U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

De Adressering 6

We hebben nu twee brieven van de stapel gepakt en gelezen. Meneer Jood en Meneer Heiden nummer 1 horen beiden thuis onder het Oude Verbond. Meneer Heiden is als proseliet een bijwoner onder het uitverkoren volk. Met een beetje inzicht hebben we wel door dat wij tot geen van beiden behoren.

Helaas wordt dat bij de volgende twee brieven die we van de stapel pakken voor velen al een stuk ingewikkelder. Toch gaan we ook deze twee brieven lezen met de vraag in het achterhoofd: ‘Worden wij hier aangesproken of zijn deze brieven aan een ander geadresseerd?’

Net als dat de vorige twee brieven een relatie met elkaar hebben omdat ze beiden thuishoren onder het Oude Verbond, zo vormen de volgende twee ook een relatie. Zij horen namelijk thuis onder het Nieuwe Verbond.

Om hen beiden een naam te geven noem ik de ene groep geadresseerden Meneer Messiaanse Jood en de andere Meneer Messiaanse Heiden. We komen hen beiden tegen in de periode die bekend staat als de Handelingentijd. Dit is een overgangsperiode vanaf de kruisiging tot op Paulus gevangenzetting in Rome. Dat is een tijdvak van ongeveer 33 jaar.

Handelingen 21: 20 hoeveel duizenden er onder de Joden gelovig zijn geworden
Handelingen 21: 25 inzake
de heidenen, die tot het geloof gekomen zijn,

Wat hun positie in Christus betreft zijn zij één.
Galaten 3: 28 Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: jullie allen zijn immers één in Christus Jezus.
Toch bleef een jood een jood en een heiden bleef heiden.
Romeinen 2: 9 – 10 Verdrukking en benauwdheid zal komen over ieder levend mens, die het kwade bewerkt, eerst de Jood en ook de Griek; maar heerlijkheid, eer en vrede over ieder, die het goede werkt, eerst de Jood en ook de Griek.

Hier Volgt De Derde Brief

Natuurlijk willen we opnieuw ontdekken of alles wat aan Meneer Messiaanse Jood geschreven is zomaar voor ons bestemd is, of dat we een brief lezen die duidelijk aan een ander geadresseerd is. Daarom sommen we weer net als uit de voorgaande brieven een lijst met typische kenmerken op die we in deze brief tegenkomen.

1/ Jij bent een geboren Jood die leefde in de Handelingenperiode toen er twee gezelschappen gelovigen waren. Jij gelooft in de Heer Jezus Christus als je Heer en Messias.
2/ Jij bent gerechtvaardigd uit het geloof van Christus Jezus.
Handelingen 13: 39 ook van alles, waarvan jullie niet gerechtvaardigd konden worden door de wet van Mozes, wordt ieder, die gelooft, gerechtvaardigd door Hem.
Romeinen 3: 28 Want wij zijn van oordeel, dat de mens
door geloof gerechtvaardigd wordt, zonder werken der wet.
Romeinen 5: 1 Wij dan,
gerechtvaardigd uit het geloof,
Galaten 2: 16 wetende, dat de mens niet
gerechtvaardigd wordt uit werken der wet, maar door het geloof van Christus Jezus, zijn ook zelf tot het geloof in Christus Jezus gekomen, om gerechtvaardigd te worden uit het geloof van Christus en niet uit werken der wet. Want uit werken der wet zal geen vlees gerechtvaardigd worden.
3/ Je brengt niet langer dierenoffers om je zonden weg te nemen.
Hebreeën 10: 4 want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren of bokken zonden zou wegnemen.
Je vertrouwt daarvoor nu volkomen op het offer van het lichaam van Jezus Christus.
Hebreeën 10: 10 Krachtens die wil zijn wij eens voor altijd geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus.
4/ De wet is voor jou niet buiten werking gesteld. Jouw leven is juist een bevestiging van de wet. Dit komt omdat voor jou het nieuwe leven betekend dat de wet in je hart is geschreven. Hierdoor vervult de Heilige Geest in jou de eis van de wet.
Romeinen 3: 31 Stellen wij dan door het geloof de wet buiten werking? Volstrekt niet; veeleer bevestigen wij de wet.
Jeremia 31: 33 Maar dit is het verbond, dat Ik met het huis van Israel sluiten zal na deze dagen, luidt het woord van Yahweh: Ik zal
mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.
Romeinen 8: 3 – 4 God heeft, door zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees, opdat
de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest.

Hier onderbreek ik even de lange lijst van kenmerken die uit deze brief aan Meneer Messiaanse Jood naar voren komt. De vraag die we telkens opnieuw stellen is: Worden jij en ik die thuishoren in de huishouding van het geheimenis hier aangesproken?
Het is met name door punt twee dat je makkelijk in de war wordt gebracht. Wij zijn toch ook gerechtvaardigd? Inderdaad.
Titus 3: 7 opdat wij, gerechtvaardigd door zijn genade, erfgenamen zouden worden overeenkomstig de hope des eeuwigen levens.
Er zijn ook belangrijke beginselen die dwars door alle huishoudingen van God heenlopen, zoals genade, rechtvaardiging en geloof. Als iemand onder het Nieuwe Verbond de wet vervult kan dat ook niet anders dan vanuit de genade van God. Wij zijn nu echter de verschillen aan het onderzoeken.
Filippi 1: 10 Opdat jij beproeft de dingen, die daarvan verschillen,
2 Timotheus 2: 15 een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.
Zo werkt genade bij ons in de huishouding van het geheimenis niet uit dat wij de wet vervullen. Die is ook niet in ons hart geschreven. Onder het Nieuwe Verbond is hij niet buiten werking gesteld. Onder het geheimenis nu juist wel degelijk.
Efeze 2: 15 doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot een nieuwe mens te scheppen,
Genade openbaart in ons de Persoon van Christus Jezus.
Telkens stellen we dus de vraag: Aan wie is de brief geadresseerd? Met die blik in de ogen vervolgen we in het volgend artikel ook de opsomming uit deze brief.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende