U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Aanbidding 6

Psalm 5: 7 Ik zal, dank zij Uw overvloed van genade, Uw huis binnengaan, en U aanbidden naar uw heilige tempel.

Dit is één van die Messiaanse Psalmen. Dat wil zeggen dat dit ons een profetisch vergezicht geeft hoe de Messias Jezus Christus komen zou in een vijandige wereld, die tegen Hem gekeerd was.
Psalm 5: 9 Want in hun mond is niets betrouwbaar, hun binnenste is enkel verderf, hun keel is een open graf, zij maken hun tong glad.

Herkennen we onszelf niet in die vijandige wereld? Was dit niet het plaatje dat Paulus in Romeinen 3 van de hele mensheid gaf. In die wereld trad de Messias binnen. Geschiedkundig is dat verleden tijd. Hier in Psalm 5 is dat nog puur profetisch en dus toekomstig.

De Heer trad deze wereld binnen gehuld in die overvloed van Gods genade. We lezen in de eerste vier verzen van deze Psalm hoe de Heer Zijn gebeden vanaf het vroegste uur van de dag tot God richt.
Psalm 109: 4 Ik ben één en al gebed;

Het vertrouwen van de Messias in het werk dat Hij kwam doen was op Vader gericht.
Psalm 5: 8 Yahweh, leid mij door Uw gerechtigheid om mijn belagers wil; effen Uw weg voor mijn aangezicht.
Wat de Vader werkt doet de Zoon. Het is de overvloed van Gods genade die werkt.
Johannes 4: 34 Jezus zei tot hen: Mijn spijze is de wil te doen van Hem, die Mij gezonden heeft, en zijn werk te volbrengen.

De bron van onze aanbidding ligt niet in een eigen prettig gevoel. Het ligt niet in onze toewijding aan God. Het ligt zelfs niet in onze liefde tot God. De bron van onze aanbidding ligt hier opgetekend. Het is die overvloed van genade waardoor de Messias gedreven werd om het werk van verlossing tot stand te brengen.

Het is de Messias die ondanks alle tegenstand van de vijandig, godsdienstige wereld het huis van Vader binnenging. Het was de overvloed van Gods genade die Hem daarin leidde. Het is de Messias die daar in Vaders huis zich neerboog en aanbad. Het was de overvloed van Gods genade die Hem daarin leidde.
Het was de Messias die de lofzang aanhief.
Psalm 22: 22 Ik zal Uw naam aan mijn broeders verkondigen, in het midden van de gemeente zal ik U lofzingen.
Psalm 22: 25 Van U komt mijn lof in een grote gemeente,
Psalm 40: 9 Ik verkondig de blijde boodschap van Uw gerechtigheid in een grote gemeente;

Aanbidding ontstond daar waar de Messias het werk volbracht. Het was de overvloed van Gods genade waardoor Hij dit werk volbracht. Het is diezelfde overvloed van Gods genade die deze aanbidding nu in jouw en mijn hart bewerkt omdat al het werk volbracht is.

In een God vijandige wereld heeft een overvloed van Gods genade gewerkt.
Vijanden zijn nu met God verzoend dankzij die overvloed van Gods genade.
Vijanden zijn nu aanbidders als nieuwe scheppingen in Christus dankzij die overvloed van Gods genade.
Openbaring 19: 1 Halleluja, de zaligheid, en de heerlijkheid, en de eer, en de kracht zij de Here, onze God.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende