U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Het tweede hoofdstuk van Paulus brief aan de Romeinen is donker en duister. Het is puur een indroevig hoofdstuk dat echter wel degelijk de deur wagenwijd opzet voor de rijkste zegeningen die wij met ons menselijk hart kunnen bevatten: Redding door genade alleen.

De openingswoorden ‘daarom ben jij niet te verontschuldigen’ hakken er stevig in. Ik krijg nogal eens te horen dat ik te bot ben. Nou, hier is Paulus geleid door de Heilige Geest behoorlijk bot. Jij bent niet te verontschuldigen. Je hebt echt geen enkele verontschuldiging. God legt onze zondige staat bloot, niet om ons te veroordelen, maar om ons te redden.

Het is die zondige staat van ons waardoor de meeste filosofieën en de Bijbel zo gigantisch met elkaar in aanvaring komen. De meeste filosofen moeten niets hebben van die zondige staat van de mens. In het algemeen komen zij met de stelling dat de mens wezenlijk goed is, terwijl het bewijs van het tegendeel voor het opscheppen ligt. Je hoeft alleen maar het acht uur journaal te volgen. Vandaar dat je ook weinig hulp kan verwachten van onze grote denkers, terwijl de Bijbel heel simpel komt met het blijde nieuws van Gods bevrijdende genade.

De Griekse filosofen uit Paulus tijd kan je zo naast de moraalridders van onze tijd zetten. Zij zagen de verwording van hun tijd en verkondigden normen en waarden, de ze zelf met voeten traden. Logisch dat Gods uitspraak over deze verkondigers van normen en waarden zo helder en krachtig uit Paulus pen vloeide.

Romeinen 2: 1 Daarom ben jij, o mens, wie jij ook bent, niet te verontschuldigen, wanneer jij oordeelt. Want waarin jij een ander oordeelt, veroordeelt jij jezelf; want jij, die oordeelt, bedrijft dezelfde dingen.

Zo liggen de zaken er nog steeds voor. Menigten hypocriete, zelfvoldane mensen schrijven andere mensen, die niet passen binnen hun plaatje van normen en waarden hun regels voor. Ze vergeten daarbij voor het gemak maar even dat God door de façade heen het hart aanziet. Voor God is haat simpelweg moord. Voor God staat jaloezie gelijk aan diefstal en begeerte is al overspel. Niet pas wat we uiterlijk doen telt voor God, maar al onze innerlijke overwegingen tellen. Hij ziet de motieven, de drijfveren, de verlangens van ons hart. Dan blijkt dat niemand een verontschuldiging heeft.

Is het nou niet juist geweldig dat er helemaal geen verschil is. De grootste moordenaar, verkrachter of oplichter staat voor God gelijk met de meest verheven moraalridder. Alles ligt op de hoop: Uitschot. God ontfermt Zich over al dat uitschot. Gods genade en ontferming overtreft die hele berg.

We hebben geen van allen een verontschuldiging, maar zijn allen gerechtvaardigd uit Zijn genade. Dank God voor die genade!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende