U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Het Was Maar Een Vraag

Genade voedt mensen op tot voorgangers. Nee, dat heeft dus totaal niets met kerkelijke voorgangers te maken.

Genade voedt je niet op tot godsdienstige clowns. Het voedt je op tot Bijbelse voorgangers, oftewel koplopers. David was zo’n koploper.
1 Samuel 17: 26-29 David zei tot de mannen die bij hem stonden: Wat zal men de man doen die de Filistijn [Goliath] daar verslaat en de smaad van Israel afwentelt? Wie toch is deze onbesneden Filistijn, dat hij de slagorden van de levende God tart? En het volk gaf hem hetzelfde antwoord: Aldus zal men de man doen, die hem verslaat. Toen Eliab, zijn oudste broeder, David met de mannen hoorde spreken, werd hij toornig op hem en hij zei: Waarom ben je eigenlijk gekomen? En bij wie heb je die paar schapen daarginds in de woestijn achtergelaten? Ik ken je overmoed en de boosheid van je hart: Je bent gekomen om de strijd te zien. Maar David zei: Wat heb ik nu misdaan?

Het was maar een vraag.

Het hele volk was teruggetrokken in zijn eigen veilige schulpje. Iedereen was als de dood voor Goliath. Niemand nam het tegen hem op om dit terrorisme te verbreken.
Goliath had ieder, stuk voor stuk, zo overdonderd dat alleen nog het gevoel van eigen onbekwaamheid hoogtij vierde.

Romeinen 8: 37 In dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad.
Heerlijk toch? Die overwinning in Christus, die een realiteit is waar genade heerst.
Goliath kreeg het voor elkaar dat het hele volk totaal geen zicht meer had op de enige bron van overwinning. De doorwerking van genade was volkomen lam gelegd.

Herken je wat Goliath uitwerkt? Dat is nou precies datgene wat de reus ‘wetticisme’ altijd uitwerkt in de godsdienstige massa.

De wettische godsdienst torent ver boven alles uit. Het geeft de godsdienstige mens het gevoel van volslagen onmacht.

Ieder kijkt op zijn eigen onbekwaamheid om deze reus te lijf te gaan. Het zicht van de massa is volkomen van Gods almacht afgewend. Waar wellicht enkelen eerst nog uit genade wandelden zijn ook die laatsten in de rolstoel van eigen falen geduwd.

Toch is er nog altijd genade. Eén is zo opgevoed door genade dat hij zelfs als koploper gebruikt kan worden.

Dankzij de genade van God wist David wie hij was. Die genade richt alle aandacht op de Heer. Genade toont wie je nu bent in de Heer. Genade tovert een lach op het gezicht.

De massa van wettisch denken ervaart die genade echter niet als hun hulp. Bij godsdienst geen lach op het gezicht. Godsdienst denkt met een vijand te maken te hebben. Godsdienst kent geen lach op de mond. Het kent alleen gekromde tenen.

De ene sneer buitelt over de andere: ‘Wie denk jij wel dat je bent?’ De vanzelfsprekende reactie als genade het opneemt tegen wetticisme.

Daar waar genade werkt heeft het wettische denken om je heen geen effect. Dat zie je ook bij deze koploper, David.

In onze NBG vertaling krijg je een hele algemene reactie ‘Het was maar een vraag’. Zo’n oppervlakkige reactie kennen we allemaal omdat iedereen wel eens zo geantwoord heeft om onder het tegenvuur uit te komen.

De Staten vertaling is mooier. Daar ga ik dan ook verder vanuit.

De duidelijke stelling van genade uit de mond van David was: ‘Is er geen oorzaak?’

Als het hele volk verlamd is door wetticisme is er dan geen oorzaak voor de genade om te werken? O ja! De genade toont weer wie je in Christus bent. De genade toont weer dat je met Christus bent opgewekt tot in een nieuw leven.

De genade toont dat dit nieuwe leven niet alleen maar overwinnaar is, maar meer dan overwinnaar.

In ons tijdperk van wettisch denken waar reus Goliath in de godsdienst lijkt te heersen is er een grote oorzaak voor de genade om te werken. De godsdienst zal je als vijand benaderen. Men zal sneren: ‘Wie denk je wel dat je bent?’ We mogen zien op wie we zijn in Christus. We mogen die genade laten werken. Die genade voedt ook jou en mij op tot koplopers.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende