U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Galaten 2: 20 Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.

Redding is een fundamenteel onderdeel van de verkondiging van Gods blijde nieuws. Mensen vragen je: ‘Ben je gered?’ Het lijkt zo’n simpel woordje ‘redding’, maar wat wil het Bijbels gezien nou feitelijk zeggen?

Uit bovenstaande tekst blijkt dat mijn redding heel letterlijk inhoudt dat ik helemaal één gemaakt ben met Christus. Christus is gekruisigd tweeduizend jaar terug. Ik ben met Christus gekruisigd. Heel letterlijk genomen betekent dit dat ik dus niet meer leef. Als ik gekruisigd ben, dan ben ik dus volkomen dood. Dat is de logische consequentie van die kruisiging.

Mijn ervaring is echter dat ik wel degelijk nog leef. Paulus legt hier uit dat wat ik nu ervaar niet meer mijn ik is. Mijn ik is dood, maar Christus leeft in mij. Dat wat ik dus nu als leven in mij ervaar is dus letterlijk de opgestane Christus. Dit is wat redding wezenlijk inhoudt.

Veel mensen doen hun uiterste best hun oude ik in de dood te houden. Zij gaan er dus vanuit dat die oude ik nog steeds leeft. Letterlijk genomen is dit een complete ontkenning van bovenstaande Bijbeltekst en dus ook een ontkenning van hun redding. Vaak zegt men dat men het ervoor houdt alsof het oude ik dood is. Daarmee denkt men Paulus in Romeinen 6: 11 na te spreken. Paulus spreekt daar echter niet over een fantasiespelletje, alsof we maar moeten doen alsof onze oude ik dood is terwijl wij wel beter weten. Nee, Paulus roept ons daar op om er nu ook rekening mee te houden dat we dood zijn omdat we dat nu juist weten.

Hebben we kennis over onze redding? Dan weten we dat we één gemaakt zijn met Christus in Zijn dood. We zijn dus gestorven. Dan weten we dat we één gemaakt zijn met Christus in Zijn opstanding. Hij leeft nu in mij.

Gered zijn is dus niet de keuze die we dagelijks kunnen maken om Christus wel of niet als ons leven te beschouwen. Hij is ons leven per definitie evenals dat ons oude leven definitief dood is. We zijn namelijk gered.

Colosse 2: 12 daar jij met Hem begraven bent in de doop. In Hem ben jij ook medeopgewekt door het geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt.
Ben jij gered? Dan ben jij dus met Christus begraven in de doop. Hier ontstaat vaak een gigantische Babylonische spraakverwarring. Men ziet het woordje doop en denkt dan aan water. Als er dan over water gesproken wordt moet je dus aan een symbolische begrafenis denken. Als er dus sprake is van een symbolische begrafenis, dan moet de opstanding dus ook symbolisch zijn. Zo maakt men de concrete uitspraken van Paulus over ons één zijn met de opgestane Heer van nul en generlei waarde. Is het dan ook niet vanzelfsprekend dat het praktische leven dat daaruit voortkomt nul en generlei kracht bezit. Een symbolische Christus die symbolisch ons leven is werkt toch ook niks uit.

Lukas 12: 50 Ik moet gedoopt worden met een doop, en hoe beklemt het Mij, totdat het volbracht is.
Christus is ons leven. Hij heeft Zich één gemaakt in de doop op het kruis tot en met dat Hij het uitriep: ‘Het is volbracht’. Jij en ik zijn daarmee één gemaakt en ons oude ik is in dat graf achter gebleven. Christus is opgestaan en Hij is opgestaan in jouw en mijn leven. Hij leeft en is jouw leven. Daar is niets symbolisch aan. Laat je niet voor de gek houden door met Bijbelteksten slingerende grappenmakers. Christus is jouw leven. Punt uit. Dat is je redding. Dat is je kracht. Hij is ons enige houvast.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende