U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

God Als God (Plaatser) Verheerlijken

Willen we een beetje zicht krijgen op God zelf als de grote Plaatser, dan moeten we bij het begin beginnen.
Romeinen 1: 21 Hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt,
Meestal wordt aan het vreemde wat Paulus hier opschrijft achteloos voorbij gegaan. We delen de hoofdstukken van de Romeinenbrief in en dan zeggen we: Hier gaat het over de volkeren in het algemeen. De volkeren buiten Israel dus. Daarmee denken we alles gezegd te hebben.

Het plaatje is echter dat je hier te maken hebt met mensen die God kenden. Het woord voor het meest intieme kennen wordt hier door Paulus gebruikt. Die volkeren buiten Israel stonden dus nog niet eens zover van God af als we nogal eens geneigd zijn te denken. Voor ons kennen van God gebruikt Paulus ook regelmatig ditzelfde woord. Ze stonden dus niet zo ver van ons af.

Wat is nu het grote probleem bij deze mensen? Waren ze niet blij met het kennen van God? Dat staat er niet! Wilden ze God ineens niet meer kennen? Dat staat er niet! Laat ik het nog wat sterker zeggen. Er staat zelfs niet dat ze God niet verheerlijkt of gedankt hebben. Wellicht hebben ze dat ook nog gedaan.

Ik kan me levendig voorstellen dat je nu op het puntje van je stoel zit te wippen om er tegenin te brengen: ‘Ja, maar er staat toch juist dat ze Hem niet als God verheerlijkt of gedankt hebben’!

Inderdaad. Dat staat er. Er staat dus niet dat ze God niet verheerlijkt of gedankt hebben. Ze hebben Hem niet ‘ALS’ God verheerlijkt of gedankt. Daar begon de ellende voor de volkeren buiten Israel. Uiteindelijk is inderdaad die hele maatschappij ontwricht, zoals het in het eerste hoofdstuk door Paulus getekend wordt. Maar het begon niet bij die ontwrichting. Het begon zelfs niet bij afgodendienst. Het begon zelfs niet bij het feit dat ze God niet verheerlijkt of gedankt hadden.

De ellende begon bij het feit dat ze, toen ze God kenden, God niet ‘ALS’ God verheerlijkt of gedankt hadden. Er is dus iets in het God zijn, dat erkenning vraagt bij het verheerlijken en danken. We hebben tegenwoordig een hele christenheid die er prat op gaat God te verheerlijken en te danken. Het gros heeft er echter nog nooit over nagedacht om Hem als God te verheerlijken of te danken.

Nu begin ik dus met mijn Griekse taallesje. Als we dat eenmaal hebben neergezet en de betekenis van dat Grieks is helder, dan kunnen we ook weer terugkeren naar Galaten 1: 6, waar we zagen dat die gelovigen zich zo snel lieten afbrengen van die rustplek waar God ons geplaatst heeft, de genade van Christus.

Waar wij in onze vertaling de gebruikelijke titel ‘God’ hebben staat, dan is dat een vertaling van het Griekse woord ‘Theos’. Dit woord is een afleiding van een Grieks werkwoord ‘These’. Dit is de korte weergave van het werkwoord. De lange weergave van ditzelfde Griekse werkwoord is ‘Tithese’ Dit Griekse werkwoord betekent letterlijk: ‘Plaatsen’ of ‘Stellen’.

Even een overzicht van deze woorden:
Theos = God als Plaatser
These of Tithese = Plaatsen of Stellen.
We kennen ook in het Nederlands verschillende afleidingen van dit Griekse woord, zoals: ‘Synthese’, ‘Antithese’ en bijvoorbeeld ‘Theater’.

God is dus de grote Plaatser! Hij is Degene die alles en iedereen zijn eigen plaats geeft. Als je eenvoudig alleen van de Bijbelse feiten uitgaat is er eigenlijk maar Eén werkelijke Plaatser. Dat is God. Hier hebben we echter gelijk alweer dezelfde wrijving, die we aan het begin al tegenkwamen bij het nadenken over genade van God.

Veel mensen denken bij Gods genade dat het uiteindelijk toch op hun eigen verantwoordelijkheid aankomt. Dat is logisch, dat is rationeel, dat is nuchter volgens hen. Genade is maar wazig en emotioneel. De Bijbel tekent genade als de nuchtere, rationele weg van God.

Zo denken veel mensen ook dat zijzelf uitmaken waar zij zichzelf plaatsen. Hun functioneren in de gemeente zien ze in relatie tot hun eigen inzet en inspanning. Een bepaalde plaats zien ze als het resultaat van hun handelen. De Bijbel zegt: God is de Plaatser. We kunnen het rustig aan Hem overlaten.

Nu zien we gelijk het dilemma bij de afgang van die volkeren.
Romeinen 1: 21 Hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt,
Ze hebben God wel verheerlijkt. Ze hebben Hem wel gedankt. Ze hebben Hem echter niet als de Plaatser verheerlijkt of gedankt. Die erkenning kreeg God in hun handelen niet.

God als Plaatser verheerlijken, betekent heel letterlijk dat ze Hem als Plaatser in het licht stellen. Het Griekse werkwoord dat Paulus hier voor 'verheerlijken' gebruikt, betekent letterlijk: ‘in het volle licht zetten’. In deze studie is het mijn bedoeling om God alvast als de grote Plaatser in het volle licht te stellen. Wanneer we dat omarmen en zo die rustplek in die genade van Christus ook koesteren, dan zetten we ook in de praktijk God als de Plaatser in het volle licht.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende