U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Gods genade vervult mij telkens opnieuw met verbazing. Genade wordt terecht weergegeven met ‘onverdiende gunst’. Hoe meer ik me er echter mee bezig houd, hoe meer ik tot de slotsom kom dat het niet alleen een gunst is die ik niet verdien. Het is veel meer, het is volslagen het tegenovergestelde van wat ik verdien. Wat ik met al mijn inspanningen verdien is de absolute dood. Wat ik dankzij genade bezit is het echte leven in Christus. Wat ik verdien is niets anders dan straf alleen. Wat ik dankzij genade bezit zijn alle geestelijke zegeningen in de hemelse. Mijn grootste prestatie zit vol met zonde, maar de genade veranderd mij naar het beeld van Christus.

Hier komt zo’n pracht vers over die genade van onze Heer Jezus Christus.
2 Corinthe 8: 9 Jij kent immers de genade van onze Here Jezus Christus, dat Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat jij door zijn armoede rijk zou worden.

God wil telkens meer van Zijn genade aan ons openbaren. Het is goed om ook steeds meer en meer hierover te leren, zodat we leren die genade steeds meer in ons leven te laten werken.
Zonder enige inspanning onzerzijds voorziet Gods genade in alles wat we werkelijk in dit leven nodig hebben. God tekent een wandel van de gelovige die, als we eerlijk zijn, wij nooit en te nimmer kunnen neerzetten hier op aarde. Genade voorziet daarin. God ziet een volmaakt leven in Christus die wij nooit zouden kunnen produceren op deze aardbol. Genade bewerkt dat leven. Genade is de drijvende kracht die elk mens zo verschrikkelijk hard nodig heeft en waar God zonder enige tegenprestatie van ons in voorziet.

2 Petrus 1: 3 Zijn goddelijke kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, die ons geroepen heeft door zijn heerlijkheid en macht;

Die onverdiende genade komt tot ons in maar één Persoon, de Heer Jezus Christus. Het is de ‘genade van onze Heer Jezus Christus’. Hij is een relatie met jou en mij aangegaan. Hij zal die relatie ook uitwerken in je leven. Vandaar dat Paulus zelfs nog aan het eind van zijn leven ernaar hunkerde om Hem steeds meer te leren kennen.
Filippi 3: 8 Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen,
Deze hunkering van Paulus werkte niet iets uit waardoor hij zich op de borst kon slaan. In het volgende vers blijkt dat het resultaat is dat die genade zijn weerspiegeling vindt in zijn leven.
Filippi 3: 9 en in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof van Christus, welke uit God is op de grond van het geloof.

De grondslag van Paulus gerechtigheid was niet een eigen inspanning, het was zelfs niet zijn eigen geloofsinspanning. Het was het geloof van Christus. Dat kwam ook niet voort vanuit Paulus. Het kwam voort vanuit God. Paulus hunkert ernaar dat die genade van Christus Jezus volkomen tot Zijn doel komt in zijn leven.

Zoals Paulus in het bovenstaande vers van 2 Corinthe schrijft komt de genade van God voor ons beschikbaar doordat Christus ons geestelijk bankroet op Zich heeft genomen om ons te doen delen in Zijn geestelijke rijkdommen. Daartoe heeft Christus vrijwillig de hemelse rijkdommen (‘terwijl Hij rijk was’) opgegeven.

Om die genade voor ons beschikbaar te maken is Christus vrijwillig arm geworden (‘om onzentwil arm is geworden’). Hij vernederde Zichzelf door als een mens te leven temidden van een zondige mensheid. Hij die de grootste eer verdiende werd hier beneden veracht. Hij die deelde in de hemelse heerlijkheid was hier op aarde bekleed met menselijkheid. Hij die alle dingen geschapen had werd geslagen door het geschapene. De Levensvorst stierf op de bestemde tijd. De Reine en Heilige nam onze zonde vrijwillig op Zich.
2 Corinthe 5: 21 Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem.

Christus Jezus heeft dit werk van genade verricht waardoor wij in Hem rijk zijn geworden (‘opdat jij door Zijn armoede rijk zou worden’).
Jesaja 64: 6 Wij zijn allen geworden als een onreine, al onze gerechtigheden als een bezoedeld kleed;
Daar staan we met ons goede gedrag, onze waarden en normen. God kijkt er dwars doorheen en ziet een bezoedeld kleed. Toch zijn wij gerechtigheid van God geworden in Christus. Dat is genade. We zijn nu niet een beetje gezegend en moeten voor de rest nu ons best doen voor God. Nee! We hebben niet maar een paar geestelijke zegeningen ontvangen. Nee!
Efeze 1: 3 Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus.
De grondslag van die genade is uitsluitend het werk van Christus Jezus.
Romeinen 8: 3 God heeft, door zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees,

We mogen steeds beter onze Heer en Redder Christus Jezus leren kennen. De kennis van die verbazingwekkende genade van God zal dan steeds meer toenemen. Het resultaat zal zijn dat die genade steeds meer doorwerkt in ons praktische leven.

De genade van onze Heer Jezus Christus zij met jullie allen.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende