U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Gekietelde Oren

2 Timotheus 4: 3 Want er komt een tijd, dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is,

Hier wordt door Paulus een helder beeld geschilderd van onze tijd. Hier staat niet dat een enkeling zich niet meer houdt aan de gezonde leer. Nee, de mensen als geheel zijn daarvan afgestapt. Waardoor?

Eigenlijk wijst Paulus hier op een wel heel eigenaardige oorzaak. In de NBG vertaling staat de vrij normale uitdrukking: ‘een verwend gehoor’.

Soms zeg je van een bepaald persoon: ‘Dat is een verwend nest’. Je bedoeld dan dat je het zo’n persoon eigenlijk nooit naar de zin kan maken. Je kan ook nooit eens iets aardigs doen voor of geven aan die persoon. Het wordt altijd door de ander afgezet tegen wat hij of zij al heeft en dan valt het altijd in het niet. Echt verwend.

Hier gaat het niet om de persoon op zich maar om zijn of haar gehoor. Ga je echter op onderzoek wat er feitelijk staat dan wordt het nog aparter.

De Staten Vertaling is vaak onleesbaar vanwege het verouderde taalgebruik. Dat is in dit geval ook zo. Toch zit die al behoorlijk in de goede richting. Daar staat:
2 Timotheus 4: 3 Kittelachtig zijnde van gehoor,

De NBV vertaling is daarentegen weer heel makkelijk leesbaar. Het probleem is echter zoals vrijwel in alle gevallen van hun vertaling dat de hele essentie volledig is weg vertaald en er alleen een eindconclusie van de vertaler zelf is neergezet. Daar staat:
2 Timotheus 4: 3 hen naar de mond praten.

Het onderwerp in deze tussenzin is niet de mond, maar zijn de oren. Het draait ook niet om het spreken of praten. Het hele probleem is dat die oren maar voortdurend gekieteld willen worden. Dat is het ‘kittelachtig zijn’, waar de Staten Vertaling over spreekt. De oren roepen als het ware voortdurend: ‘Sprekers, kietel me nou! Ik heb jeuk! Jullie moeten me kietelen!’

Wat is het nou wat de mensheid in het algemeen absoluut niet vanaf de kansel wenst te horen en wat wil men voorop hebben staan in de prediking?

A/ Wat men absoluut niet wenst is die onpraktische boodschap van genade. Daar kan men niets mee. Zo’n boodschap kietelt de oren niet. Het doet de oren pijn.
B/ Wat men voorop wil hebben staan in de prediking is wat je van ons als mensen verwacht. Dat is praktisch. Daar kan je wat mee. Dat kietelt de oren. Dat is aangenaam.

De godsdienst staat niet te springen om genade en genade alleen. Het was de boodschap waardoor Paulus uiteindelijk in zijn eentje achterbleef. Pure genade kietelt de oren van de godsdienst niet. Nee, ze willen van hun sokken geblazen worden.

Men wil onder een prediking van hel en verdoemenis weten wat men fout doet zodat de zonden geboet kunnen worden. Men wil onder een prediking van wet weten wat de mens voor God kan doen zodat er tenminste een geestelijk schouderklopje in zit. De oren moeten gekieteld worden.

Godsdienst werkt als een soort geestelijk masochisme: ‘Sla me en zeg dat ik me moet gedragen!’

De gezonde boodschap van het blijde nieuws is slechts het simpele nieuws van genade en genade alleen. Alles draait om Christus en Christus alleen.

De altijd naar gekietel hunkerende oren richten zich op het zware nieuws van moeten en niet mogen. Alles draait om de mens en wat hij voor God doet.

Toch zal de impopulaire boodschap van Gods liefde en genade ook eenmaal deze verwende toehoorders overweldigen. Gods overvloeiende rijkdommen van genade blijven stromen, of men het nou wenst of niet. God zal worden alles en in allen. Zijn boodschap van genade alleen heeft uiteindelijk de langste adem.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende