U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Roemen In God

Romeinen 5: 10 Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood zijns Zoons, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft;
Als de Bijbel geen grond zou geven om te zeggen dat er meer is dan het kruiswerk van Christus, dan zou ik het ook absoluut niet naar voren durven brengen. De Bijbel geeft echter nadrukkelijk aan dat het leven waar wij nu uit putten, niet het lijden en sterven van de Heer is. Wij putten uit Zijn opstanding. Na het gebruikelijke ‘veel meer’ schrijft Paulus hier dat wij behouden worden doordat Hij leeft.

‘Omdat Hij leeft ben ik niet bang voor morgen’. Ik mag nu zeker weten dat Hij in mijn leven alles gaat uitwerken doordat Hij leeft. Zijn leven is nu de bron waar wij voortdurend uit mogen putten. Die bron van Zijn opstandingleven zorgt voor overvloeiende rijkdommen.

Romeinen 5: 11 en dat niet alleen, maar wij roemen zelfs in God door onze Here Jezus Christus, door wie wij nu de verzoening ontvangen hebben.
Ja, daar hebben we alweer zo’n stap in die overvloeiende stroom van Gods genade: ‘en dat niet alleen’. Zou je denken dat de maat nu wel vol is dan komt er toch weer een ‘dat niet alleen’.

‘Wij roemen zelfs in God’. Hoe meer jij je bewust wordt wat die genade van God in jou leven wil bewerken, hoe meer jij die intieme relatie met God leert kennen.
Colosse 3: 3 Want jij bent gestorven en jouw leven is verborgen met Christus in God.
Jouw leven is met Christus verborgen in God. Als we ons bewust worden dat dit ons verstopplekje in God is, dan wordt het een zekerheid dat niets ons kan raken.

Mensen komen met hun oordelen, maar niets kan ons raken. ‘Is dit nu niet onverschilligheid ten top?’, zullen nu sommigen wellicht denken. Is Paulus dan onverschillig?
1 Corinthe 4: 3 Nu raakt het mij zeer weinig, of ik al door jullie of door enig menselijk gericht beoordeeld word. Ja, ook mijzelf beoordeel ik niet.
Het raakt Paulus maar weinig hoe mensen over hem denken. In onze taal zou je kunnen zeggen: Het zou hem een zorg zijn.

Paulus gaat nog een hele stap verder. Hij beoordeeld ook zichzelf niet. Dit is een heel praktisch gegeven. Wat zitten we vaak te wroeten in onszelf: ‘Hoe zit het nou met mij? Ben ik al ver genoeg gegroeid in dit facet van mijn leven? Doe ik dit wel goed? Heb ik wel een goed antwoord aan die persoon gegeven?’ Zo kan je ons tobben over onszelf nog wel verder uitbreiden. ‘Ook mijzelf beoordeel ik niet’ schrijft Paulus. Komt die onverschillige houding nu voort uit een stuk hoogmoed?

1 Corinthe 5: 4 Want ik ben mij van niets bewust, maar daardoor ben ik niet gerechtvaardigd; Hij, die mij beoordeelt is de Here.
Paulus zegt dat hij zich van niets bewust is. Dat houdt in dat hij zich helemaal niet met dit soort getob bezig houdt. Zou dit het enige zijn dat Paulus schreef dan zou je hem inderdaad van oppervlakkigheid kunnen beschuldigen, maar Paulus geeft heel concreet de bron weer waar deze houding uit voortkomt.

Hij die mij beoordeelt is de Heer’. Daar heb je de bron. Paulus roemt zelfs in God. Hoe kijkt God namelijk tegen Paulus aan? Maar ook, hoe kijkt God tegen jou en mij aan? Hij ziet alles wat de opgestane Christus uit Zijn genade in jouw en mijn leven werkt. Alles wat daar niet uit voortkwam is allang geoordeeld op het kruis en ligt in het graf van Christus.

1 Corinthe 4: 5 Daarom, velt geen oordeel voor de tijd, dat de Here komt, die ook hetgeen in de duisternis verborgen is, aan het licht zal brengen en de raadslagen der harten openbaar maken. En dan zal aan elk zijn lof geworden van God.
Straks komt de Heer en dan bekijken we samen de film van ons leven. Dan komt het oordeel van God over alles wat Christus in jouw en mij bewerkt heeft. Daarom kunnen wij een oordeel over een ander rustig uitstellen en in de handen van die Heer laten. Ik hoef niet over jou te oordelen en jij niet over mij. Daarom raakt zo’n oordeel me ook nauwelijks want ik mag roemen in God.

Waar wij elkaar op mogen wijzen is wat we in de opgestane en verheerlijkte Heer hebben ontvangen. Hoe meer we in ons denken ons bezig gaan houden met die Heer als ons leven, hoe meer we dat ook praktisch gaan proeven, hoe meer die intieme relatie met God ook een steeds grotere werkelijkheid wordt. Dan roemen we in God.

Hier in Romeinen 5 tekent Paulus een overvloed van wat wij in de persoon van de opgestane Christus hebben ontvangen. Laten we uit die genade steeds meer en meer leren leven. God blijft doorschenken. Altijd meer, steeds meer. Een overvloedig leven.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina