U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Kan Jij Kikkers Leren Vliegen?

Goedemorgen’, Een keurige heer in zwart pak groette me terwijl hij door het gangpad van de trein naar een plaatsje zocht. Een paar coupés verderop nam hij plaats tegenover een jongeman in een veelkleurig hemd en zo’n jaren 70 broek met wijd uitlopende pijpen. Ook zij begroeten elkaar en de trein zette zich in beweging.

Eén van de leukste dingen van een lange treinreis vind ik het beluisteren van de soms hele bijzondere gesprekken die zich in zo’n uur ontwikkelen. Je bedenkt dan een hele wereld om die figuren heen. Hier stond een heel uitzonderlijk gesprek aan te komen.

De man in het zwart had al een tijdje met zijn hoofd in de handen naar de treinvloer zitten staren, toen hij opkeek en zomaar tegen die jongeman van wal stak. ‘Ik heb toch zo’n rotbaan! Je moet weten, ik ben dominee!’ Ik hoorde geen reactie van de jongeman, maar ik kon me er heel wat bij voorstellen. ‘Mijn taakomschrijving zou je het best kunnen vergelijken met een volkomen overdonderde politieagent, die tijdens een houseparty drugsgebruik moet zien te voorkomen.’

‘Ah’, hoorde ik als reactie van de jongeman. Zo’n houseparty kwam hem waarschijnlijk bekend over. De man in het zwart ging ongestoord verder. ‘Ik krijg zo weinig aansluiting met de mensen zelf, hè. Ik probeer het wel. Ik geef aan dat God mij gezalfd heeft om hen te helpen. Maar men lijkt dat helemaal niet te horen.’

‘Als dominee moet u toch ook zoiets hebben als een kathedraal, of zoiets’, probeerde de jongeman, behoorlijk in het duister tastend. ‘Ja, een kerk’, begon de man in het zwart, ‘Daar zorg ik ervoor dat mensen niet tot zondigen komen!’ ‘Ah, mooi’, reageerde de jongeman zonder enig idee waar de man het over had. ‘Het heeft tot nu toe weinig effect gehad’, de man zakte weer met zijn hoofd in de handen.

Een paar minuten laten richtte hij zich weer op en ging verder: ‘Ik zie de mensen aan de rand van de rots dansen en ik roep: “Pas op!!” Daar naar beneden is een behoorlijke val en je overleeft het niet! Die mensen kijken me aan, bedanken me en dan springen ze!’

‘Aj, die gozers denken te kunnen vliegen, man!’
reageerde de jongeman, die de metafoor niet zo goed door had. ‘O, ik ben het zo zat! Ik ben het zo zat!’ jammerde de man. ‘Ik ga niet meer naar die rand van de rots. Ik ben het nu echt zat om die zo vanzelfsprekende waarschuwing maar te blijven herhalen! Als het zo door gaat, dan zal ik tot mijn eigen afgrijzen zelf nog eens springen!’

Hé man, ik weet niet precies wat je van plan bent. Je trekt nou echt geen goed plan, weet je wel?’ De ietwat bonte jongeman was nu naast de dominee gaan zetten en had zijn arm om hem heen geslagen. ‘Weet je, gast?, begon de jongeman tegen de man in het zwart, ‘Misschien hebben al die vogels uit jouw kathedraal je waarschuwing wel als een aanmoediging beluisterd dat ze konden vliegen. Misschien begin jijzelf nu ook wel een beetje te geloven dat je kan vliegen. Ik ken dat. Als ik trip ben ik ook wel eens zo gek als een deur. Maar hé gast! Jij kan niet vliegen en ook die vogels in jouw kathdraaltje kunnen dat niet. Begrijp je wel? Gewoon kappen met die waarschuwingen dus!’

Van de kant van de dominee kwam geen reactie. Ook de jongeman zat nu met de dominee in zijn armen een hele tijd stil voor zich uit te kijken. Toen begon die jongen: ‘Hé, ik weet een verhaaltje over vliegen. Moet je horen:

Er was eens een man, die heette Henk. Hij had een huiskikker en die heette Ingrid. Zoals je uit de naamgeving al kunt opmaken bevonden deze Henk en Ingrid zich aan de onderkant van de samenleving. Henk had echter hele grootse dromen over rijk worden. ‘Ingrid’, riep hij op een dag dat hij plotseling door een vlaag van inspiratie getroffen werd, ‘we worden me nu toch rijk, lief Ingridje! Ik ga jou leren vliegen!’.

Dat zag Ingrid nou eerlijk gezegd niet zo heel erg zitten. ‘Ik ben een kikker, Henk! Geen kanarie!’ Henk was nogal behoorlijk teleurgesteld over deze negatieve insteek van Ingrid. Zo zouden ze hun hele leven verder arm blijven. Dus begonnen Henk en Ingrid aan de vlieglessen. Dag Eén! Henk hield het bijna niet meer van de opwinding. Ingrid bijna niet meer van de angst.

De flat, waar Henk en Ingrid woonde telde 15 etages. Dag één zouden ze op de eerste verdieping beginnen. Telkens moest Ingrid uit het raam springen om vliegend in het gras te landen. Elke dag een etage hoger. Na elke sprong zouden ze de vlucht analyseren, waarna ze telkens de meest effectieve technieken verder zouden uitwerken, zodat het vliegen steeds verder geoptimaliseerd werd. Tegen de tijd dat Ingrid dan uit de vijftiende verdieping springt, zal het vliegen zo geperfectioneerd zijn dat het een pracht vlucht wordt.

Ingrid smeekte voor haar leven, maar dat kwam allemaal aan in dovemansoren. Je kan je het resultaat eigenlijk al indenken. Natuurlijk probeerde Ingrid uit alle macht te vliegen, maar het werd niks. Toen ze uit de zesde verdieping sprong had Henk een mooi rode cape om haar nek gebonden en voelde ze zich heel even Mega Mindy. Maar helaas, er kwamen geen Mega Mindy krachten los.

Op de zevende verdieping nam ze afscheid van haar Henk. ‘Je weet Henk, dat ik me gewoon doodspring!’ Met tranen in de ogen zei ze nog eens: ‘Dat weet je toch, Henk?’ Henk wees haar echter op de eisen die hij haar stelde. Daar had ze tot nu toe nog in het geheel niet aan voldaan. Berustend zei ze zachtjes: ‘Neem me maar mee naar de bovenste verdieping en open het raam’. Ingrid sprong naar buiten en viel te pletter.

Henk was zeer teleurgesteld in de prestaties van Ingrid. Hij had haar zo goed begeleid. Hij had haar zo gewaarschuwd waar ze op moest letten en toch sprong ze zichzelf dood. Hij zou nu naar de dierenzaak gaan om een slimmere en meer toegewijde kikker te gaan kopen.

De dominee keek op naar die jongeman. ‘Jij bent geen dominee, hè?’ De jongen lachte, ‘Nee, ik heb geen kathedraaltje achter mijn huis.’

De man in het zwart zat nu recht overeind, ‘Ben je dan een voorganger van een Evangeliegemeente?’ De jonge kwam niet meer bij van het lachen, ‘Wat is dat?’
Ach, doet er ook niet toe’, zei de man in het zwart. ‘Ik besef dat ik veel te hoge eisen gesteld heb aan mijn kerkgangers. Ik ga nu gewoon Christus alleen prediken’.

De trein ging langzamer rijden. De jongen maakte zich op om uit te stappen. ‘Ik wil toch wel graag weten waar jij naar toe gaat’, vroeg de man, ‘Ga je naar een orthodoxe , een evangelische gemeente, een huisgemeente of iets in de Pinkstergroeperingen?’ Verbaast keek de jongeman hem aan: ‘Geen idee waar je het over hebt. Ik ga gewoon naar mijn opoe. Nog een goede dag en een prettige voortzetting van de reis’.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende