U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

God Is Machtig Leven Uit De Dood Te Wekken

Romeinen 4: 18 hij [Abraham] heeft tegen hoop op hoop geloofd, dat hij een vader van vele volken zou worden, volgens hetgeen gezegd was: Zo zal uw nageslacht zijn.

Het werk van genade waardoor de redding voor honderd procent absoluut zeker is geweldig, maar de Heer wil veel meer geven. Hij wil dat we dat leven uit de dood ook in ons leven ervaren mogen. Dat is ook wat we in het plaatje van Abraham tegenkomen. We kwamen dat al tegen in het verstorven lichaam van Abraham en ook in het verstorven lichaam van Sara. De Heer werd daardoor niet gestopt. Integendeel, Hij werkte leven uit de dood. Maar Hij werkt dit beginsel van leven uit de dood nog verder uit in het leven van Abraham. Toen hij dan eindelijk die beloofde zoon ontvangen had vertelde Yahweh hem dat hij met zijn zoon de berg op moest gaan. Yahweh vroeg aan Abraham om daar die zoon te offeren.

Nou heeft de Heer in jouw leven iets geweldigs tot stand gebracht en dan lijkt het alsof de Heer ook nog van dat geweldige in je leven vraagt om het in de dood te brengen. ‘Offer hem daar’. Abraham en Izaäk gaan de berg op. ‘Vader, we hebben hout en vuur bij ons, maar waar is het offer?’, vraagt Izaäk. ‘God zal Zichzelf van een offer voorzien, mijn zoon’, antwoordde Abraham. Die twee gaan verder. Abraham wist wat God van hem vroeg. Hij wist ook dat God allang een oplossing had.

Abraham had toen begrepen dat hij kon vertrouwen op een Heer die leven uit de dood werkt. God had beloofd dat hij door zijn zoon een groot nageslacht zou krijgen. Opnieuw is het geweldige dat God de score van wat in ongeloof gedaan is helemaal niet heeft bijgehouden. Die handelingen bestaan helemaal niet meer voor God. Abraham was een geloofsheld.

Hebreeën 11: 17 – 19 Door het geloof heeft Abraham, toen hij verzocht werd, Izaäk ten offer gebracht, en hij, die de beloften aanvaard had, wilde zijn enige zoon offeren, hij, tot wie gezegd was: Door Izaäk zal men van nageslacht van u spreken. Hij heeft overwogen, dat God bij machte was hem zelfs uit de doden op te wekken, en daaruit heeft hij hem ook bij wijze van spreken teruggekregen.

Het leven van Abraham kenmerkte zich door een geloof in de God die doden opwekt. De Heer Jezus is van tussen de doden uit opgestaan. Dat is de basis van mijn en jouw praktisch geloofsleven. Zijn opstandingleven is jouw leven. Daar houdt God rekening mee. Dat wil God in jouw leven openbaren.

Ik zei al dat Paulus twee getuigen ging opvoeren. We zijn nu bij die tweede getuige aanbeland. Abraham leefde 430 jaar voordat God met de wet voor het volk Israël kwam. Het beginsel dat iemand als een rechtvaardige leeft door simpel te vertrouwen op God werkte dus al 430 voordat de wet er was. Toen kwam Mozes. God gaf Zijn volk Israël door Mozes de wet. Heeft God toen dit beginsel losgelaten? Was een rechtvaardig leven voor God toen plotseling afhankelijk van werken die de mens moest doen? Nee.

Koning David leefde in de tijd dat de wet als basis voor het leven gold. Elke sabbat werd Mozes in de synagoge gepredikt. Maar we hebben gelezen in Romeinen 4 dat David het ware geluk kende.
Romeinen 4: 7 – 8 Zalig [Gelukkig] zij, wier ongerechtigheden vergeven en wier zonden bedekt zijn. Zalig [Gelukkig] de man, wiens zonde de Here geenszins zal toerekenen.

David was een gelukkig mens. Niet omdat hij tot koning gekozen was door God. Niet omdat hij macht had. Niet omdat hij rijk was. Daar kan je soms tijdelijk vrolijk over zijn, maar David was gelukkig. Hij kende de God die ongerechtigheden vergeeft. Hij kende de God die zonden bedekt. Hij kende de God die de zonde totaal niet toerekent. Dat is de ware bron van zijn geluk.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende