U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Lofzangen Van Ongeloof

Het lijkt er steeds meer op dat we in de hedendaagse evangelische wereld liederen omarmen die eerder een uiting van ongeloof zijn dan dat het geloofsverklaringen zijn. Mag ik eerlijk zeggen dat ik daar toch wel heel erg veel moeite mee heb?

Ik wil daarvoor slechts één couplet van een heel populair nummer doornemen.
De Rivier uit Opwekking 642

Al mijn zonden, al mijn zorgen,
neem ik mee naar de rivier.
Heer, vergeef mij en genees mij.
Vader, kom, ontmoet mij hier.

Dit was het eerste couplet. Bij onduidelijke beelden wil ik nu niet stilstaan. Er zijn teveel concrete ontkenningen van het geloof. Ik noem er drie:
1. Hier zeul ik nog met mijn zonden

Johannes 1: 29 Zie, het lam Gods, dat de zonde van de wereld wegneemt.
Romeinen 6: 2 Wij, die
aan de zonde gestorven zijn,
Romeinen 6: 7 Wie gestorven is, is
vrij van de zonde.
Romeinen 6: 11 Zo moet het ook voor jou vaststaan, dat jij wel
dood bent voor de zonde,
Romeinen 6: 14 De zonde zal over jou geen heerschappij voeren,
Romeinen 6: 18 Vrijgemaakt van de zonde,
Romeinen 6: 22 Thans, vrijgemaakt van de zonde.
Colosse 1: 14 In wie wij de verlossing hebben, de
vergeving van de zonden.

Er is nu dus geen enkele zonde meer die ik nu nog mee moet zeulen naar een denkbeeldige rivier om alsnog vergeving te vinden. Alles is weggedaan. We zijn vrij. Echt helemaal vrijgemaakt van zonde.

2. De vraag van vergeving is een vraag van ongeloof wanneer ons in de Bijbel eenmaal geleerd is dat we die vergeving reeds ontvangen hebben. Vergeving is niet een emotie die pas werkelijkheid is wanneer we die ook daadwerkelijk voelen. Het is geen kick maar een feit dat reeds voltrokken is.
Dit ontkennen is een klap in het gezicht van Hem die vergeving schonk. Ook die klap is trouwens reeds vergeven.

3. De smeekbede aan Vader om toch a.u.b. nu eens te komen is een regelrechte ontkenning van die positie dicht aan het hart van Vader, waar wij nu gebracht zijn.
Efeze 2: 13 Thans in Christus Jezus zijn jullie, die eerst veraf waren, dichtbij gekomen door het bloed van Christus.
Efeze 2: 18 door Hem
[Christus] hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader.
Filippi 4: 5
De Here is dichtbij.
In Christus zijn we altijd aan het vaderhart van God.

Zie het kind op schoot bij Vader zitten en dan komt de dwingende oproep uit de mond van het kind: ‘Vader, kom ontmoet mij hier!’
Het is alsof het kind wil zeggen: ‘Aan mij zal het niet liggen, maar Vader komt U nu ook maar eens!’ De waarheid is precies omgekeerd. Aan ons lag het dat er geen contact was, maar Vader heeft ingegrepen en nu is er die voortdurende gemeenschap in Christus.

Is het niet heerlijk dat God ons nooit afrekent op onze uitingen van ongeloof. Alle zonden heeft Hij weggedaan en Hij heeft doorlopende gemeenschap in Christus tot stand gebracht.
Uit die genade mogen we altijd weer opnieuw blijven putten.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende