U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Een Gedicht Met Een Goed Praktisch Resultaat

Efeze 2: 10 Want Zijn [Christus] maaksel zijn wij,
Efeze 2: 14 Want Hij
[Christus] is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt.
Efeze 2: 15 De twee tot
één nieuwe mens te scheppen,
Efeze 2: 22 In wie
[Christus] ook jullie mee gebouwd worden tot een woonstede Gods in de Geest.

Efeze 2: 10 Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.
We hebben gezien hoe wij gezamenlijk als een gedicht van God in Christus Jezus geschapen zijn. Maar dit is beslist geen statisch gegeven. Het heeft ook wel degelijk een heel praktische uitwerking. Daarom gaan we nu de vraag behandelen: ‘Waartoe heeft God dit maaksel geschapen?’

‘Om goede werken te doen’.
Letterlijk staat hier dat we geschapen zijn tot op goede werken. Je kan het ook weergeven met dat we geschapen zijn naar die goede werken toe. De richting van dit scheppingswerk van de Heer is dus naar die goede werken toe. Wat voor voorstelling moeten we nu maken van die ‘goede werken’ die hier het resultaat zijn van dit gedicht dat door God geschapen is?

Voor een duidelijke, heel praktische beschrijving van deze ‘goede werken’ bladeren we een paar hoofdstukken verder in deze brief.
Efeze 4: 28 Wie een dief was, steelt nu niet meer, maar spant zich liever in om met zijn handen goed werk te verrichten, opdat hij iets kan uitdelen aan de behoeftige.
Het goede werk dat deze gewezen dief hier verricht is exact hetzelfde Griekse woord dat in ons vers gebruikt wordt als het resultaat van dit gedicht van God. Je kan het toch wel heel praktisch noemen als een dief niet meer steelt, maar zodanig werkt dat hij zelfs overhoudt om uit te delen aan de armen. Dat werkt genade.

Naar dit soort goede werken werkte God toe bij het scheppen van Zijn nieuwe gedicht. Daarbij zijn het ook nog eens goede werken, die God al tevoren bereid heeft. Hoe kan zo’n gewezen dief nu zodanig omgeturnd zijn dat hij feitelijk iets doet wat tegen zijn hele wezen als dief ingaat? Omdat wij gezamenlijk Gods maaksel zijn. Voor dit maaksel had God al lang en breed dit soort goede werken voorbereid. Dat is nog eens genade!

Als er staat dat God die goede werken van tevoren bereid heeft, betekent dit dat Hij die goede werken al voor ons klaar heeft liggen. Laten we dit goed verstaan. Het is niet zo dat God een heel pakket goede werken heeft klaarliggen die wij nu als een soort robotten uitvoeren. Het is niet zo dat wij niet anders kunnen. We worden niet geprest om zo te handelen. Nee, wij mogen wandelen in die goede werken. Dat is wandelen in genade.

We mogen wandelen in die werken die God van tevoren bereid heeft. We mogen wandelen in dit nieuwe scheppingswerk van God. Hoe brengen we zoiets nu in praktijk? Het is geloof waardoor wij deel hebben gekregen aan die overweldigende rijkdom van genade. Het is geloof waardoor wij deel zijn gaan uitmaken van deze nieuwe schepping van God. Het is ook geloof waardoor wij niet meer zelf aan de slag gaan, maar gaan wandelen in die werken die God van tevoren bereid heeft. Alles werkt bij God via genade.

Vroeger wandelden we in onze eigen mogelijkheden. Die wandel beschrijft Paulus in de eerste verzen van dit hoofdstuk.
Efeze 2: 1 – 2 Ook jullie, dood zijnde in jullie overtredingen en zonden, waarin jullie vroeger gewandeld hebben.
De sfeer waar wij vroeger in wandelden werd gekenmerkt door overtredingen en zonden. Dat is feitelijk zoals we van nature ons eigen plan trekken en onze eigen inspanningen volgen. Nu zijn al die eigen inspanningen verleden tijd. Nu is onze wandel in genade. We mogen wandelen in de werken die God van tevoren bereid heeft.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende