U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Prins Caspian

Je kent vast de prachtige verhalen van C. S. Lewis over het sprookjesachtige land ‘Narnia’ wel. Het is inmiddels alweer dertig jaar terug dat ik voor het eerst diep onder de indruk was van de prachtige wondere wereld, die Lewis ons voorschotelt. In eerste instantie las ik ze in het Engels, maar zodra er goede Nederlandse vertalingen waren zat ik daar gelijk als een tijger bovenop.

Een prachtig plaatje van overvloeiende rijkdommen van Gods genade tegenover de godsdienst van de eigen inspanning voor God ontvouwde zich bij het kijken naar de verfilming van Prins Caspian, zoals het een paar dagen terug op SBS werd uitgezonden. Voor hen die de film niet kennen heb ik hier een trailer.

De Telmarijnen hadden de macht over Narnia overgenomen toen de vier koningskinderen met Aslan, de Schepper en Beschermer van Narnia, uit het woud en land vertrokken waren. Alles bestond nog maar het leven was er uit. Het water was niet meer bezield. De bomen waren niet meer bezield. Veel dieren hadden het spreken verloren. Alles was doods.

In dit doodse land kwamen de vier kinderen terug. Ze waren door een bazuin te hulp geroepen door Prins Caspian. De kleinste van het viertal, Lucy, had Aslan al gezien, maar eigenlijk geloofde niemand haar echt.

Men wist dat men op Aslan moest wachten, maar ze waagden toch zelfstandig de strijd aan te gaan tegen de Telmarijnen in de naam van Aslan. Het werd een tragische nederlaag. Ze verloren de helft van hun manschappen. Deze nederlaag dreef Prins Caspian bijna in de handen van duistere machten.

Lucy wist waar Aslan was en wees de weg. Zij vond Hem. Aslan bracht het leven terug in de bomen, in het water en in de dieren. Met een extra versterkte legermacht behaalden ze de overwinning. Niet om de Telmarijnen af te maken, maar om ook hen leven aan te bieden.

Een prachtige afloop, echt voor allen. Maar dat mag je verwachten als genade eenmaal volledig doorwerkt. Maar eerst:
1. In de naam van Aslan trokken ze ten strijde, echter zonder Aslan.
2. Toen Aslan er was ademde hij op alles en iedereen en het kwam tot leven. Genade ging werken.

Wat wordt er veel gedaan in de naam van de Heer. Activiteit in overvloed! Je ziet ze soms knoepertjeshard de naam van de Heer uitschreeuwen alsof het de zwaarste toverspreuk is. Ja, Aslan is een plaatje van Christus Jezus.

Vrome godsdienst gebruikt de naam van Christus Jezus in alles wat ze doet. Vaak is het zelfs geen toverspreuk. Het is dan slechts ter rechtvaardiging van wat ze doen. Wij doen dit. Wij doen dat. En dat alles in de naam van Christus. Vrome godsdienst om eigen werk te legitimeren.

Waar Christus letterlijk met Zijn opstandingskracht komt, daar gaat genade werken! Dan hoef je niet eens uit te spreken dat je dat in Zijn naam doet. Hij drukt in genade namelijk zelf Zijn stempel erop. Het kenmerk van werk vanuit genade, werk in Zijn Naam.

Kan je geloven dat ik met tranen in de ogen zat toen ik Aslan bezig zag en wist dat Christus altijd zo met Zijn levendmakende genade actief is in jou en in jou en in jou en ook in mij. Wow!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende