U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Aan Het Hart Van Vader

Efeze 2: 10 Want Zijn [Christus] maaksel zijn wij,
Efeze 2: 14 Want Hij
[Christus] is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt.
Efeze 2: 15 De twee tot
één nieuwe mens te scheppen,
Efeze 2: 22 In wie
[Christus] ook jullie mee gebouwd worden tot een woonstede Gods in de Geest.

Efeze 2: 13 Maar thans in Christus Jezus zijn jullie, die eertijds veraf waren, dichtbij gekomen door het bloed van Christus.

Wij zijn Gods maaksel, Gods gedicht. We zijn tot één nieuwe mens geschapen, een woonstede van God in de Geest. In de vorige artikelen hebben we al stilgestaan bij de verschillen tussen onze positie en die uit de andere huishoudingen van God. We willen die verschillen nog wat verder uitdiepen.

Wij zijn heel dichtbij gekomen in de Zoon, Christus Jezus. Hij is Degene die de meest intieme toegang heeft tot de Vader en wij mogen van die hechte verbinding meegenieten omdat we in de Zoon geplaatst zijn.

Als we de profetische lijn volgen dan zien we dat Israël straks enorme rijke zegeningen zal ontvangen. Dan zal er opnieuw sprake zijn van dichtbij en veraf.
Jesaja 57: 19 Ik schep de vrucht van de lippen: vrede, vrede voor hem die verre, en voor hem die nabij is, zegt Yahweh; en Ik zal hem genezen.
In deze profetie van Jesaja vinden we terug dat Israël straks de heerlijke zegeningen van de Heer zal gaan ervaren. Tot twee keer toe wordt hier die vrede opgenoemd. Je ziet dus dat de vrede er voor iedereen is die deel heeft aan dat koninkrijk. Maar onder die volkeren die dit genot hebben zijn er die veraf staan. Ze hebben wel de aardse vrede als zegening maar toch staan ze veraf.

De tekening van de volkeren die delen in deze zegeningen is geografisch. Het ‘verre zijn’ wijst dus op de afstand tot Jeruzalem. De zegeningen zullen dus wel naar hen uitgaan, maar ze blijven op een afstand. In die komende zegenrijke tijd zal er ook nog altijd een onderscheid blijven tussen hen die verre zijn en hen die nabij zijn,

In onze huishouding van het geheimenis, waar Paulus in Efeze over spreekt, is dat hele onderscheid weggevallen. Het verschil tussen hen die veraf zijn en hen die dichtbij zijn bestaat hier niet meer. Wij waren, als heidenen, eertijds veraf maar zijn nu dichtbij gekomen.

In dat prachtige gedicht van God, die nieuwe mens die nu in Christus Jezus geschapen is, zijn we nu allebei dichtbij aan het hart van God de Vader gekomen. Dat is de plek die wij nu in de opgestane en verheerlijkte Heer mogen innemen.

De oorzaak waardoor we nu in die hechte gemeenschap zijn terechtgekomen laat Paulus er direct op volgen.
Efeze 2: 14 Want Hij [Christus] is onze vrede, die de twee een heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft,

Kijk, Paulus begint hier met het woordje ‘want’. Dit woordje verbindt deze tekst met het voorafgaande door nu de oorzaak aan te geven waardoor we nu niet meer zo veraf staan, waardoor we nu dicht aan het hart van de Vader gebracht zijn. We zitten nu niet meer weggestopt in die bijgebouwde voorhof der heidenen waar we ons achter die grote muur toch nog een beetje in de buurt mogen voelen.

De oorzaak dat we zo dichtbij gekomen zijn is Christus zelf: ‘Want Hij is onze vrede’. In Jesaja 57, wat we gelezen hebben, zal ook de vrede uitgaan vanuit Jeruzalem. Dat is in de profetische toekomst. Die vrede zal zelfs hen bereiken die verre zijn. Zij zullen dus wel de vrede ervaren, maar ze blijven op een afstand. De vrede, die Christus nu voor ons is gaat veel en veel verder. Dat wordt het onderwerp voor het volgend artikel.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende