U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Vragen & Bezitten: Elkaars Tegenpolen

Afgelopen zondag werd ik er weer bij bepaald hoeveel wij aan de Heer vragen. Ik heb het dan vooral over de opwekkingsliederen die we zingen. De Heer heeft het allang geschonken en toch blijven we erom zeuren. Ik vraag me dan telkens af: ‘Wat geloven we nou eigenlijk?’

Zondag zongen we Opwekking 488:
Heer, houd mij vast. laat Uw liefde stromen. Houd mij vast heel dicht bij Uw hart.
Geloven we dat nou echt? Geloven we inderdaad dat de Heer ons loslaat? Geloven we inderdaad dat de Heer ermee kapt om Zijn liefde te laten stromen? Zij we er echt van overtuigd dat de Heer ons wegdrukt van Zijn hart? Vragen en bezitten zijn elkaars tegenpolen! ‘Wat geloven we nou eigenlijk?’

Trouwens, hoe begint Opwekking 488?
Heer, ik kom tot U, Neem mijn hart, verander mij. Als ik u ontmoet vind ik rust bij U.

Geloven we nu echt dat de Heer zelf ons nog altijd niet heel dicht bij Zichzelf gebracht heeft? Gaan we er inderdaad in de praktijk vanuit dat ons hart nog totaal niet door de Heer veranderd is? Heeft de ontmoeting met de Heer inderdaad nog nooit plaatsgevonden? Is de plek van genade die God ons toch zeker allang geschonken heeft nog altijd een plek zonder enige rust? Vragen en bezitten zijn elkaars tegenpolen! ‘Wat geloven we nou eigenlijk?’

De kern van dit ongeloof zit hem in de centrale positie van het gevoel.
Heer komt dichterbij dan kan ik uw schoonheid zien. En uw liefde voelen, diep in mij

De Heer heeft Zichzelf volledig één met ons gemaakt. Hoeveel dichter wil je de Heer nog bij je hebben? De ontmoeting met de Heer is daarin gelegen dat wijzelf ook totaal één gemaakt zijn met Hem. Dat is 2000 jaar terug als feit voltrokken. Waarom geloven we dit niet? Ligt dat niet kenmerkend aan het willen zien en willen voelen heel diep in mij? Vragen en bezitten zijn elkaars tegenpolen! ‘Wat geloven we nou eigenlijk?’

Het grote probleem in de evangelische wereld van vandaag is de plaats van emotie in de geloofsbeleving. De zekerheid van het geloof is niet langer gebaseerd op het Woord, de Bijbel (Dat Woord heeft Goddelijk gezag.). De zekerheid van het geloof is tegenwoordig gebaseerd op de emotie (Dit mist elk soort van gezag).
Want Heer ik heb ontdekt, dat als ik aan Uw voeten ben, trots en twijfel wijken voor de kracht van uw liefde

Bij een sterke emotie, geen twijfel. Zwakt de emotie af, opnieuw twijfel en we beginnen ons smeken en bidden opnieuw. Vragen en bezitten zijn elkaars tegenpolen! ‘Wat geloven we nou eigenlijk?’

Van Israel zegt Yahweh:
Jesaja 42:6 Ik, Yahweh, heb jullie geroepen in gerechtigheid, je hand gevat, je behoed en je gesteld tot een verbond voor het volk, tot een licht van de natiën:

Dit aardse volk hoefde niet te smeken: ‘Houd mij vast’. Yahweh had hen al bij de hand gevat. Zoiets uitroepen tot God zou voor dit aardse volk van God een overduidelijke aanwijzing van ongeloof zijn. Vragen en bezitten zijn elkaars tegenpolen!

Jesaja 43:1 Maar nu, alzo zegt Yahweh, jullie Schepper, o Jakob! en jullie Formeerder, o Israel! vrees niet, want Ik heb jullie verlost; Ik heb jullie bij je naam geroepen, jullie zijn van Mij.

Yahweh verzekert het volk ervan dat zij van Hem zijn, dat Hij hen verlost heeft, dat Hij hen bij hun naam geroepen heeft. Zij hoeven dus helemaal niet meer te vrezen. Wat zou het een idioot bewijs van ongeloof zijn als dit volk dan toch nog aankomt met: Heer, houd mij vast. laat Uw liefde stromen. Houd mij vast heel dicht bij Uw hart. Vragen en bezitten zijn elkaars tegenpolen!

Maar wij zijn niet Gods aardse volk Israel. Nee, inderdaad! Wij zijn het Lichaam van Christus zonder een aardse roeping. Onze roeping is bovenhemels! Zou de zekerheid van Gods liefde voor ons dan minder zijn?
Efeze 1:19 Overweldigend groot is Zijn kracht is aan ons, die geloven, in overeenstemming met de werking van de sterkte van Zijn macht.

Hoe zouden we het eigenlijk nog in ons hoofd kunnen halen om nu nog te smeken: Heer, houd mij vast. laat Uw liefde stromen. Houd mij vast heel dicht bij Uw hart. Vragen en bezitten zijn elkaars tegenpolen! ‘Wat geloven we nou eigenlijk?’

Colosse 1:11 Jullie worden met alle kracht bekrachtigd in overeenstemming met de macht van Zijn heerlijkheid tot alle volharding en geduld,

Nee, het is een regelrechte verklaring van ongeloof wanneer we nu, in onze tijd dat de Heer zich niet materieel manifesteert, onze zekerheid van geloof zouden baseren op onze emoties en deze overduidelijke uiting van Gods liefde en genade dus feitelijk aan de kant zetten met de smeekbede: : Heer, houd mij vast. laat Uw liefde stromen. Houd mij vast heel dicht bij Uw hart. Vragen en bezitten zijn elkaars tegenpolen! ‘Wat geloven we nou eigenlijk?’

De vastheid van het Woord van God, de Bijbel, garandeert ons Gods onvoorwaardelijke liefde en genade. Laten we leren daarvan uit te leven en te genieten van de rijkdom die we nu reeds in de volheid van Christus bezitten.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende