U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Mattheus 12: 39 Een …. geslacht verlangt een teken.
Mattheus 16: 4 Een …..
geslacht verlangt een teken.
Markus 8: 12 Waartoe begeert dit
geslacht een teken?
Lukas 11: 29 Dit
geslacht …… begeert een teken.
Handelingen 5: 12 door de handen der apostelen geschiedden vele
tekenen .. onder het volk.
Handelingen 6: 8 Stefanus…… deed … grote tekenen onder het volk.
1 Corinthe 1: 22 de
Joden verlangen tekenen.
Uit al deze Bijbelteksten blijkt dat tekenen en wonderen bedoeld waren voor een bepaald geslacht, oftewel een bepaald volk, namelijk: de Joden.

Eerst de Jood
De vier Evangeliën en het boek de Handelingen richten zich op Gods omgang met de Jood in de allereerste plaats. Elke gelovige uit de heidenen, oftewel de niet joden, die aangeschreven werd in die periode van 29 tot 61 na Christus was onderworpen aan de zegeningen van Gods bevoorrechte volk Israël. Concreet kon dat dus een heiden uit Rome, Corinthe, Galaten of Thessalonica zijn. Die brieven vielen namelijk allen binnen die periode. In die periode gold: ‘Eerst de Jood’ (Romeinen 1: 16).

Heidenen als Jodengenoten
Als een heiden in die periode tot geloof kwam, dan moest hij dus proseliet van het Jodendom worden. Dit was een principe in de Evangeliën, de periode dat de Heer Jezus Christus Zijn Koninkrijk aanbood aan Zijn volk. Dit principe bleef echter ook gelden toen Petrus en zijn medeapostelen datzelfde Koninkrijk aanboden tijdens de Handelingenperiode. Nu komt echter een bewering van mijn kant, die voor velen moeilijk te verteren is: Dit principe gold ook nog altijd gedurende Paulus eerste bediening, toen hij een dienaar was van het Nieuwe Verbond (2 Corinthe 3: 6).
Er zijn er helaas maar weinigen die deze laatste sprong meemaken. Ook in Paulus vroege dienst tot 61 na Christus bleef Gods beginsel overeind staan: Eerst de Jood.

Bijbelse grond voor tekenen en wonderen?
Spreek ik me te stellig uit in mijn opschrift van deze artikelenreeks? Zijn er wel degelijk tekenen en wonderen terug te vinden in die Nieuwe Mens, die het Lichaam van Christus genoemd wordt in Efeze 2? Worden er tekenen en wonderen beschreven binnen de huishouding van het geheimenis, zoals die in Efeze en Colosse beschreven wordt?
U, die de dingen onderscheidt die verschillen (Filippi 1: 9-10) en u, die het Woord van God recht snijdt (2 Timotheus 2: 15), heeft u ook niet de verantwoording om dit praktische verschil over tekenen en wonderen Bijbels te onderzoeken?

Gespleten christelijke persoonlijkheden
Helaas zie je dat er een onderscheid gemaakt wordt tussen de Bijbelse kennis in studielokalen en het praktisch beleven van het geloof. In het lokaal waar de studie verricht wordt kunnen we onderscheiden dat onze zegeningen een rijkdom inhoudt van alle geestelijke zegeningen in de hemelse. In het praktisch beleven van het geloof lijkt die rijkdom verloren omdat er gezocht wordt naar materiële zegeningen hier op de aarde. Er blijkt een gespletenheid te bestaan tussen het theoretisch onderzoek en het praktische beleven.
Zijn echt alle geestelijke zegeningen in de hemelse vertrokken zodra we tobben met onze gezondheid? Nee, de Bijbel leert dat we nog steeds zo rijk gezegend zijn, zelfs al liggen we tegen het sterven aan. Waar is ons oog op gericht?

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende