U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Enig Overgebleven Schuld

O, wat kunnen gelovigen soms enorm fanatiek worden als ze met de boodschap van genade alleen geconfronteerd worden. Regelmatig kom ik ze tegen. De één na de andere Bijbeltekst wordt aangehaald, waarbij men nadrukkelijk wijst op de gebiedende wijs in die tekst: ‘Dit is dus wel een opdracht!’, krijg ik dan schel toegeroepen. ‘Wij moeten dus wel degelijk iets doen! Wij moeten ertegenaan!’

Het lijkt alsof men matglas in de bril heeft en niet het kenmerkend karakter van Christus, ons leven, ontdekt. Als een soort Elisa kan je dan alleen nog bidden:
2 Koningen 6: 17 Toen bad Elisa: Yahweh, open toch zijn ogen, opdat hij zie. Yahweh opende de ogen van de knecht en hij zag.

In de tijd van het Oude Verbond was het Yahweh die de ogen moest openen voor de wet. Anders zag men alleen maar de opdracht en boog men zich onder het juk van wet i.p.v. Gods schoonheid en huwelijksbeloften daarin te zien.
Psalm 9:18 Open ogen, opdat ik de wonderen van Uw wet zie.

In onze huishouding van het geheimenis is het precies dezelfde Heer die ons de ogen opent voor Zijn genade. Anders ziet men ook in onze tijd van genade, ondanks die overweldigende genade, toch alleen maar de opdracht i.p.v. de heerlijke hoop van onze roeping.
Efeze 1:18 verlichte ogen van jullie harten, zodat jullie weten, welke hoop Zijn roeping wekt,

In 2 Koningen had Elisa zicht op Gods werkelijkheid. Je kan zeggen dat Hij zag met de ogen van God. Zijn dienstknecht zag daar echter niks van. Elisa nam dat zijn dienstknecht niet kwalijk. Hij ging naar God die alleen ogen opent. Ook de psalmdichter wijst op God die de ogen opent voor de wonderen van de wet. Ook Paulus ging naar de Heer om te bidden voor verlichte ogen bij de gelovigen.

Elisa zag de vijand met de ogen van God en dus ging Gods onvoorwaardelijke genade werken. De dienstknecht zag deze vijanden met zijn eigen vlezen ogen, net als de koning van Israel. Logisch dat hun kijk iets totaal anders uitwerkte. De koning had zelfs de gedachte om dat hele leger van de vijand maar even een kopje kleiner te maken. Ook in onze tijd nog altijd een redelijk populaire politieke gedachtegang.

Romeinen 13:8 Wees niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben;
Kijk nou eens! Hier heb je een uitspraak van Paulus in de tegenwoordige tijd gebiedende wijs. Zo’n bril met dat matglas dat absoluut niet de kenmerkende eigenschappen van de Heer laat zien, zorgt er bij de overgrote meerderheid van de gelovigen voor dat ze hier weer zo’n opdracht in horen, waar ze hun schouders onder moeten zetten.

Net als de dienstknecht van Elisa ontdekken ze niet Gods liefde in zo’n tekst.
Romeinen 5:5 De liefde van God is in onze harten uitgestort!
Ze verwachten feitelijk helemaal niet dat die liefde van God gaat overstromen in hen.
1 Johannes 4:19 Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.

Hun ogen zijn verblind. Zij lezen over hun schuld. Ze voelen zich schuldig om zoveel waar mogelijk lief te hebben. Laten we dus maar beginnen bij onze broeders en zusters. Misschien lukt dat nog, op een enkele irritante broeder of zuster na.

Romeinen 5:8 God bewijst Zijn liefde naar ons toe, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.
Romeinen 5:10 Toen wij nog vijanden waren, zijn we met God verzoend.

Het zijn niet de prettige broeders en zusters. Het zijn de vijanden en zondaren die God liefheeft. Die lastige buurman of collega, die jou altijd de voet dwars zet. Die vijand heeft God lief en Hij heeft zelfs vrede met die vijand gesloten. Dat is de verzoening.

‘Dat kan ik helemaal niet! God moet mij geen onmogelijke opdracht geven! Nee, ik houd me maar gewoon aan mijn schuld naar mijn broeders en zusters toe.’ En zo blijven we bevestigen blind te zijn voor die overstromende genade van God. God praat jou geen schuld aan! God roept je hier niet op tot een opdracht. Hij tekent hier Zijn eigen karakter, die dankzij Zijn genade ook werkt in jou.

De ogen van de dienstknecht van Elisa gingen open en hij mocht getuige zijn hoe die vijand naar een plek werd geleid. Niet om afgemaakt te worden, zoals de koning nog wel altijd verwachtte. Ze werden naar een plek geleid waar ze een feestmaal ontvingen.
2 Koningen 6: 23 Hij bereidde hun een grote maaltijd; en toen zij hadden gegeten en gedronken, liet hij hen vertrekken en zij gingen heen naar hun heer.
Romeinen 12:20 Indien je vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst heeft, geef hem te drinken,

Waar de ogen open gaan voor Gods genade, daar krijgen we zicht op het karakter van de Heer zelf. We gaan genieten van Wie Hij is. We gaan steeds meer ontdekken hoe Hij Zijn leven in ons ieder uitwerkt. Waar we vanwege het matglas eerst alleen maar opdrachten lazen, krijgen we nu steeds meer oog voor hoe Hij in jou en mij als ons leven werkt.

Vijanden worden vrienden, oftewel vijanden worden verzoend. Het kenmerkend werk van de Heer zelf.
Romeinen 5:11 onze Here Jezus Christus, door wie wij nu de verzoening ontvangen hebben.
2 Corinthe 5:18 En dit alles is uit God, die door Christus ons met Zich verzoend heeft en ons de bediening van de verzoening gegeven heeft,
2 Corinthe 5:19 God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende, ….. , Hij heeft ons het woord van de verzoening toevertrouwd.
1 Johannes 2:2 Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die van de hele wereld.

Wat een heerlijke overgebleven schuld: LIEFDE, oftewel Gods karakter. Wat een heerlijke, overstromende rijkdom van genade!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende