U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

De 'Ongelovige Gelovige' Tijd Bij Genadesprekers

Okay, jullie zijn dus gekwetst door mijn vorige twee Knipoogjes. Tja, onder een ongelovige gelovige versta ik iemand die gered is uit genade, daar dankbaar voor is, maar die genade voor de praktijk veel te ver vindt gaan. Echt geloofsleven bestaat echter uitsluitend uit genade zonder iets van ons daaraan toegevoegd!

Op mijn website vind je veel genadeverkondigers. Meerderen hebben eerst een weg doorgemaakt als ongelovige gelovige, mensen voor wie het praktisch leven uit genade weinig inhield. Steve McVey wijst daar zelf in zijn videoboodschappen regelmatig naar terug.

Filippi 1: 6 Hiervan toch ben ik ten volle overtuigd, dat Hij, die in jullie een goed werk is begonnen, dit ten einde toe zal voortzetten, tot de dag van Christus Jezus.
Dit is inderdaad vaste grond onder de voeten! Dit is de solide basis! Dit is het fundament! Dit garandeert ook jou, die er momenteel nog totaal niet aan wilt dat het zo simpel is, dat God in alles werkt en dat jij daar in mag rusten, het garandeert jou onbetwist dat Hij net zolang bij jou doorgaat tot je ogen daar ook voor open gaan.

Filippi 3:15 Laten wij dan allen, die volmaakt zijn, aldus gezind zijn.
Colosse 2:10 Jullie hebben de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en macht.
Hebreeën 10:14 Door één offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden.
Deze volheid of volmaaktheid bezit tegenwoordig elke gelovige in Christus, of hij of zij dat nou gelooft of niet. Het probleem zit hem dus niet in het feit dat er nog iets door eigen toedoen aan toegevoegd moet worden. Het enige essentiële verschil dat er optreedt als je God ook daadwerkelijk op Zijn Woord neemt (oftewel gelooft en dus praktisch van die volmaakte positie uitgaat) is dat je ook daadwerkelijk gaat genieten van alles wat allang jouw eigendom is in Christus Jezus.

Veel gelovigen lopen dus tientallen jaren met die rijkdom van Christus als hun leven rond zonder daar ook maar een greintje plezier van te hebben in de praktijk. Dat was bij mij ook het geval. Maar zijn daar ook Bijbelse voorbeelden van te noemen?

De apostel Paulus getuigt er zelf in Romeinen 7 van hoe hij als gelovige vastzat in het zelf voor de Heer aan de slag willen gaan. Een heel duidelijk bewijs dat dit plaatsvond in zijn nieuwe leven geeft hijzelf:

Romeinen 7: 22 Naar de inwendige mens verlustig ik mij in de wet van God,
Die inwendige mens is het nieuwe leven van een gelovige.
2 Corinthe 4:16 De innerlijke mens wordt van dag tot dag vernieuwd.
Efeze 3:16 God geeft jou, naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door Zijn Geest in de inwendige mens,

Romeinen 7: 22 Naar de inwendige mens verlustig ik mij in de wet van God,
Je verlustigen in de wet van God is kenmerkend voor een nieuw leven onder het Nieuwe Verbond. Daar is de wet in het hart geschreven.
Jeremia 31:33 Ik zal Mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven,
Hebreeën 8:10 Ik zal Mijn wetten in hun verstand leggen, en Ik zal die in hun harten schrijven,

Een ander bewijs dat het hier niet gaat over Paulus onbekeerde staat is de uitspraak:
Romeinen 7: 9 Ik heb eertijds geleefd zonder wet; toen echter het gebod kwam, begon de zonde te leven, maar ik begon te sterven,

Op de weg naar Damascus heeft Paulus de vrijheid in Christus leren kennen, maar toen kwam later iemand aanzetten met een regel die hij moest handhaven voor de Heer. Misschien kwam hij wel zelf op dat idee. In elk geval kwam het gebod en zijn nieuwe leven leek een zachte dood te sterven. De praktijk van de ongelovige gelovige.

De ellende die dat teweegbracht kan je in het hele hoofdstuk terugvinden. Voor veel ongelovige gelovigen is dat helaas het normale ‘christelijke’ leven. Paulus kwam echter tot de slotsom dat ook voor de praktijk van zijn geloofsleven Genade en Christus het enige antwoord is:
Romeinen 7: 25 God zij dank [letterlijk: Genade van God] door Jezus Christus, onze Here!

Bij Paulus duurde dit ongelovig, gelovig tijdperk waarschijnlijk niet zo lang. Bij Mozes (ons volgende Bijbelse voorbeeld) heeft het zo’n veertig extra jaren wachten aan zijn geloofsleven toegevoegd.

Moet je eens rustig dat denken van Mozes nalezen.
Handelingen 7: 23-25 Toen hij [Mozes] nu de leeftijd van veertig jaar bereikt had, kwam het in zijn hart op, naar zijn broeders, de kinderen van Israel, om te zien. Toen hij er één onrechtvaardig zag behandelen, beschermde hij hem en nam het voor hem op, die mishandeld werd, door de Egyptenaar neer te slaan. Hij meende, dat zijn broeders wel zouden inzien, dat God hun door zijn hand verlossing wilde geven, maar zij zagen het niet in.

Mozes dacht dat dit een onderdeel van Gods plan was. Hij deed het allemaal volgens de hoogste geestelijke idealen. Hij was zelfs stomverbaasd dat zijn volksgenoten dat plan niet gelijk doorhadden.

Gek hè, dit was nou eens een Mozes met zelfvertrouwen voor God. Toch is dit een vrij onbekend preekonderwerp. Je hoort veel meer toespraken over Mozes minderwaardigheidsgevoel toen God hem dan eindelijk op tachtigjarige leeftijd riep. Alsof het echte psychologen zijn, weten die sprekers dan op het gebrek aan zelfvertrouwen te wijzen. Maar het was nou juist op dat moment dat God hem ging gebruiken. Veertig jaar leven als een ongelovige gelovige en op, volgens mensen, het dieptepunt was hij perfect bruikbaar voor de krachtige genade van God.
1 Corinthe 1: 27 Wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren om wat sterk is te beschamen;

Dus, laat het dan maar veel te simpel voor je zijn. Gods overstromende rijkdommen van genade openbaren Christus in jou. Geniet daarvan!
Voor nog een studie over dit onderwerp click hier

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende