U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

De Adressering 5

De eerste brief van de stapel hebben we doorgenomen en ik neem aan dat je wel met mij tot de conclusie gekomen zult zijn dat wij, als behorend bij de huishouding van het geheimenis, niet worden aangesproken in deze brief. We pakken nu de volgende brief van de stapel.

De Tweede Brief Is Geadresseerd Aan:

Het adres is Meneer Heiden. Het gaat hier om een brief die bestemt is voor heidenen, zoals die geleefd hebben vanaf de tijd van Abraham en die zich tot Yahweh, de God van Israël, gewend hebben. Meneer Heiden is dus een geboren heiden, oftewel iemand uit de volkeren.

Wat wij nu willen ontdekken als we die brief lezen of we nu zomaar alles wat aan deze heiden is geschreven op ons kunnen toepassen. Opnieuw is dus de vraag: ‘Word jij hier aangesproken?’ Daarvoor sommen we weer een aardige lijst typische kenmerken op.

1/ Jij bent van geboorte niet onder de wet.
Romeinen 2: 14 Wanneer toch heidenen, die de wet niet hebben, van nature doen wat de wet gebiedt, dan zijn dezen, ofschoon zonder wet, zichzelf tot wet;
2/ Jij hoort niet tot het uitverkoren volk Israël.
3/ Jij hebt geen land tot jouw erfdeel van Yahweh ontvangen.
Exodus 6: 6 – 8 Zeg daarom tot de Israëlieten:…… En Ik zal u brengen naar het land, waarvan Ik gezworen heb het aan Abraham, Izaäk en Jakob te zullen geven, en Ik zal het u geven tot een bezitting, Ik Yahweh.
4/ Jij bent en blijft een vreemdeling in het land Israël.
Efeze 2: 12 dat gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht Israëls
5/ Je bent en blijft een vreemde voor de verbonden van de belofte.
Efeze 2: 12 en vreemd aan de verbonden der belofte,
6/ Je bent en blijft een vreemdeling in de steden van Israël.
Exodus 20: 10 noch de vreemdeling die in uw steden woont.
7/ Van geboorte ben je zonder hoop en zonder God.
Efeze 2: 12 zonder hoop en zonder God in de wereld.
8/ Jij mag niet eten van het Passcha.
Exodus 12: 43 Yahweh zei tot Mozes en Aaron: Dit is de inzetting van het Pascha: geen enkele vreemdeling mag ervan eten.
9/ Dit verbod vervalt alleen als ingezetene van Israël door je te laten besnijden.
Exodus 12: 48 Maar wanneer een vreemdeling bij u vertoeft en Yahweh het Pascha wil vieren, dan zal ieder van het mannelijk geslacht, die bij hem behoort, besneden worden; eerst dan mag hij naderen om het te vieren; hij zal gelden als in het land geboren. Maar geen enkele onbesnedene mag ervan eten.
10/ Dan moet je ook je zonen laten besnijden.
11/ Je bent dan een proseliet (een heiden die toetreedt tot de Joodse godsdienst).
12/ Dan ben jij ook onder de wet.
Exodus 12: 49 Eenzelfde wet zal gelden voor de geboren Israëliet en voor de vreemdeling, die in uw midden vertoeft.
13/ Dan neem jij dus deel aan de zegeningen van het land via Israël.
14/ Dan heb jij ook deel aan de verzoening via de priesters en de offers.
Leviticus 16: 29 -30 Dit zal je tot een altoosdurende inzetting zijn: in de zevende maand op de tiende der maand zal jij je verootmoedigen en generlei werk doen, zomin de geboren Israëliet als de vreemdeling, die in uw midden vertoeft. Want op deze dag zal over jou verzoening gedaan worden, om je te reinigen; van al je zonden zal jij gereinigd worden voor het aangezicht van Yahweh.
15/ Jij hebt ook deel aan de opbrengst van het land.
Leviticus 23: 22 Wanneer jij de oogst van jouw land binnenhaalt, dan zal jij de rand van je veld bij je oogst niet geheel afmaaien, en wat van je oogst is blijven liggen, zal jij niet oplezen; dat zal jij voor de arme en de vreemdeling laten liggen: Ik ben Yahweh, je Elohim.
16/ Jij houdt de Sabbatten in ere.
Leviticus 25: 6 De sabbatopbrengst van het land zal u tot voedsel zijn: u en uw slaaf en uw slavin, uw dagloner en uw bijwoner, die bij u vertoeven.
17/ Ook breng jij letterlijke dierenoffers.
Leviticus 17: 8 En jij zult tot hen zeggen: Ieder van het huis Israëls of van de vreemdelingen, die in je midden vertoeven, die een brandoffer of slachtoffer offert,

Ook hier moeten we ons eerlijk afvragen of wij die heiden zijn, die in deze brief aangesproken wordt. Is dit de gelovige die volkomen één is gemaakt met de opgestane Christus, zoals Paulus die beschrijft in zijn geheimenisbrieven? Velen zullen wellicht een heel stuk meer moeite hebben om het onderscheid te zien in deze opsomming als in die van de vorige brief. Toch is dit essentieel om het Woord van de waarheid recht te kunnen snijden.

Zien wij de verschillen niet, dan zal het ons ook moeilijk vallen om de hoge positie die wij nu in Christus mogen innemen als een werkelijkheid te zien. Onderzoek deze dingen.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende