U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Christus Onze Vrede, Blij Nieuws

Efeze 2: 10 Want Zijn [Christus] maaksel zijn wij,
Efeze 2: 14 Want Hij
[Christus] is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt.
Efeze 2: 15 De twee tot
één nieuwe mens te scheppen,
Efeze 2: 22 In wie
[Christus] ook jullie mee gebouwd worden tot een woonstede Gods in de Geest.

Dankzij Gods overweldigende rijkdom van genade is nu de wet teniet gedaan en zijn wij allen één in Christus. Die wet stond als een tussenmuur tussen jood en heiden. Dat uitdrukkelijke onderscheid werd belichaamd in de wet. Vandaar dat Paulus dit hier zelfs letterlijk de vijandschap noemt. Er kon geen eenheid zijn, zoals die nu in Christus tot stand is gebracht. Die wet bleef als het ware altijd in de weg staan. Maar waar eerst vijandschap was heeft Christus vrede gebracht. Die twee (jood en heiden) zijn één geworden op een plek waar die vijandschap (de wet) teniet is gedaan.

Efeze 2: 16 en de twee, tot één lichaam verbonden, weder met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft.

Wij zijn Zijn maaksel, oftewel Zijn gedicht. Er is nu een schepping van God naast de schepping die elk mens kan bekijken. In deze wereld is dat nieuwe maaksel, dat nieuwe gedicht, nog niet geopenbaard. In de nog komende eeuwen zal die overweldigende rijkdom van genade ook openlijk zichtbaar komen, zoals dat in vers 7 staat.

Besef wel dat hoewel deze wereld nog niets kan waarnemen van die overweldigende rijkdom van genade en niets opmerkt van Gods nieuwe gedicht, dit voor ons nu al de grote werkelijkheid is. Dit is omdat onze werkelijkheid als het ware onttrokken is aan het oog van de wereld omdat onze wandel in de hemelse is en niet op aarde.

God heeft die twee tot één lichaam verbonden met het doel om die twee met God te verzoenen door het kruis. Hier staat het allersterkste werkwoord voor ‘verzoenen’. Wij zijn nu aan het hart van God de Vader gekomen.

Efeze 2: 17 En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren;

Letterlijk staat hier dat Christus de vrede heeft geëvangeliseerd. Hij heeft het als een blijde boodschap verkondigd. Nu stuiten we echter wel op een probleempje. Hoe komt Paulus er namelijk bij dat Christus bij Zijn komst vrede als blij nieuws verkondigd heeft aan hen die veraf waren? Christus is toch nooit buiten de grenzen van het land Israël gegaan?

Om hier duidelijkheid over te krijgen moeten we weer even in de Griekse grondtekst van deze tekst duiken. Paulus schrijft namelijk niet dat Christus de vrede heeft geëvangeliseerd bij Zijn ‘parousia’. Dat zou Zijn komst op aarde zijn. Er staat echter een volkomen ander woord. Je zou deze tekst daarom ook beter kunnen weergeven met: ‘komend wordend is u de vrede geëvangeliseerd’.

In de uitdrukking ‘bij Zijn komst’ ligt dus veel meer de betekenis van hoe Christus tot ons komt in de woorden en de dienst van de apostelen. In de dienst van die apostelen voor de heidenen is de volgorde, die hier gehanteerd wordt ook vanzelfsprekend: Eerst hen die veraf waren en dan hen die dichtbij waren.

Uit de volgorde die Paulus hier in dit vers aanhoudt zien we ook dat het bekende onderscheid tussen jood en heiden, waarbij de jood superieur was, hier ook volledig verdwenen was. In de verkondiging van het blijde nieuws is elk onderscheid weggevallen.

Efeze 2: 18 want door Hem hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader.

In onze huishouding van het geheimenis, waarin de overweldigende rijkdom van genade actief is zien we in dit vers de persoon die nu hevig aan het werk is. Het is Hem, oftewel Christus, het is de Geest en het is de Vader. Hij zorgt in deze tijd voor die unieke positie die wij nu mogen innemen. Onze eenheid is in Christus zelf.
Colosse 2: 9 – 10 want in Hem woont al de volheid der godheid lichamelijk; en jullie hebben de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en macht.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina