U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Aalscholver

Leviticus 11: 13-17 Deze zullen jullie verafschuwen onder de vogels, (zij mogen niet gegeten worden, een gruwel zijn zij): de arend, …. de aalscholver en de oehoe,
Deuteronomium 14: 12-17 Deze zijn het, waarvan jullie niet eten zullen: de arend, ... de pelikaan, de aasgier en
de aalscholver;

De één vertaalt het met aalscholver, de ander met Jan van Gent, weer een ander met de reiger en zelfs de zwaan komt langs. Daarnaast heb je nog de mogelijkheid van het duikertje en zelfs de visuil.

De verwarring over al die onreine vogels is vrijwel Babylonisch. Je ziet het alleen al bij deze aalscholver. De ene commentator gaat er vrijwel zeker vanuit dat het een zeemeeuw is, terwijl de andere commentator zeker is van een totaal andere weergave. Bij alle andere vogels in dit rijtje bestaat trouwens dezelfde grote verwarring.

Het is met name bij de vogels zo vanzelfsprekend dat de wettische mens zo’n stuk verder gaan dan dat de wet vereist. Het is namelijk niet zo absoluut zeker meer wat de wet vereist. Dan kan je dus beter het zekere voor het onzekere nemen en alle variaties maar laten vallen onder onrein.

Je zou denken dat je met deze aalscholver geen boodschap van genade kunt terugvinden. Maar dan hebben we buiten de God van alle genade gerekend. Die God van genade verklaart deze aalscholver rein en heilig.
Handelingen 10: 15 En Wat God rein verklaard heeft, zal jij niet voor onheilig houden.
Letterlijk staat er: ‘Welke God reinigt, maak jij niet onheilig’.

Al het gevogelte verscheen daar op het laken aan Petrus en hij mocht zonder gewetensbezwaar slachten en eten. Hij had gigantische honger. Dat had een wettische geest in een behoorlijk geestelijke strijd kunnen storten. Maar hij hoefde zijn hoofd niet te breken over het wettisch vraagstuk of hier nu een aalscholver, een zeemeeuw of een zwaan bedoeld werd als onrein.
De genade van God verklaarde alles rein en heilig.

De genade, die tot op dat moment uitsluitend aan het volk Israël geadresseerd was, kwam nu open voor de volkeren. Deze aalscholver was zo’n plaatje van een heiden, een niet jood. Hij hoorde er niet bij. Hij was buitengesloten van Gods genade.

De God van alle genade gebruikte de val van Israël om de overvloeiende genade nu ook uit te storten over die aalscholvers, over de volkeren.
Romeinen 11: 11 Door hun [Israël] val is het heil tot de heidenen gekomen,

De revolutie van genade die hier plaatsvond kunnen wij ons maar zeer moeilijk voorstellen. Dat is ook de reden waarom wij, heidenen van huis uit, er zo makkelijk vanuit gaan dat met Pinksteren alle genade over de hele wereld al losbrak. Indien dat het geval was geweest, dan had Petrus niet tot driemaal toe deze les hoeven leren.

Aalscholvers zijn rein, ondanks de scherpe scheiding die God onder de wet had aangebracht tussen reine en onreine vogels. Tot op Handelingen 10 waren ze onrein voor elke gelovige.
Heidenen zijn nu voorwerpen van genade, ondanks de scherpe scheiding die God onder de wet had aangebracht tussen Zijn heilig volk en de volkeren. Tot op Handelingen 10 waren de volkeren onrein voor de gelovigen.

De God van alle genade heeft zelfs aalscholvers rein verklaard.
De God van alle genade heeft nu overvloeiende genade voor ons heidenen.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende