U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Nederlands: Genadetaal

Onze Nederlandse taal zit toch maar eigenaardig in elkaar. Wat nog vreemder is, is dat vrijwel geen enkele Nederlander de eigenaardigheden in haar eigen taal nog opmerkt.

Ik kan niet zeggen dat ik nou ontzettend veel inzicht in het hele sportgebeuren heb. Integendeel zelfs, je zou mij zondermeer een sportobeet kunnen nomen (Totaal onkundig op het gebied van sport). Toch komen sommige sportverslagen mij soms ter ore. Dan hoor ik het volgende:

Het is vandaag een uitnemend spannende race. De hele tijd lag Juttemus aan kop met Alexandria direct op zijn hielen. Juist op het allerlaatste moment veranderde alles toen Peterson hen allen voorbijging.
Aan de Finish lag Peterson op kop. Juttemus zat hem als tweede op de hielen en daar op de derde plaats stond de totale nieuwkomer in deze sport: Weber. De verliezers renden zich rot in de vergeefse hoop toch nog tijdig de finish te bereiken.’

Inderdaad, in de officiële sportverslagen zal je vergeefs naar namen als ‘Juttemus’, ‘Alexandria’ en ‘Peterson’ zoeken. Hier komt met name mijn vakbekwame onkunde op het terrein van de sport om de hoek kijken. Voor mij gaat het echter om die uitermate vreemde draai in onze Nederlandse uitdrukkingen.

Degene die de eerste plaats behaalde, die ‘lag’ op kop.
De tweede plek werd ingenomen door een persoon die hem op de hielen ‘zat’.

Dan heb je op die derde plaats iemand die op de derde plaats ‘staat’.
Uiteindelijk wordt van de verliezers, die pas na deze eerste drie plaatsen verschijnen, verklaart dat zij zich nou juist rot ‘rennen’.

Het vreemde zit hem dus in de werkwoorden die gebruikt worden: ‘liggen’, ‘zitten’, ‘staan’ en ‘rennen’. Het meest ontspannende tref je aan op de eerste plaats: ‘liggen’. Vervolgens zijn ‘zitten’ en ‘staan’ ook nog houdingen van rust. De enige werkelijke inspanners zijn de grote verliezers. Zij ‘rennen’ zich rot.

Op sportgebied lijkt onze Nederlandse taal dus zeer opvallend een genadehouding aan te nemen. Alleen diegene die werkelijk volkomen overgegeven erbij is gaan liggen, alleen die is de ware grote overwinnaar. Ook de zitters en staanders vallen nog in de prijzen. Maar degene die uit alle eigen macht zich helemaal rot rent, is per definitie gedoemd te verliezen.

Staan:
Wij staan in genade, in het evangelie, door geloof. De Heer houdt ons staande.
Romeinen 5:2 Deze genade, waarin wij staan.
Romeinen 11:20 Jullie staan door het geloof.
Romeinen 14:4 De Here is machtig hem vast te doen staan.
1 Corinthe 15:1 Het evangelie, ….., waarin jullie ook staan.
2 Corinthe 1:24 Door het geloof staan jullie vast.

Zitten:
Wij zitten met Christus aan de rechterhand van Vader.
Efeze 2:6 God heeft ons mee een plaats gegeven in de hemelse, in Christus Jezus,

Liggen:
Onze rust ligt in het volbrachte werk.
Hebreeën 4:3 Wij gaan tot de rust in, wij, die tot geloof gekomen zijn,
Hebreeën 4:10 Wie tot Zijn rust is ingegaan, is ook zelf tot rust gekomen van zijn werken, evenals God van de zijne.

Wie helemaal tot rust is gekomen van al zijn eigen werken deelt met de grote Overwinnaar de eerste plaats. Die ‘ligt’ aan kop! Al diegenen die nog steeds niet tot rust zijn gekomen van hun eigen werken, of dat nou gelovigen of ongelovigen zijn, die ‘rennen’ zich rot zonder op juiste wijze de finish te halen.

Gelukkig gaat de genade van God nog altijd een hele stap verder. Nog verder dan onze Nederlandse genadetaal. Ook die afgepeigerde rotrenners zullen uiteindelijk door Gods genade in de kraag gegrepen worden. Al ‘rustend’ zullen ook zij dan uiteindelijk die overwinningsplek mogen delen. Gods genade reikt altijd nog een hele stap verder. Ik wens jullie allemaal veel ‘lig’ genoegen, daar aan kop bij het Hoofd!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende