U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

De Muur Is Om

Efeze 2: 10 Want Zijn [Christus] maaksel zijn wij,
Efeze 2: 14 Want Hij
[Christus] is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt.
Efeze 2: 15 De twee tot
één nieuwe mens te scheppen,
Efeze 2: 22 In wie
[Christus] ook jullie mee gebouwd worden tot een woonstede Gods in de Geest.

Efeze 2: 14 Want Hij
[Christus] is onze vrede, die de twee een heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft,

Christus is onze vrede. We hadden al duidelijk geconstateerd dat het hier niet om een emotie maar om een feit gaat uit Paulus mededeling dat Hij die beide één heeft gemaakt. Nu gaan we bekijken waar dat uit blijkt.

Christus heeft de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken. De tussenmuur in de tempel werd dus gezien als de vijandschap. Ik had het er al eerder over hoe koning

Herodus probeerde iets dichter bij de dienst aan Yahweh te komen door een voorhof der heidenen er nog aan vast te bouwen. De historicus Flavius Josephus heeft beschreven hoe de tempel er in die tijd moet hebben uitgezien. Daardoor kunnen we nu een beetje een plaatje daarvan krijgen.

Toen Paulus dit hier opschreef zat hij in de gevangenis. De reden waarom hij in de gevangenis zat was dat hij een heiden meegenomen zou hebben in de tempel. Die heiden was dan wel een gelovige, maar ondanks dat bleef hij toch een heiden.

Paulus was dus in de gevangenis aan het schrijven over Christus als onze vrede en wellicht dacht hij toen terug aan dit voorval. Rondom de tempel lag namelijk deze muur, die scheiding maakte tussen jood en heiden. Dat was dus een heel duidelijke afbakening tussen de ene soort gelovigen en de andere soort gelovigen, de jood en de heiden.

Wij lezen in onze vertaling simpel het woordje ‘de tussenmuur’. Letterlijk staat er echter: ‘de tussenmuur, namelijk de omheining’. Met die heldere omschrijving wordt het karakter heel duidelijk getekend waar Paulus aan terug dacht.

Die tussenmuur is de vijandschap. Paulus neemt ons als het ware mee naar de tempel. We gaan daar die voorhof van de heidenen binnen. O dat mocht rustig volgens de richtlijnen van het Nieuwe Verbond. Waarom? Die voorhof van de heidenen hoorde feitelijk helemaal niet tot de tempel. We mochten dan ook rustig als gelovige proseliet in die voorhof van de heidenen komen.

Als we echter verder doorlopen naar het werkelijke tempelcomplex, dan naderen we die tussenmuur. Dan lezen we daar die plakkaten aan de muur. Dan lees je: ‘Als je nu nog één stap verder zet, dan ben je de dood schuldig’. Wij, als gelovige heidenen, zullen dus tot de dood veroordeeld worden als we verder gaan dan de voorhof van de heidenen. Over deze plakkaten heeft Flavius Josephus geschreven.

Willen we dus dichtbij de werkelijke dienst aan Yahweh komen, ook onder het Nieuwe Verbond, dan zijn wij heidenen de dood schuldig. Daar zie je de vijandschap, waar Paulus over schreef, in al zijn felheid opgloeien.

Men had in die tijd Paulus echter makkelijk op de vingers kunnen tikken. “Paulus, het is niet waar wat je schrijft want die plakkaten hangen er nog steeds’.

Paulus gebruikt echter datgene wat in werkelijkheid nog altijd terug te vinden was als een illustratie. Paulus wil ons, die nu leven in de huishouding van het geheimenis, iets wat veel concreter is duidelijk maken door deze illustratie.

De besnijdenis is nu in onze tijd niet meer superieur aan de voorhuid. Wat is daar de oorzaak van? Dat is omdat er een radicale verandering heeft plaats gevonden. Die verandering heeft plaats gevonden in het vlees van de Heer. Daar, in de besnijdenis van Christus, is dat allemaal voltrokken.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende