U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Het Kostbaar Juweeltje

We tobben onnodig wat af.

‘Heer, ik had zulke goed plannen voor vandaag. Nu is er weer niks van terecht gekomen.’
Vader zegt: ‘Kind, Ik hou van jou.’
‘Heer, mijn gedrag is niet iets om blij van te worden.’
Vader zegt: ‘Ik vind Mijn plezier in jou.’
‘Heer, ik had graag wat rechtvaardiger in de wereld willen staan.’
Vader zegt: ‘Je bent Mijn rechtvaardige.’
‘Heer, ik breng niets van Uw opdracht terecht.’
Vader zegt: ‘Mijn Zoon doet Mijn werk in jou.’
Heer, ik faal zo vaak.’
Vader zegt: ‘Ik weet wie je bent en ben blij met je.’
Heer, ik heb weer gezondigd.’
Vader zegt: ‘Je bent Mijn heilige.’
Heer, ik voel me niets waard.’
Vader zegt: ‘Je bent Mijn kostbaar juweel.’

Dit is Hilda, mijn zus. Ze is al een aantal jaren geleden overleden. Hilda was verstandelijk gehandicapt. Vorige week schreef ik al welke voorsprong deze mensen hebben. Ze vertrouwen onvoorwaardelijk.

Mijn ouders hebben het best moeilijk gehad met het handicap van mijn zus, maar ze accepteerden haar onvoorwaardelijk. Ze deden meer dan dat. Ze koesterden haar.

Had mijn zus kunnen spreken, dan had ze terecht kunnen zeggen:
‘Mam, ik breng er niets van terecht.’
Moeder zou hebben gezegd: ‘Kind, Ik hou van jou.’
‘Mam, mijn gedrag is niet iets om blij van te worden.’
Moeder zou hebben gezegd: ‘Ik vind Mijn plezier in jou.’
Voor mijn ouders was er geen kostbaarder juweel dan mijn zus.

Ze was gehandicapt, maar ze was voluit de dochter van mijn ouders en dus geliefd.
Het vlees is ons handicap, maar we zijn voluit kinderen van Vader en dus geliefd.
We zijn Zijn kostbaar juweel.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende