U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Aanbeveling

Als we iemand of iets aanbevelen, dan spreken we niet anders dan positieve, lovende woorden. We komen tot die slotsom nadat we voor onszelf een lijst met positieve en negatieve punten hebben opgesteld. Wanneer de positieve punten veruit in de meerderheid zijn komen we tot een aanbeveling. Het opstellen van een lijst met pro’s en contra’s zit ook in het origineel Griekse woord, waar de aanbevelingen in de Bijbel uit voortvloeien.

Zetten we de Bijbelgedeelten met dit woord naast elkaar dan krijgen we aan de ene kant de mens die zich beroemt op zijn prestaties. De wettische kant.
Aan de andere kant treffen we de mens aan die uitsluitend terugvalt op de overvloeiende genade van God. De kant van Gods genade.

Het kenmerk van de wettische kant is dat je de prestaties van jezelf met die van anderen vergelijkt. Na een grondig vergelijk vind je dat jij er het beste uitkomt en je geeft jezelf een pluim.
Daarna vergelijk je alles wat je tegenkomt met die maatstaf waar jijzelf aan voldoet. Jij wordt de maat waarmee je meet. Dat is wat Paulus bij de gelovigen in Corinthe opmerkt.
2 Corinthe 10: 12 Wij durven ons niet tellen onder of stellen naast sommigen van hen, die zichzelf aanbevelen. Maar zij meten zich af naar en vergelijken zich met zichzelf, zonder het zelf te begrijpen.

Zolang we onze eigen maat zijn, zal er geen werking van Gods overvloeiende genade zichtbaar zijn in ons leven. Wij bepalen het alles zelf wel. Vandaar de vraag die Paulus aan deze gelovigen stelde.
2 Corinthe 3: 1 Gaan wij weer onszelf aanbevelen? Of hebben wij soms, gelijk sommigen, aanbevelingsbrieven bij u of van u nodig?

Deze vraag was niet een start tot het promoten van het elkaar aanbevelen. Het was de start van een uitleg over de werking van Gods Geest. Die werking loopt uit op een overstromende vloed van Gods genade.
2 Corinthe 3: 17-18 Waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid. En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid van de Heer weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Heer, die Geest is.

Die bediening van Gods Geest vormt zijn eigen aanbeveling. Die dienst vindt zijn grond namelijk in die overvloeiende genade van God.
2 Corinthe 4: 2 Wij zijn onze eigen aanbeveling voor het oog van God.
2 Corinthe 10: 18 Niet wie zichzelf
aanbeveelt, maar wie van de Heer een aanbeveling ontvangt, heeft de proef doorstaan.

Daar waar Gods overvloeiende genade stroomt, is het God zelf die de aanbeveling doet.

Alle Dingen Hebben Hun Bestaan In Hem

Colosse 1: 17 Hij [Christus] is voor alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem;

Inderdaad, hier stuiten we op een andere vertaling. Het is echter hetzelfde woord. Je kan het dus simpel weergeven met ‘alle dingen hebben hun aanbeveling in Hem’.

Die overvloeiende genade van God werkte bij voorbaat al in Christus. Hij was voor alles. Hij heeft ook een lijst opgemaakt. Op die lijst zijn er geen contra’s. Die zijn allen door Zijn werk volledig teniet gedaan. Op die lijst staan alleen maar pro’s. Vandaar dat alle dingen hun aanbeveling in Hem hebben.
2 Corinthe 10: 18 Wie van de Heer een aanbeveling ontvangt, heeft de proef doorstaan.

Wat een rijkdom van genade.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende