U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Opgewekt Tot Onze Rechtvaardiging

De Zoon van God, Christus, is opgestaan. Hij is een levende Heer en als zodanig is Hij mijn leven. Dat is het hele onderwerp van dit hoofdstuk in de Romeinenbrief.
Romeinen 4: 25 die [Christus] is overgeleverd om onze overtredingen en opgewekt om onze rechtvaardiging.
Paulus roept in dit hoofdstuk van de Romeinenbrief vanuit het Oude Testament twee getuigen van dit opstandingleven op.

In het voorgaande hoofdstuk van de Romeinenbrief had Paulus al geschreven dat het hele Oude Testament getuigenis gaf van dit opstandingsleven.
Romeinen 3: 21 Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen,
De gerechtigheid van God is nu, na het kruis, volledig openbaar gekomen. We hebben er al bij stil gestaan dat dit wil zeggen dat God volkomen rechtvaardig is door mij en jou te zien in Zijn geliefde Zoon. Dat ligt nu helemaal openbaar. Maar de wet en de profeten getuigden daar al van.

Is de wet dan niet een achterhaald gegeven? Hebben we nu niet de volle openbaring in het Nieuwe Testament? Inderdaad is Gods gerechtigheid nu volledig openbaar gekomen, maar de wet en de profeten getuigden daar al van. Over de Schriftgeleerden zei de Heer al dat zij meenden het eeuwige leven in de wet te bezitten. Hij weerlegt hun opvatting niet maar stelt hen juist volkomen in het gelijk.
Johannes 5: 39 Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het, welke van Mij getuigen,

De wet en de profeten zijn het die van de Zoon getuigen. Dat is wat Paulus hier op een iets andere manier opnieuw verklaart. Wil je een rechtmatig getuigenis bezitten, dan moeten er twee of drie getuigen zijn.
Deuteronomium 19: 15 op de verklaring van twee of drie getuigen zal een zaak vaststaan.
Paulus voert dan ook twee getuigen op uit het Oude Testament die duidelijk kunnen verklaren wat het is om vergeving te hebben ontvangen. Abraham en David.

Romeinen 4: 25 die [Christus] is overgeleverd om onze overtredingen en opgewekt om onze rechtvaardiging.
We zullen bij Abraham zien dat ook zijn geloof vaststaat op dit bovenstaand tweevoudig beginsel:
1/ Christus is overgeleverd om onze overtredingen en
2/ Hij is opgewekt om onze rechtvaardiging.

Romeinen 4: 17 – 20 gelijk geschreven staat: Tot een vader van vele volken heb Ik u gesteld. Voor het aangezicht van die God, in wie hij geloofde, die de doden levend maakt en het niet zijnde tot aanzijn roept. En hij heeft tegen hoop op hoop geloofd, dat hij een vader van vele volken zou worden, volgens hetgeen gezegd was: Zo zal uw nageslacht zijn. En zonder te verflauwen in het geloof heeft hij opgemerkt, dat zijn eigen lichaam verstorven was, daar hij ongeveer honderd jaar oud was, en dat Sara’s moederschoot was gestorven; maar aan de belofte Gods heeft hij niet getwijfeld door ongeloof,

Abraham geloofde dus, als het ware, dat Christus is opgewekt tot zijn rechtvaardiging. Hij geloofde dus wel degelijk dat het Gods genade was waardoor er sprake is van leven uit de dood. Hij geloofde in opstandingleven. Er staat dat hij geloofde dat God de doden levend maakt. Daarna herhaalt hij dat nog eens in andere bewoordingen door te verklaren dat hij gelooft dat God het niet zijnde (dood dus) tot aanzijn (leven dus) roept. Hij geloofde dat hij nageslacht (leven dus) zou krijgen hoewel zijn eigen lichaam gestorven (dood dus) was en de moederschoot van Sara gestorven (dood dus) was.
Christus is opgewekt tot onze rechtvaardiging.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende