U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

De Oorzaak Van Onze Nabijheid

Efeze 2: 10 Want Zijn [Christus] maaksel zijn wij,
Efeze 2: 14 Want Hij
[Christus] is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt.
Efeze 2: 15 De twee tot
één nieuwe mens te scheppen,
Efeze 2: 22 In wie
[Christus] ook jullie mee gebouwd worden tot een woonstede Gods in de Geest.

Efeze 2: 14 Want Hij
[Christus] is onze vrede, die de twee een heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft,
Het woordje ‘want’ is redengevend. Hierna volgt de oorzaak van onze hechte eenheid met de Vader. De reden is niet een zaak, niet een leer, niet een gedachte, maar een Persoon. Hij, Christus, is onze vrede.

Christus is onze vrede. Er staat niet dat Hij onze vredestichter is. Dat zou de Persoon van Christus nog enigszins op een afstand houden. Dan zouden alleen de gevolgen van wat Hij doet de oorzaak van dit grote verschil zijn. Hijzelf is onze vrede.

Wij zijn één geworden met de Heer. We zijn gezamenlijk één geworden in Christus, in de vrede zelf. Zo dicht zijn wij genaderd. Hij is onze vrede.

Hierna krijg je een uitspraak van Paulus die er revolutionair stevig inhakt. Dit gooit alles zoals het tot die tijd verliep gigantisch ondersteboven. De joden waren gewend om ten opzichte van de volkeren een vooraanstaande plaats in te nemen. Zij waren de besnijdenis. De anderen waren de voorhuid.

Nu de overweldigende rijkdom van genade overvloeiend werkzaam is, nu is er niet langer een vooraanstaande positie van de ene groep en een op afstand staande positie van de andere groep. Nee, nu zijn die twee tot één gemaakt.

Paulus schrijft over ‘de twee’ alsof het over twee gelijkwaardige partijen gaat. Dit was ongekend revolutionair. Nooit waren die twee groepen gelijkwaardig. Hoe is dit zo gekomen?

Israël had haar Messias verworpen. Daarmee had het volk Israël zich aan de kant van hen die veraf waren geplaatst. Ze waren daarmee gelijkgesteld aan de volkeren. Je ziet dit principe heel helder uiteen gezet in de Romeinenbrief.

De eerste hoofdstukken van Romeinen gebruikt Paulus om aan te tonen dat de heidenen zondaren zijn. Daarna tekent Paulus de vrome, godsdienstige joden op precies dezelfde positie. Ook schuldige, vijandige zondaren. Zo is er in de status ten opzichte van God geen enkel onderscheid meer.

Romeinen 3: 19 opdat alle mond gestopt en de gehele wereld strafwaardig worde voor God,
In de schuld naar God toe is er geen onderscheid meer. Jood en heiden staan naast elkaar met gebalde vuisten naar God. Beiden vijanden van God. Beiden zondaren.

Nu heeft Christus die twee tot één gemaakt. Letterlijk schrijft Paulus hier dat Christus die beide delen tot één gemaakt heeft. Heidenen worden dus als een deel gezien. Daar kon het volk Israël nog wel mee leven. Maar het feit dat joden nu als dat andere deel wordt gezien zal bij hen zonder meer hard aankomen. Dat zal voor hen, die altijd dichtbij hadden gestaan, als een minderwaardige opmerking hard aankomen.

Beide delen, de één de voorhuid, de ander de besnijdenis, ze zijn beide tot één gemaakt.
Efeze 2: 15 Opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwen mens zou scheppen, vrede makende;
Ook in dit volgende vers komen weer letterlijk die beide delen naar voren. Ze zijn in onze tijd van overweldigende genade tot één nieuwe mens geschapen. Tevens zie je hier al direct wat het betekent dat Christus onze vrede is. Hij heeft vrede gemaakt tussen die twee.

Deze eenwording is zonder meer bovennatuurlijk. Natuurlijkerwijs gesproken is een vermenging van deze beide delen tot een eenheid absoluut uitgesloten. Het is een ingrijpen van bovenaf. Het is genade, die dit bewerkt. Deze eenmaking is dat prachtige maaksel van God, Gods gedicht. Dit één zijn is een compleet nieuwe schepping van God dat onze huishouding van het geheimenis kenmerkt.

Hoe deze eenheid toch tot stand komt wil ik in het volgend artikel verder uiteenzetten.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende