U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

GenademaarÖ..

Mensen kunnen soms als je de boodschap van genade brengt echt heel erg negatief en boos reageren. Ik zal je eerlijk zeggen dat ik daar best wel blij mee ben. Dat is rechttoe rechtaan. Dat snap ik. Maar er is heel vaak een soort reactie waar ik heel wat minder mee kan. Dat is dat ze razend enthousiast naar je toekomen en zeggen: ‘Ja, dit is de boodschap die we nodig hebben. Je hebt hier echt een belangrijk christelijk thema aangesneden: Genademaar….’

Ik zal wel de enige zijn, maar ik hoor telkens maar één woord: ‘Genademaar’. Ik heb echt geen flauw idee wat dat ene woord ‘genademaar’ eigenlijk betekent, maar ik wist ook niet dat ik daarover gepredikt had. Ik heb het nog opgezocht in de concordant. Daar stond het niet. Er was ook niet zoiets dergelijks terug te vinden in het Nederlands woordenboek: ‘Genademaar’.

Genoeg gekkigheid. Het klinkt dan wel alsof er telkens maar één woord wordt gedumpt, ik denk dat ik toch wel zo’n beetje begrijp wat ze met deze twee woorden ‘genade maar’ willen zeggen. Eigenlijk zeggen ze dat je niet zomaar alles voor het praktische geloofsleven op de genade kan schuiven. Daarom voegen ze er een ‘maar’ aan toe: ‘Genade maar’.

Goed hun boodschap is dus: ‘Genade maar’. Dat wil dan dus toch zeggen dat er een aspect in hun verkondiging is waar het eerste facet ‘Genade’ volledig belicht wordt, anders zou hun totale boodschap alleen maar ‘maar’ zijn.

Alles Genade’. Naar de mensen die buiten de Gemeente zijn, de ongelovigen, wordt wel degelijk gewezen op de genade als een wezenlijk onderdeel. Gods onvoorwaardelijke liefde en genade wordt heerlijk voorgesteld aan de buitenwacht. Het functioneert echter meer als lokaas aan het haakje van de hengel om de grote vis te vangen. Zodra de ongelovige heeft toegehapt en de vis binnenboord is gehaald, dan draait de boodschap gelijk 180 graden om. Daar komt de ‘maar’.

Zodra deze ongelovige zijn leven aan de Heer heeft toevertrouwd en dus ook volgens deze ‘genade maar’ verkondigers uit genade gered is, zodra hij als gelovige nu de kerk of gemeente binnenstapt krijgt hij gelijk de reglementen en voorschriften voorgelegd waar hij als goed gelovige zich aan dient te houden. Hier heb je het grote ‘MAAR!!!’.

Deze pasgelovige krijgt door de ‘genade maar’ verkondigers dus stellig de overtuiging dat hij dan wel gered is uit genade, maar dat hijzelf zich wel degelijk zal moeten blijven inzetten om gered te blijven. En kijk nou eens! Hier heeft deze gemeente al die eisen keurig in haar statuten vastgelegd! Om een goede verstandhouding met God te houden moet hij blijven meedraaien in de hele godsdienstige santemekraam. ‘Genade maar’.

Waar de ongelovige vol blijdschap die liefde en genade van God omhelsde en genoot van zijn vrijheid in Christus, rent dezelfde persoon nu als gelovige zich de benen uit het lijf en nog blijkt het niet genoeg te zijn voor God, volgens de ‘genade maar’ verkondigers.

Na verloop van tijd is die gelukkige ongelovige met zijn genadevolle God een compleet religieus wrak, die al die overgaves aan de Heer, al die boetedoeningen, al die zondebelijdenissen, al die toewijdingen gewoon niet langer trekt. Hij zegt alles vaarwel en gaat weer het ongelovige leven in. Volgens die ‘genade maar’ verkondigers heeft hij God verlaten, is hij het brede pad opgegaan.

Gouda stroomt over van die brede pad opganers, die smalle pad verlaters. Eigenlijk zijn ze God niet kwijt. In persoonlijke gesprekken heb ik vele verhalen aangehoord van deze zogenaamde Godverlaters. Telkens blijkt dat God hen niet verlaten heeft. Gods heerlijke boodschap is namelijk: ‘Genade alleen!’

Heel misschien ken je wel iemand in je omgeving die zo volledig verlamd is dat er echt totaal geen enkel uiterlijk teken is waar te nemen als reactie op de liefdevolle zorg die hij of zij ontvangt. Je weet dat hij of zij geloofd in de Heer. Welke eisen denk je dat God zo’n persoon oplegt om Zijn genade te blijven bewijzen aan die persoon? Zou je dat oneerlijk vinden als God zulke eisen zou stellen? Of zou je het die persoon kwalijk nemen als hij of zij zich toch ondanks Gods liefde als verlamd bleef gedragen?

Die zogenaamde Godverlaters bleven zich als verlamden gedragen. Die mensen die zo ijverig bezig zijn volgens de regels en voorschriften van de christelijke gemeente zijn in wezen eigenlijk ook verlamd. Zij geloven dat alleen niet. Zij blijven dus waardelozen troep voor God produceren. De Bijbel noemt dat hout, hooi en stro.
1 Corinthe 3:12-13 Is er iemand, die op dit fundament bouwt met …., hout, hooi, of stro, ieders werk zal aan het licht komen. Want de dag zal het doen blijken, omdat hij met vuur verschijnt, en hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken.

De Bijbel zet een dikke streep door ‘Genade maar’. Geniet met volle teugen van die overvloeiende rijkdommen van Gods genade die Hij over jou uitstort!

Hieronder nog een aantal linken naar artikelen over ditzelfde onderwerp:
Genade Komt Altijd Alleen
Ongenadige Genade
Aangelengd Nieuws:Geen Blij Nieuws! Idioot Nieuws!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende