U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Wie Doet Het Geloven Naar De Overkant?

In mijn vorig Knipoogje gaf ik al aan dat ik tot vrij recent ook aldoor nog bepaalde eigen activiteiten aan het werk van de Heer toevoegde om echt gered te zijn. Natuurlijk verpakte ik het destijds ook als prediking van ‘Jezus Alleen’.

Een heel geliefde analogie, die ik veelvuldig hanteerde was het verhaal van de koorddanser over de Niagara Watervallen. Ik paste dat graag toe op het volgend Bijbelgedeelte.

Johannes 2: 23-24 Terwijl Jezus in Jeruzalem was, op het Paasfeest, geloofden velen in zijn naam, doordat zij zijn tekenen zagen, die Hij deed; maar Jezus zelf vertrouwde Zichzelf hun niet toe, omdat Hij hen allen kende.
Ze geloofden, maar Jezus vertrouwde dat niet.

Ik vertelde dat een koorddanser een touw over de Niagara Watervallen had gespannen van de ene rotspunt naar de andere. Een grote massa mensen was op dit evenement afgekomen als bijen op de honing. Je kon vanaf het beginpunt van het touw niet helemaal kijken tot het eindpunt.

Te midden van het gespannen toekijkende publiek begon de koorddanser zijn weg, stap voor stap, over het lange koord. Na enige tijd verdween hij aan de overkant. Het was uitsluitend aan het gejuich dat daar weerklonk te horen dat hij de overkant bereikt had. Na verloop van tijd kwam de koorddanser weer in zicht, terug op weg naar het beginpunt. Toen de koorddanser zijn laatste stap van het touw af weer op vaste bodem zette, brak het gejuich los.

Nu riep de koorddanser tot het publiek: ‘Wie van jullie gelooft dat ik met een kruiwagen over dit touw heen en weer kan lopen?’ Dolenthousiast riep het publiek: ‘Dat geloven we! Dat geloven we!’ Kijk, daar heb je dat geloof van al die mensen in Jeruzalem, die enthousiast waren over de tekenen. De koorddanser ging ook inderdaad met een kruiwagen voor zijn buik op weg naar de overkant over het touw. Je kan je voorstellen dat toen hij na enige tijd weer zichtbaar werd in de verte en weer terug op de rots zijn kruiwagen neerzette en er ook zelf weer bij kwam staan, dat het enthousiasme toen geen grenzen meer kende.

Hij zette zijn kruiwagen weer gereed om over het touw te gaan en richtte zich weer tot het publiek: ‘Wie van jullie gelooft dat ik met iemand in deze kruiwagen naar de overkant en terug kan wandelen?’ Er was geen houwen meer aan. Iedereen stond te springen en op het hardst te schreeuwen: ‘Dat geloven we! Dat geloven we!’ Nog steeds datzelfde geloof uit Johannes 2. ‘Okay!’, zegt de koorddanser en wijst iemand aan: ‘Stap maar in’. Die man stapte in en geloofde naar de overkant.

Dit voorbeeld gaf ik altijd en riep de mensen daarmee op de stap nu te nemen en in het volbrachte werk van Christus Jezus te stappen door te zeggen: ‘Ja Heer, ik neem U nu aan als mijn Redder’. Ik stelde het al die jaren vele malen zo voor dat als jezelf die stap nam, je ook daadwerkelijk gered zou zijn.

Waar gaat dit voorbeeld mank?
Romeinen 3: 10 Niemand is rechtvaardig,
Maar die zou wel een rechtvaardige stap kunnen nemen?
Romeinen 3: 11 er is niemand, die verstandig is,
Maar die zou wel een verstandige stap kunnen nemen?
Romeinen 3: 11 er is niemand, die God ernstig zoekt;

Maar die zou wel de juiste stap weten te vinden?
Romeinen 3: 12 allen zijn afgeweken,
Maar die zou zelf de juiste weg weer opgaan?
Romeinen 3: 12 tezamen zijn zij onnut geworden;
Maar die zou hier toch iets nuttigs doen?
Romeinen 3: 12 er is niemand, die doet wat goed is,
Maar een goede beslissing zit er nog wel in?
Romeinen 11: 32 God heeft hen allen onder ongehoorzaamheid besloten,
Maar deze kleine daad van gehoorzaamheid kunnen we wel?

Het voorbeeld gaat mank omdat het hier geen juichende massa is, die zelf van alles en nog wat kan. Op die rotspunt, waar de koorddanser begint, ligt als het ware de hele mensheid hulpeloos en onmachtig op de grond. De koorddanser pakt de eerste, die vanwege de volkomen onmacht zich van niets bewust is. Hij legt hem in de kruiwagen en brengt hem naar de overkant. Daar tilt hij hem op veilige bodem en schudt hem tot leven. ‘Kijk’, zegt de koorddanser en wijst terug, ‘Daar heb ik je van gered. Dat mag je nu geloven. En kijk nu naar jezelf.’ De man die nu gered is en leeft, kijkt naar zichzelf en kijkt naar de koorddanser. Hij kijkt nog eens naar zichzelf. Eén en dezelfde!

Galaten 2: 20 Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.
De koorddanser lacht. ‘Die werkelijkheid mag je nu ook geloven. Zo heeft Mijn geloof [van de koorddanser] jou naar de overkant gebracht’. Trouwens die onmacht om jezelf te redden, oftewel dat besloten zijn onder ongehoorzaamheid, dat had een reden.
Romeinen 11: 32 God heeft hen allen onder ongehoorzaamheid besloten, om Zich over hen allen te ontfermen.

De koorddanser gaat terug en één voor één redt hij al die onmachtigen, die daar als dood liggen. Hij ontfermt zich over allen. Zo zie je dat zo’n voorbeeld dat mank leek te lopen alleen maar rijker wordt als de ogen open gaan voor onbeperkte genade.

Hier komt nog een eerder Knipoogje over dit onderwerp:
Het Draait Niet Om Mijn Geloof

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende