U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

1 Corinthe 1: 22 de Joden verlangen tekenen.De tekenen en wonderen waren direct gerelateerd aan het volk Israël. Heidenen die in de Handelingentijd tot geloof kwamen werden proselieten van het Jodendom. Dat beginsel hoorde ook nog thuis in Paulus vroege dienst onder het Nieuwe Verbond.

Paulus dubbele dienst
We gaan nog even iets verder in op Paulus vroege dienst en zijn latere dienst specifiek aan ons. Hiervoor citeer ik zijn roeping uit Handelingen, zoals die in de Staten Vertaling staat. In de NBG is de essentie van wat ik wil aanwijzen helaas weer weg vertaald.
Handelingen 26: 16 Maar richt u op, en sta op uw voeten; want hiertoe ben Ik [Christus] u verschenen, om u te stellen tot een dienaar en getuige der dingen, beide die gij gezien hebt en in welke Ik [Christus] u nog zal verschijnen;
Paulus was dus een dienaar aan beide, oftewel hij had een dubbele bediening. Zijn eerste bediening betrof Jezus als Messias voor het Koninkrijk van Israël, wat wel de dienst van het Nieuwe Verbond genoemd wordt. Deze dienst wordt in dit vers genoemd als de dienaar van de dingen die je gezien hebt.
In dit vers staat tegenover die eerste dienst van Paulus de dienst van de dingen waarvoor Christus nog aan Paulus zal verschijnen. Dat is dienst van het geheimenis, zoals die geopenbaard is in die ene Nieuwe Mens in Christus, waar Efeze 2: 15 over spreekt.

Gelovige Heidenen tijdens die eerste dienst van Paulus
Paulus trok erop uit volgens het principe: ‘Eerst de Jood, dan de Griek’. De Griek is in het Nieuwe Testament de niet Jood oftewel de Heiden. Praktisch hield dat in dat Paulus altijd het Woord van het Nieuwe Verbond aan het volk presenteerde met wie dat Verbond ook gesloten was (Jeremia 31: 33). Paulus bracht die boodschap aan de Jood, primair. Daarnaast stond hij het heidenen ook toe om, als het ware ‘Genade proselieten’ te worden door geloof.
Aan dat geloof van die heidenen zat geen zware last van enige wet verbonden, zoals wel het geval was voor de joodse gelovigen, behalve de vier lichte opdrachten die je tegenkomt in Handelingen 15: 20. Er was ook geen noodzaak tot besnijdenis of waterdoop.
Heidenen bleven heidenen in die huishouding van God, ook als waren het gelovige heidenen. Eveneens bleven joden die tot geloof kwamen gelovige joden. De primaire plaats in die huishouding was voor de Jood. Een gelovig heiden werd proseliet en daarmee onderworpen aan het Joodse leiderschap van oudsten en opzieners. In de huishouding waarin de tekenen en wonderen thuishoorden was er dus een radicaal andere verhouding tussen de diverse groepen gelovigen dan in de huishouding van genade waarin wij allen één zijn in Christus.

Voorbeeld van zo’n prediking van het Nieuwe Verbond
Handelingen 13: 38 – 39 Zo zij u dan bekend, mannen broeders, dat door Hem u vergeving van zonden verkondigd wordt; ook van alles, waarvan u niet gerechtvaardigd kon worden door de wet van Mozes, wordt ieder, die gelooft, gerechtvaardigd door Hem.
Hier spreken Paulus en Barnabas de Galaten aan. Menigeen denkt daarbij aan heidenen in die landstreek. Het is duidelijk dat het weinig zin had om heidenen met de wet van Mozes te confronteren, laat staan als je hen dan ook nog probeert wijs te maken dat ze door die wet geprobeerd hebben rechtvaardig te worden. Nee, dit is het beginsel van de Jood op de eerste plaats, het beginsel van de prediking van het Nieuwe Verbond.

Vooraanstaande positie van de Jood
In de tijd dat de prediking van het Nieuwe Verbond uitging naar de Galaten had God Zijn volk Israël nog altijd niet aan de kant gezet. Paulus dienst in de jaren 43 tot 61 na Christus was door en door Joods. Heidenen konden meeluisteren, ook zij konden door genade tot geloof komen. Daarmee werden ze dan ‘Genade proselieten’ onder de Joodse boodschap van het Nieuwe Verbond.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende