U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Aanbidding 8

Met ons onderwerp ‘aanbidding’ belanden we nu in het Nieuwe Testament. De Redder van de wereld is ter dood gebracht en Zijn volgelingen hebben eigenlijk de moed opgegeven.

Het is nu de derde dag. De beide Maria’s lopen naar het graf als daar een grote aardbeving plaatsvindt. De aankondiging van het heerlijkste gebeuren in de wereldgeschiedenis. De opstanding van Christus!

Mattheus 28: 6-9 Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, gelijk Hij gezegd heeft; komt, ziet de plaats, waar Hij gelegen heeft. En gaat terstond op weg en zegt zijn discipelen, dat Hij is opgewekt uit de doden. En zie, Hij gaat jullie voor naar Galilea; daar zullen jullie Hem zien. Zie, ik heb het jullie gezegd. En zij gingen terstond weg van het graf, met vrees en grote blijdschap, en liepen haastig voort om het Zijn discipelen te berichten. En zie, Jezus kwam haar tegemoet en zei: Weest gegroet. Zij naderden Hem en grepen zijn voeten en zij aanbaden Hem.

Christus is opgestaan uit de dood. Hij heeft de dood en het graf overwonnen. De Redder van de wereld leeft!

De beide Maria’s krijgen niet de opdracht om te aanbidden. Maar ze ontmoetten hun opgestane Heer. Ze hebben contact met een levende Heer! Logisch dat ze als vanzelf neerknielen en Hem aanbidden.

Genade is de actieve werking van de opgestane Heer. Hier zien we genade aan het werk. Hier zien we de allereerste uitwerking die een opgestane Heer op mensen heeft: Aanbidding.
De beide vrouwen hadden de opdracht gekregen om te komen, te zien, te gaan en te zeggen. Zij zouden in de mensengeschiedenis de eerste ooggetuigen zijn van de opstanding.
Zij zouden de eerste predikers van een opgestane Heer zijn. Maar de allereerste uitwerking die deze opgestane Heer op hen heeft is: Aanbidding.

Het was genade waardoor ze mochten komen. Het was genade waardoor ze mochten zien. Het was genade waardoor ze mochten gaan en spreken. Maar de allereerste werking van genade die de opgestane Heer op hen had was: Aanbidding.

Deze allereerste predikers van de opgestane Heer vertrokken inderdaad terstond en gingen ook daadwerkelijk spreken tot Zijn discipelen.

Daar bij die discipelen zien we opnieuw de uitwerking die een opgestane Heer heeft. We zien opnieuw wat genade bij deze discipelen uitwerkt: Aanbidding.

Mattheus 28: 16-17 De elf discipelen vertrokken naar Galilea, naar de berg, waar Jezus hen bescheiden had. En
toen zij Hem zagen, aanbaden zij,

Het was in het oude Testament reeds bekend dat genade betekent dat het de Heer zelf is die de lofzang van aanbidding aanheft. We hebben in het Oude Testament reeds gezien hoever de reikwijdte van deze genade is.
Hier in de Evangeliën zien we dat de werking van deze genade plaatsvindt dankzij de opgestane Heer. Hij is het Leven in elke gelovige die de genade uitwerkt. Hij is de bron van onze aanbidding.

Ook wij mogen in het geloof onze ogen richten op de Opgestane. Ook wij zullen vol ontzag op onze knieën vallen en Hem aanbidden. Hij, de Opgestane, onze Vrede.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende