U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Kijk je ook met een beetje jaloezie naar die tijd van Jezus rondwandeling op aarde? Dat waren nog eens tijden. Zieken werden genezen en er stonden zelfs enkelen uit de dood op. Op Pinksteren nam dat zeker nog niet in kracht af. We moeten het echter wel op zijn juiste plek laten staan.
Handelingen 3: 19 – 21 Komt dan tot berouw en bekering, opdat je zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, en Hij de Christus, die voor jullie tevoren bestemd was, Jezus, zal zenden; Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher.
De boodschap ging nog altijd uit naar de mannen van Israël. Aan hen werd nog altijd de spoedige wederkomst van Christus beloofd op voorwaarde dat het volk tot berouw en bekering zou komen. Dan zouden de tijden van verademing aanbreken. Dan zouden alle dingen weder opgericht worden. De zieken die genezen werden en de doden die opstonden waren tekenen van de komst van dit Koninkrijk.

Die mensen die genezen waren zijn echter opnieuw weer ziek geworden en uiteindelijk gestorven. Zelfs zij die uit de dood zijn opgestaan zijn toch niet aan het graf ontkomen. Het Koninkrijk is namelijk niet opgericht. Er is namelijk geen berouw en bekering van het volk gekomen. Ze hebben Christus afgewezen. Eerst toen Hij als mens hier op aarde rondwandelde. Later, in de tijd van de Handelingen, toen Hij Zich als de Opgestane aan Zijn volk presenteerde.

Nu kennen we de schepping zoals wij daar zelf ook in onze tijd aan onderworpen zijn.
Romeinen 8: 22 – 23 Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is. En niet alleen zij, maar ook wij zelf, wij, die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam.
Net als de hele schepping zuchten wij. Ons lichaam is nog niet verlost. Daar zien we nog naar uit. Dat is de verwachting van het zoonschap.

Waar is Gods kracht in onze tijd? Hoe kunnen wij in onze tijd de krachtige werking van Gods genade aan den lijve ervaren?
Paulus zelf ondervond lijden aan zijn eigen lichaam. Hij heeft daarover stevig geworsteld in het gebed. Wat was Gods antwoord daarop?
2 Corinthe 12: 7 – 9 Mij is, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen, een doorn in het vlees gegeven, een engel des satans, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen. Driemaal heb ik de Here hierover gebeden, dat hij van mij zou aflaten. En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid.

Paulus kon het lijden niet ontlopen. Hij begreep echter dat het een onderdeel was van het leerproces van genade. God wilde Zijn kracht wel tonen. Die kracht van God zou zich echter ten volle openbaren in de zwakheid van het lijden. Gods kracht openbaart zich in genade en genade alleen.
2 Corinthe 12: 9 – 10 Zeer gaarne zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat de kracht van Christus over mij zal komen. Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, …..want als ik zwak ben, dan ben ik machtig.

2 Corinthe 4: 16 – 17 Daarom verliezen wij de moed niet, maar al vervalt ook onze uiterlijke mens, nochtans wordt de innerlijke van dag tot dag vernieuwd. Want de lichte last der verdrukking van een ogenblik bewerkt voor ons een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid,

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende