwe mens is de opgestane en verheerlijkte Heer in de hemel zelf. Feitelijk maken we deel uit van Hemzelf.

Efeze 2: 10 Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.
De opgestane en verheerlijkte Heer wil door genade in ons leven openbaar komen. Daartoe heeft God Zijn nieuwe maaksel geschapen. Daartoe heeft God die goede werken van tevoren bereid. Daar mogen we nu uit genade in wandelen.

Natuurlijk kunnen we ervoor kiezen om gewoon onze eigen werken te verrichten. We kunnen natuurlijk gewoon doorgaan alsof er niets veranderd is. Daarom stopt Paulus hier ook niet.

Paulus gaat bewust verder in zijn betoog. Hij weet dat het niet voldoende is om uitsluitend het beginsel hier neer te leggen dat dit nieuwe maaksel door God geschapen is, waar deze goede werken het gevolg van zijn. Nee, nu laat hij zien wat er nu wezenlijk veranderd is met vroeger.

Efeze 2: 11 – 12 Bedenkt daarom dat jullie, die vroeger heidenen waren naar het vlees, en onbesneden genoemd werden door de zogenaamde besnijdenis, die werk van mensenhanden aan het vlees is, dat jullie te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht van Israel en vreemd aan de verbonden van de belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld.
Paulus begint hier zijn vermaning met het woordje ‘Bedenkt’. Voor ons praktisch verwerkelijken van wat Gods genade in ons wil uitwerken is het belangrijk dat ons denken gericht wordt op de verandering die genade bewerkt heeft. Paulus wil dat wij verschillen gaan ontdekken tussen vroeger, of zoals de Bijbel het noemt ‘te dien tijde’ of ‘eertijds’, en nu.

Paulus gebruikt heel bewust zo’n uitdrukking als ‘te dien tijde’ voor vroeger om aan te geven dat het om een andere tijdsperiode en daarmee een andere huishouding van God draait. Paulus brengt ons in ons denken dus als gelovigen terug naar een andere tijd. Dat was een tijdsperiode waarin die overweldigende rijkdom van genade van vers 7 nog niet werkzaam was.

Paulus roept ons op om dat onderscheid eens te bedenken, oftewel dat we dat in onze gedachten goed laten doordringen. Wat moeten we dan bedenken? Waar moeten we zo goed van doordrongen zijn?

We moeten ons goed bewust zijn dat wij vroeger, dus in de tijd van een vorige huishouding van God, heidenen waren. Dat betekent dat we in die tijd bij de volkeren thuishoorden. Je had namelijk ook een ander volk. Dat was het uitverkoren volk, Israël. Wij hoorden niet bij dat uitverkoren volk. Wij hoorden destijds bij de volkeren naar het vlees.

Het punt dat wij naar het vlees tot de volkeren behoorden in die andere tijd werkt Paulus dan uitgebreid uit in zijn uitspraak dat wij ‘onbesneden genoemd werden door de zogenaamde besnijdenis, die werk van mensenhanden aan het vlees is,

In die vroegere tijd werden wij dus onbesneden genoemd. Dat is eigenlijk weer geen letterlijke weergave van wat Paulus hier in het Grieks had opgeschreven. Wat er echt stond vonden de vertalers waarschijnlijk niet zo netjes en ze hebben het woord een wat netter jasje aangetrokken door het met ‘onbesneden’ te vertalen. Wat er werkelijk staat is dat wij toen ‘voorhuid’ genoemd werden.

Voor ons ‘volkeren’ of ‘heidenen’ had het uitverkoren volk van God, Israël, dus wel een heel vervelend scheldwoord: ‘voorhuid’. Het staat er namelijk direct achter dat wij door hen zo genoemd werden. Er staat namelijk dat wij zo ‘genoemd werden door de zogenaamde besnijdenis’. Het volk Israël werd ‘de besnijdenis’ genoemd.

Zo was Christus een Dienaar van de besnijdenis.
Romeinen 15: 8 Ik bedoel namelijk, dat Christus ter wille van de waarachtigheid Gods een dienaar van besnedenen geweest is, om de beloften, aan de vaderen gedaan, te bevestigen,
Christus was dus als Dienstknecht voor het volk Israel gekomen. Niet voor de heidenen. Zo waren er apostelen met een speciale dienst voor de besnijdenis.
Galaten 2: 7 – 9 Maar integendeel: toen zij zagen, dat mij de prediking van het evangelie aan de onbesnedenen toevertrouwd was, gelijk aan Petrus die aan de besnedenen, (immers Hij, die Petrus kracht gaf om apostel te zijn voor de besnedenen, gaf die kracht ook aan mij voor de heidenen), en toen zij de genade, die mij geschonken was, opmerkten, reikten Jakobus, Kefas en Johannes, die voor steunpilaren golden, mij en Barnabas de broederhand: wij zouden naar de heidenen, zij naar de besnedenen gaan.
Paulus was daarentegen de apostel voor ‘de voorhuid’. Zijn dienst was zelfs al tijdens de verkondiging van het Nieuwe Verbond gericht op de heidenen.

Door deze zogenaamde besnijdenis, oftewel door Israël, werden wij destijds ‘de voorhuid’ genoemd. Als er dus een heiden langsliep werd hij nageroepen met dat scheldwoord. Daarmee was zo’n heiden direct gekenmerkt. Hij was getekend. Hij stond dus helemaal buiten het uitverkoren volk. In die vroegere periode, in die andere huishouding van God stonden wij er helemaal buiten.

Paulus roept ons dus op om te bedenken dat wij er vroeger helemaal buiten stonden. Het was een absolute onmogelijkheid voor een heiden, zoals wij, om dicht bij God te komen. Laat dit goed tot je doordringen, is de oproep van Paulus in dit ene woordje ‘Bedenkt’.
Door te zien hoe het er vroeger voorstond gaan we die overweldigende rijkdom van Gods genade verstaan in het feit dat wij nu zo dichtbij gekomen zijn in dat nieuwe maaksel van God, dat gedicht.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende