U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Decadente Zonden Van Een Toegewijd Gelovige

Mijn geloofsgroei ging met horten en stoten. Eigenlijk leerde ik het leven uit genade al kennen nadat ik zes jaar daarvoor tot geloof was gekomen. Dat is inmiddels zo’n 36 jaar terug.

Het was bij mij niet zo dat ik na die ontdekking verder altijd uit genade leefde. Ik heb veel gezondigd. Met name in een periode dat ik me bijzonder toewijdde aan de dienst van de Heer. Dat was tussen 1987 en 1997. Terugkijkend moet ik belijden dat veel van mijn doen en laten doortrokken was van zonde.

Ik stond vaak extra vroeg in de ochtend op om mijn Bijbel te lezen. Het leek me dat hoe vroeger ik me in het Woord van God verdiepte, hoe liever God op mij neerkeek.

Ik preste mezelf soms tot een urenlange gebedsstrijd op mijn knieën. Dan sloot ik me, bij voorkeur ’s nachts, op in mijn kamer zodat ik niet gestoord zou worden.
Ook al hoorde ik Bijbels beter te weten werd ik toch bijzonder aangetrokken tot die ‘Kracht Van Omhoog’, waar levens als Charles Finney sterk mee vervuld leken. Ik had nog niet voldoende gedaan om die kracht naar beneden te bidden. Ik hunkerde ernaar.

Alles wat er maar bewoog beëvangeliseerde ik. Mensen winnen voor de Heer dreef me voort. Ik wist nog net dat het vleselijk was om aantallen te tellen. Daar deed ik niet aan mee. In mijn hoofd stonden ze echter wel genoteerd. Wat moet de Heer ingenomen zijn geweest met zo’n inzet voor Hem!

Afgrijselijk! Walgelijk! Laag! Verslaafd! Triest! Dat zijn enkele beschrijvingen van de zondige levensstijl die ik in die tijd leidde. Religieuze zonden zijn wellicht de meest verslavende en de meest verwoestende zonden.

Zit je dit nu met een opengevallen mond van verbazing te lezen? Hier begrijp je echt geen grammetje van? ‘Beweert die Hein nu dat Bijbellezen, bidden en evangeliseren zonde is?’
Ja! Precies!

Alles wat jezelf doet om heiliger en aangenamer voor God te worden is zonde. Feitelijk is het een flagrante ontkenning van het werk van de Heer. Je zegt er eigenlijk mee dat je Zijn werk volkomen minacht.

God zal mij en jou nooit zegenen om iets wat wij voor Hem doen.
Gezegend zijn we, zondermeer.
Zonden zijn consequent weggedaan, zondermeer.
Een nieuw leven werkt Hij, zondermeer.
Het is echter alles Zijn werk in mij en jou. Dat is genade, zondermeer.

Romeinen 14: 23 Alles wat niet uit geloof is, is zonde.
Daar gaat onze vrome toegewijde dienst.

Filippi 2: 13 God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt.
Daar is Zijn heerlijke dienst van genade.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende