U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Volmaakt Gelukkig

Romeinen 4: 7 Zalig [Gelukkig] zij, wier ongerechtigheden vergeven en wier zonden bedekt zijn.
Paulus citeert hier een Psalm van David. Het begint met een heerlijk woord dat in het hedendaags Nederlands helaas zijn werkelijke inhoud behoorlijk heeft verkoren. Een persoon, van wie de ongerechtigheden vergeven zijn is volmaakt gelukkig. Als de zonden van iemand bedekt zijn, dan is die persoon volmaakt gelukkig. Dat is de letterlijke betekenis van dat vreemde woordje ‘zalig’.

Romeinen 4: 8 Zalig [Gelukkig] de man, wiens zonde de Here geenszins zal toerekenen.
Dit is een kenmerkende uitspraak voor dit hoofdstuk in de brief van Paulus aan de Romeinen. De Heer rekent jou en mij de zonde absoluut niet toe. Dat het absoluut zeker is drukt dat woordje ‘geenszins’ uit. Paulus had ook kunnen volstaan met de mededeling dat de Heer ons de zonde niet toerekent, maar hij kiest voor deze stellige uitspraak dat de Heer ons de zonde geenszins zal toerekenen.

Het kenmerkende van dit citaat is dat we hier al de verrukkelijke smaak van genade proeven. Onze kant is de zonde en Gods kant is het geenszins toerekenen. Paulus verklaart dat ietsje verderop in dit hoofdstuk.
Romeinen 4: 16 Daarom is het alles uit geloof, opdat het zou zijn naar genade,
Al die gelukkige kenmerken van het blijde nieuws kunnen we nu al genieten door simpel ons vertrouwen te stellen op de Heer zelf. Het is alles uit geloof. In de tekst staat er dan echter geen punt, maar een komma. Er komt nog iets heerlijks achteraan: ‘opdat het zou zijn naar genade’.

De ongerechtigheden die vergeven zijn, het is in overeenstemming met genade. De zonden die bedekt zijn, het is in overeenstemming met genade. De zonde die de Heer geenszins zal toerekenen, het is in overeenstemming met genade. Dat jij en ik nu volmaakt gelukkig mogen zijn, dat is in overeenstemming met genade. Het is beslist niet omdat wij er iets aan verdiend hebben. Het is niet verdiend en toch gekregen. Het is genade.

Romeinen 4: 23 – 25 Echter niet om zijnentwil [Abraham] alleen werd geschreven: het werd hem toegerekend, maar ook om onzentwil, wie het zal worden toegerekend, ons, die ons geloof vestigen op Hem, die Jezus, onze Here, uit de doden opgewekt heeft, die is overgeleverd om onze overtredingen en opgewekt om onze rechtvaardiging.

Tot nu toe ging het in onze serie studies over het feit dat de Heer Jezus naar de aarde kwam om Gods plan uit te voeren door de dood in te gaan. Hij is vrijwillig de dood gestorven die jij en ik feitelijk verdiend hadden. Dat lezen we hierboven nog eens opnieuw als Paulus schrijft dat onze Heer is overgeleverd om onze overtredingen.

In deze bovenstaande verzen gaan we echter een hele stap verder. Nu zegt Paulus er namelijk achteraan dat onze Heer is opgewekt om onze rechtvaardiging. Jij en ik zijn rechtvaardigen geworden omdat onze Heer is opgewekt. Dat onze Heer is overgeleverd om onze overtredingen is niet het enige kenmerk van Gods genade. Dat onze ongerechtigheden vergeven zijn is niet het enige facet van Gods genade. Dat de Heer ons onze zonde geenszins zal toerekenen is niet het enige gelukkige feit van Gods onbegrensde genade. Nee, Hij is opgewekt om onze rechtvaardiging.

Wat blijft er over als God alleen maar alle puinhoop van mijn leven zou hebben weggedaan? Er zou dan in realiteit niets van leven in mij overgebleven zijn, want dat was het kenmerk van mijn eigen leven. Eigenlijk zou mijn leven dan gelijk ten einde zijn. Maar we mogen weten dat de Heer is opgewekt tot onze rechtvaardiging.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende