U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Het Wondermiddel?

Is Geloof ‘t wondermiddel bij uitstek tot genot? Dit is feitelijk wel de algemene opvatting van de evangelische wereld. Welke plek heeft ’t onderwerp van de blijde boodschap dan nog?

Anekdote: Moeder & Zoon
Diep in de nacht wordt een moeder opgeschrikt door de deurbel. Beneden aangekomen krijgt ze van een politieagent het verschrikkelijke bericht dat haar oudste zoon dood in de hoerenbuurt is aangetroffen. Je kunt je voorstellen dat deze moeder ontroostbaar is. Ze komt om in haar verdriet.

De volgende dag hoor ik dit bittere nieuws vlak nadat ik nog met haar oudste zoon aan de telefoon had gezeten. Dit kan onmogelijk kloppen. Dat was dus niet haar zoon die dood was aangetroffen. Haar zoon leeft namelijk.

Is het nou een zeer gedurfde voorspelling van mij om te verwachten dat wanneer ik deze vrouw de bewijzen overleg dat haar zoon leeft zij in één klap volkomen bevrijdt zou zijn van haar verdriet?

Is het nou niet in eerste instantie nodig dat ik haar de voorwaarde teken dat ze deze bewijzen wel zal moeten geloven? Als zij onvoorwaardelijk gelooft zal ze toch als beloning op haar geloof bevrijd worden van haar verdriet?

Het is natuurlijk zo dat zodra zij de bewijsvoering, dat haar zoon leeft, hoort haar verdriet als vanzelfsprekend verdwijnt. De boodschap dat haar zoon gezond en wel leeft kan haar onmogelijk in dit verdriet laten. Dat verdwijnt als sneeuw voor de zon.

Haar zoon leeft, of ze dat nu gelooft of niet. Haar geloof doet totaal niets af aan de boodschap van dit blijde nieuws. Inderdaad, doordat ze dit blijde nieuws ook gelooft is er nu ook het genot van vreugde voor deze moeder. Die vreugde vindt zijn bron echter niet in haar geloof maar in het feit dat haar zoon leeft.

Het blijde nieuws met de bewijsvoering erin dat haar zoon leeft heeft a.h.w. vanzelf het geloof bij die moeder losgemaakt. Het was dus niet de krachtsinspanning van haar geloof waar die vrouw met blijdschap op terugkijkt. Haar blijdschap is gericht op de levende zoon.

Toepassing: Christus & Wij
Christus heeft de dood overwonnen. Christus heeft ons vrijgekocht uit de macht van satan. Christus heeft ons verzoend met God. Paulus liep met de bewijsvoering van Christus opstanding rond toen nog 500 levende getuigen zijn woorden krachtig bevestigden.
1 Corinthe 15:6 Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie het merendeel thans nog in leven is, maar sommigen zijn ontslapen.
Die bewijsvoering was overweldigend. Onze Heer leeft en is ons Leven.

Het is die levende Heer zelf die ons leven vervuld met blijdschap en genot. Het is de vrijheid in Christus die een feit is of ik dat nu wel of niet geloof. Die vrijheid mag ik me nu in verblijden. De verzoening met God is per definitie een feit.

Ik omhels die heerlijke boodschap. Dat is geen krachtsinspanning waardoor ik mijn vreugde vind in mijn geloof. Mijn geloof is door die Heer zelf opgewekt omdat Hij de dood heeft overwonnen, de losprijs betaald heeft en de verzoening tot stand heeft gebracht.

Christus heeft de dood overwonnen en is Het Leven. Hij is Het Leven voor jou.
Christus heeft de losprijs betaald aan satan. Hij is vrijheid voor jou.
Christus heeft verzoening tot stand gebracht. Jij mag dicht aan het hart van Vader vertoeven.

Het is een feit, of je het gelooft of niet. Je mag er zo onvoorwaardelijk van genieten.
Filippi 1:29 Aan jou is de genade verleend, voor Christus, …. in Hem te geloven.
Geloof is geen wondermiddel tot genot. We verblijden ons in het feit: Christus, de Opgestane die ons Leven is.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende