U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

De Reden Van Paulus Gebed

In deze serie studies denken we na over Paulus tweede gebed in de brief aan Efeze. Dit gebed heeft het specifieke onderwerp: ‘Het Lichaam Van Christus’. We vinden dit gebed in Efeze 3: 14 – 21.

In de eerste twee hoofdstukken van de brief aan Efeze heeft Paulus uitgelegd welke grandioze positie we in Christus Jezus uit genade hebben ontvangen. Daarna toont Paulus in de eerste dertien verzen van Efeze 3 aan dat hij specifiek die bediening van genade van de Heer heeft ontvangen.

Voordat Paulus nu begint aan de praktische verwerkelijking van die hoge positie in Christus Jezus valt hij hier in deze verzen 14 tot en met 21 van Efeze 3 ten behoeve van ons op de knieën. Paulus laat hiermee al direct zien dat enige praktische verwerkelijking totaal onmogelijk is zonder die afhankelijke houding aan God. Het is uitgesloten dat wijzelf in eigen kracht die hoge positie kunnen verwerkelijken. Het is de Heer zelf die dit waar maakt. Wij zijn afhankelijk van Gods genade en dat tekent Paulus hier door zelf voor die opgestane Heer op zijn knieën te vallen.

In deze gebedsverzen van Paulus vinden we terug hoe de genade Gods zelf voor ons strijdt.
Efeze 3: 14 Om die reden buig ik mijn knieën voor de Vader,

Paulus buigt hier zijn knieën. Hij begint met direct erbij te vermelden dat het ‘om die reden’ is. Dit is precies dezelfde start als wat je ook al in het eerste vers van dit hoofdstuk tegenkomt.
Efeze 3: 1 Daarom is het, dat ik, Paulus, die ter wille van Christus Jezus voor u, heidenen, in gevangenschap ben;

De dienst van Paulus wordt in de eerste dertien verzen van Efeze 3 behandeld. Evenals het gebed in vers 14 heeft die dienst van Paulus een grond. Dat is de reden waarom Paulus in vers 14 begint met ‘om die reden’ en in vers 1 met ‘daarom’. Je kan bij vers 1 vragen: Waarom is die dienst van Paulus? Je kan bij vers 14 vragen: Waarom buigt Paulus zijn knieën? Het antwoord op beide vragen is die nieuwe mens, het Lichaam van Christus, dat in hoofdstuk 2 wordt voorgesteld.

De grond voor Paulus dienst en de grond voor Paulus gebed is die nieuwe mens waarin geen Jood en geen Griek gevonden wordt omdat wij allen één zijn in Christus. Gezamenlijk zijn wij in die nieuwe mens heel dichtbij Vader gekomen. We zijn namelijk in Christus geplaatst, die aan het hart van Vader is.

De twee, Jood en Griek, zijn tot één nieuwe mens geschapen en zo met God verzoend.
Efeze 2: 15 – 16 de twee tot één nieuwe mens te scheppen, en de twee, tot één lichaam verbonden, weder met God te verzoenen.
We zijn beide in Christus aan het hart van Vader gebracht.
Efeze 2: 18 door Hem hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader.

Eigenlijk is die nieuwe mens, die zo dicht aan het hart van Vader is gebracht, het onderwerp van de hele brief. Het is dan ook de grondslag van Paulus huidige dienst. Vandaar dat hij in Efeze 3: 1 begint met ‘daarom’. Het is tevens de grondslag van Paulus gebed waar we in deze serie bij stil willen staan. Vandaar dat hij in Efeze 3: 14 begint met ‘om die reden’.

We zijn aan het hart van Vader gebracht. De positie van het Lichaam van Christus, die nieuwe mens, is zo dicht tot Vader genaderd, dat kan nooit geëvenaard, laat staan verbeterd worden.
Paulus begint deze brief met de genade en de vrede van Vader.
Efeze 1: 2 genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus.
Als Paulus in het volgende vers alle geestelijke zegen vermeldt, dan noemt hij Vader als bron.
Efeze 1: 3 Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus.
Samen zijn we nu in één Geest aan het hart van Vader gebracht. Dat is de geweldige positie van die nieuwe mens.

Die geweldige positie in Christus aan het hart van Vader moet dus eerst goed bij ons doordringen. Hebben we dat? Dan begrijpen we waar Paulus op doelt als hij in Efeze 3: 14 begint met dat hij ‘om die reden’ zijn knieën buigt. Paulus boog zijn knieën voor Vader omdat hij zag welk een hoge positie wij innemen en hij er tevens over doordacht hoe wij die hoge positie zouden moeten verwerkelijken.

Wij hebben in genade die positie ontvangen. God wenste dat we ook door diezelfde genade die positie uitwerken in ons leven. Helaas zien wij voor die praktische verwerkelijking nogal eens die hele genade over het hoofd. We vergeten dat wijzelf die christelijke praktijk helemaal niet waar kunnen maken en spannen ons dan weer in om zo goed mogelijk voor God te leven.
Om die reden’ oftewel ‘daarom’ zit tussen die hoge positie en onze praktijk dit gebed van Paulus in Efeze 3: 14 – 21.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende