U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Ethiek In Mensenhanden

Genesis 3: 22 Yahweh Elohim zei: Zie, de mens is geworden als één van Ons door de kennis van goed en kwaad;

We zijn in de vorige studie al begonnen met een overzicht betreffende ‘goed en kwaad’.
1. God, de oorsprong van ethiek
2. God hanteert het
3. Kleine kinderen zijn vrij van ethiek
4. Met volwassenheid komt ethiek
5. Bij ouderdom vermindert ethiek
6. Waar God werkt wordt menselijke ethiek opzij gezet
7. Onjuiste ethiek

De eerste maal dat het goed en kwaad echt tegenover elkaar staan, is bij Jozef en zijn broers.
Het duidelijk ethische oordeel is:
Graan geven & overladen met gastvrijheid = goed
Zilveren beker stelen = kwaad
Genesis 44: 4 Waarom hebben jullie goed met kwaad vergolden? Waarom hebben jullie de zilveren beker gestolen?
Dezelfde tegenstelling, alleen omgekeerd, komen we bij Saul en David tegen.
1 Samuël 24: 17 Hij [Saul] zei tot David: Jij bent rechtvaardiger dan ik, want jij hebt mij goed gedaan, terwijl ik jou kwaad gedaan heb;
Hetzelfde tussen Nabal en David.
1 Samuël 25: 21 David nu had gezegd: Ik ben er geheel bedrogen mee uitgekomen, dat ik alles beschermd heb wat deze in de steppe had, zodat hij niets mist van al wat hij bezit; hij heeft mij kwaad voor goed vergolden.

In het leven kan het ook anders omkeren.
Job 30: 26 Ik verwachtte het goede, maar het kwade kwam;
Psalm 35: 12 Zij vergelden mij
kwaad voor goed;
Psalm 38: 20 Zij, die mij
kwaad voor goed vergelden,
Psalm 109: 5 Zij laden
kwaad op mij in plaats van goed.
Jeremia 18: 20 Zal
goed met kwaad vergolden worden?

Een volgend voorbeeld is hoe God Zelf het verkeerde gedrag van Jozef broers ten goed keert.
Genesis 50: 20 Jullie [Jozef broers] hebben wel kwaad tegen mij gedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht, om … een groot volk in het leven te behouden.

Nu krijgen we een voorbeeld uit de priesterdienst. Het ene dier kan heilig zijn, speciaal voor de offerdienst. Het andere dier is voor gewone consumptie (Dat noemen wij daarom nog niet slecht).
Dat heilige dier wordt hier goed genoemd. Het andere slecht. Het oordeel ligt geheel in handen van de priester
Leviticus 27: 10 Men zal het niet verwisselen noch verruilen, goed voor slecht of slecht voor goed.
Leviticus 27: 12 De priester zal het schatten naar dat het
goed of slecht is;

Ook als iemand zijn eigen bezit ten dienste wilde stellen aan God kwam de priester met zijn oordeel. Het goed of slecht betreft hier dus ook uitsluitend Gods eredienst.
Leviticus 27: 14 Wanneer iemand zijn huis heiligt als iets heiligs voor Yahweh, dan zal de priester het schatten, naar dat het goed of slecht is;

Het volgende voorbeeld komt ook uit de priesterdienst. Als iets of iemand met de ban was geslagen, was een dergelijk oordeel als in de vorige twee voorbeelden niet nodig.
Leviticus 27: 33 Men zal niet onderzoeken, of het goed of slecht is,

De twaalf verspieders moesten het land doortrekken om te ontdekken wat ze er goed en wat ze er slecht in aantroffen.
Numeri 13: 19 Of het land, waarin het woont, goed is of slecht,
Zij pasten hier hun eigen ethisch oordeel toe.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende