U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Eenheid Van Het Lichaam

Moe van alle gesprekken, die nog naschetterden in mijn hoofd, legde ik m’n hoofd op het kussen. Ik was gelijk vertrokken.

Het is donker. Waar zit ik nou? Ik hoor de goede voornemens allemaal nog door elkaar heen ratelen: ‘Kijk nou om je heen! Allemaal verwonden en verscheurden! Er moet een brug komen!

Jij ziet ons groepje niet en ik zie jouw groepje niet! Het wordt tijd voor handreikingen! We moeten weer oog voor elkaar krijgen! Liefde, mensen! Liefde! Dat is waar het Lichaam om schreeuwt! Laat mij jou zegenen! Zegen jij mij! We moeten weer meer eenheid gaan vormen! Dat is toch ook wat Paulus wilde met zijn uitspraak over die nieuwe mens? Twee moeten één worden. Ik kan het gewoon niet meer maken om los van andere kerkelijke instituten in mijn eentje op te trekken! Wat is het Lichaam verscheurd! Laten we onze harten weer aan elkaar binden. Er moet eenheid komen! Laten we ervoor bidden!’
Het lieftallig en goed bedoelend geratel zakt weg in een zacht gezoem dat alleen nog in de verte hoorbaar is. Stiller en stiller tot er niets meer hoorbaar is. Donkerte en stilte.

Het linkeroog opent zich. Het draait van links naar rechts van onder naar boven. Ik lijk er geen enkele invloed op te hebben. Ik krijg alleen de indrukken van alles wat het oog opvangt door. Vreemd. Bepaal ik nou zelf niet eens waar ik naar wil kijken? In de rechterooghoek van het linkeroog bevindt zich iets. Het oog zoemt erop in. Een hand. Een linkerhand. Mijn hand!

Mijn linkeroog ligt blijkbaar ergens op de vensterbank, als ik het goed zie. Maar die linkerhand van mij! Nou ja! Dat ding heb ik toch echt altijd ergens links onder mijn linkeroog zitten. Gewoon verbonden met de rest van mij. Nu zie ik hem toch echt daar ergens in de rechterhoek van de kamer losjes op een stoel liggen. Wacht, er gebeurt wat!

Langs de rugleuning van de stoel richt de hand zich helemaal rechtop. Ja, ik zie wat het aan het doen is!! Het heft zijn heilige hand op ten hemel tot lof en eer van zijn Maker. In de rechterhoek van de kamer op de stoel gevestigd, was er een eredienst gaande. Ik ontwaarde nu ook een katheder op de zetel van de stoel. Langs de rand van dit houten bouwwerk klom een mond naar boven. Mijn mond!! Mijn mond begon heel gewichtige woorden te spreken over de noodzaak van het hebben van oog voor elkaar en dat we niet zomaar los van elkaar horen op te trekken: ‘Laat ons van harte en eensgezind bouwen aan meer eenheid van het Lichaam!’ weergalmde de oproep.

Mijn mond sprak woorden. Ik had ze niet bedacht! Mijn mond riep ze. Ik inspireerde hem niet. Mijn mond kon blijkbaar oreren geheel los van mij. Mijn linkeroog rolde van de vensterbank. Behendig gleed het langs de niet verhitte verwarmingsbuizen naar de grond om daar zacht in het tapijt te landen. Prettig plekje om weer een oogje toe te doen.

Na een kort moment van duister kwam er weer nieuwe informatie aan beelden op me af. Een totaal andere kamer van het huis werd nu door mijn rechteroog bekeken. Voeten liepen heen en weer en weer terug om opnieuw heen en weer en weer terug te lopen. Geen enkele logica was in de route te ontdekken. Wel zag ik dat het mijn voeten waren. Ze liepen zonder dat het lichaam daardoor ergens terechtkwam. Een hand tikte op de voet. Mijn rechterhand. Even wist het mijn voeten tot bedaren te brengen, maar de hand had blijkbaar geen overhand. De voeten gingen weer hun onafhankelijke loop.

De hand was tegen de deur opgeklauterd en wist nu de klink om te krijgen. De deur ging open en de boodschap van mijn niet te stoppen mond weerklonk nu ook in dit vertrek. In een opzwepend gebed werd de eenheid van het Lichaam afgebeden: ‘O Heer, zend een opleving! Zorg voor een krachtige opwekking onder de leden van het lichaam opdat wij allen ijverig mogen bouwen aan de eenheid!’

Mijn gezichtvermogen werd nu beperkt doordat de hand mijn rechteroog had gepakt en daarmee op weg was naar nog een rustig achterkamertje. Even was het tamelijk donker. Toen kon ik alles weer goed overzien. We zaten in een klein kamertje met meerdere leden. Het lag allemaal behoorlijk dwars door elkaar. Echt een bende. Op elk lid liet de hand zijn palm rusten en sprak een zegenbede uit. Ieder liet dat maar wat graag als een soort gezegend ritueel ondergaan. Zo kwam de palm van mijn hand ook over mijn oog. Het oog sloot zich. Het was weer duister.

Het ochtendgloren scheen door mijn raam de slaapkamer binnen en de wekker ging. Tijd om op te staan. Ik ging rechtop zitten en bekeek mijn lichaam van top tot teen. Heerlijk, alles is gewoon één. Alles functioneert ook precies zoals mijn brein dat zo bedenkt. Ja, zo is het ook met het Lichaam van Christus. Alles is volkomen één en precies zoals het Hoofd, Christus, het bedenkt, zo voert elk lid in het Lichaam dat ook uit.

Natuurlijk, dat Lichaam is verborgen voor deze aarde. In de bovenhemelse, waar ons thuis is, daar is het echter de perfecte realiteit. Die Gemeente behoeft geen opleving of opwekking en zeker geen bouw van ons tot eenheid. Door alle groepjes, die men onterecht kerken of gemeenten noemt, te verwarren met de Gemeente, het Lichaam van Christus, daardoor wordt het zicht op de eenheid van de Gemeente, het Lichaam van Christus, gigantisch belemmerd.

Het Hoofd denkt, het Lichaam voert uit.
Filippi 2:13 God is het, die om Zijn welbehagen [plezier] zowel het willen als het werken in jou uitwerkt.
Efeze 2:15 Christus heeft in Zichzelf, vrede gemaakt door de twee tot één nieuwe mens te scheppen,

Ons functioneren binnen het Lichaam van Christus is gewoon heerlijk genieten van wat genade werkt. Dus niks bouwen, dus geen bruggen, dus geen gesmeek om opleving. Meer dan het leven in Christus, wat we nu gezamenlijk allang bezitten, meer kan het toch nooit worden. Geniet ervan!

Nog twee studies over dit onderwerp:
Eenheid Spoort! Zelfstandigheid Ontspoort!
Eenheid Van Heiligen

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende