U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

‘Geloven doe je in de kerk, hier moet je het zeker weten’.
Een bekende uitdrukking waaruit blijkt hoe weinig idee er in de maatschappij is over het onderwerp ‘geloof’.

Geloof wordt verward met een optimistische kijk op het leven. Iemand met wilskracht toont volgens het gros van de mensen geloof. Welk ideaal je jezelf ook voor ogen stelt, als je er maar sterk genoeg in gelooft, dan zul je het ook bereiken. Daarmee maakt men van geloof een prestatie.

Een in wezen intellectueel persoon kan je toch wijs maken dat hij zonder zijn geloof in de zaak zijn graad, zijn doctorandus of zijn diploma niet gehaald zou hebben. Een zorgzame moeder bemoedigt haar dochter dat ze geloof moet hebben dat het allemaal toch wel weer op zijn pootjes terecht zal komen.

In de Bijbel is ‘geloof’ eenvoudig vertrouwen dat God Zijn beloften na zal komen. Dat geloofsvertrouwen is gegrond in de Bijbel zelf als het Woord van God.
Romeinen 10: 17 Zo is dan het geloof uit het horen, en het horen door het woord van Christus.

Tegenwoordig wordt van alles en nog wat bedankt. Ontkomt men ternauwernood uit een levensbedreigende situatie dan is het geluk hen goed gezind. Men is dankbaar dat men gezond is. Men is dankbaar dat men een goede baan heeft. Men is dankbaar voor de kinderen die men gekregen heeft. Men is dankbaar. De adressering voor de dankbaarheid blijft daarbij in de lucht hangen.

Paulus, die zo’n gezonde kijk heeft op de overvloeiende rijkdom van genade weet waarvoor hij dankbaar is en ook aan wie hij dankbaar is. Hij weet dat zelfs zijn vertrouwen op die God van genade niets anders is dan een cadeautje van genade.

Filippi 1: 29 Want aan u is de genade verleend, voor Christus, in Hem te geloven.
Evenals Paulus mogen we die genade kennen en evenals Paulus weten we ook wie we dankbaar zijn: God zelf. Evenals Paulus weten we ook waarvoor we dankbaar zijn.

1 Corinthe 15: 57 God breng ik dank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus.

2 Corinthe 2: 14 God
breng ik dank, die ons te allen tijde in Christus doet zegevieren.

2 Corinthe 9: 15 God
breng ik dank voor Zijn onuitsprekelijke gave!

Colosse 1: 12 - 13 en
danken jullie met blijdschap de Vader, die jullie toebereid heeft voor het erfdeel van de heiligen in het licht. Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde,

Het is de genade van God die naar ons ieder uitgaat en ons leidt. Op die God van alle genade kunnen we altijd vertrouwen. Hem brengen we dank.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende