U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

De Adressering 4

Envelop Aan Meneer Jood

We zijn in het vorige artikel begonnen de wandel van Meneer Jood door te lichten. We doen dit om zicht te krijgen op het recht snijden van het Woord van de waarheid (2 Timotheus 2: 15).

We hebben nog een hele stapel brieven te gaan. Toch doen we het heel rustig aan om door te krijgen waar de grote verwarring in het lezen van de Bijbel veelal uit voortkomt. Daarom gaan we nu ook in alle kalmte verder. Nu nog even opsommen wat we terugvonden over de wandel in deze brief:

Jij houdt de Sabbatten. Je brengt alle offers die Yahweh heeft voorgeschreven. Je houdt alle geboden en inzettingen van Yahweh. Je viert alle feesten van Yahweh. Jij geeft je tienden. Je aanbidt Yahweh uitsluitend op die geografische plek die Yahweh heeft uitgekozen. Je hebt priesters nodig om verzoening voor jou te doen. Je laat je zonen besnijden. Je eet niet al het vlees en draagt ook niet elk soort kleding.

Misschien zijn er zaken waar je over twijfelt omdat je in de gemeente of kerk waar je inzit wel eens gehoord hebt dat je inderdaad zo’n soort verplichting hebt. Toch zal je waarschijnlijk over de hele linie wel erkennen dat dit heel ver van jouw bed staat. Mijn poging is om daarvoor de ogen geopend te krijgen. God heeft meerdere huishoudingen om Zijn plan te volvoeren. Daarom gaan we ook gewoon verder met nog een opsomming van de wandel van Meneer Jood.

1/ Als landbouwer zaai je niet twee soorten zaad.
Deuteronomium 22: 9 Jij zal je wijngaard niet met tweeërlei zaad bezaaien, opdat niet de gehele oogst van het zaad dat jij gezaaid hebt, en de opbrengst van de wijngaard aan het heiligdom vervalt.
2/ Jij wordt niet tot de Natiën gerekend.
Numeri 23: 9 Zie, een volk, dat alleen woont en onder de natiën zich niet rekent.
Dit houdt in dat jij anders schrijft, anders spreekt en er anders uitziet.
3/ Als God jou zegent, dan doet Hij dat in directe zin. Als Hij je straft doet Hij dat via de andere volkeren. Als Hij daarentegen de volkeren straft doet Hij dat in directe zin. Als Hij hen zegent doet Hij dat via jou.
Genesis 12: 2 – 3 Ik zal jou tot een groot volk maken, en je zegenen, en je naam groot maken, en jij zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie jou zegenen, en wie jou vervloekt zal Ik vervloeken, en met jou zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.
4/ Jouw voorrecht boven de anderen is dat aan jou de woorden van God zijn toevertrouwd.
Romeinen 3: 1 – 2 Wat is dan het voorrecht van de Jood, of wat is het nut van de besnijdenis? Velerlei in elk opzicht. In de eerste plaats toch dit, dat hun de woorden Gods zijn toevertrouwd.
5/ Jij bezit nationale voorrechten.
De vijgenboom in Jeremia 24 en Mattheus 21: 19 – 21.
6/ Jij bezit godsdienstige voorrechten.
De olijfboom in Romeinen 11: 16 – 24.
7/ Jij bezit geestelijke en tijdelijke zegeningen.
De wijnstok.
Psalm 80: 8 U [Yahweh] heeft een wijnstok uit Egypte uitgegraven, U [Yahweh] heeft volken verdreven en hem geplant.
Jeremia 6: 9 Zo zegt Yahweh Zebaoth: Lees, lees het overblijfsel van Israel als een wijnstok na; keer uw hand als een wijngaardenier tot de ranken!

Maar:
8/ Toch ben jij het verloren schaap.
Mattheus 10: 6 begeeft u liever tot de verloren schapen van het huis Israëls.
9/ Toch ben jij afgedwaald.
Jesaja 53: 6 Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden ons ieder naar zijn eigen weg,
10/ Toch ben jij de vijgenboom die geen vruchten draagt.
Mattheus 21: 19 En daar Hij een vijgenboom aan de weg zag staan, ging Hij erheen, doch Hij vond niets daaraan, dan alleen bladeren.
11/ Toch ben jij de wijnstok die geen goede druiven voortbrengt.
Jesaja 5: 2 Hij [de Wijngaardenier Yahweh] verwachtte, dat de wijngaard goede druiven zou voortbrengen, maar hij bracht wilde druiven voort.
12/ Toch ben jij de jongste zoon die naar een ver land vertrok.
Lukas 15: 12 De jongste van hen zei tot zijn vader: Vader, geef mij het deel van ons vermogen, dat mij toekomt.
13/ Toch ben jij de overspelige vrouw.
Jeremia 3: 8 Maar Ik zag, toen Ik Afkerigheid, Israel, vanwege haar echtbreuk, verstoten en haar de scheidbrief gegeven had, dat haar zuster, Trouweloze, Juda, zich niet liet afschrikken, maar heenging en eveneens ontucht pleegde;

Jij bent Israël met de vaste belofte:
Genesis 12: 2 – 3 Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, …… en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.

Nogmaals de beslissende vraag: Word jij, die tot de huishouding van het geheimenis (Efeze 3: 9) behoort, in deze brief aangesproken?

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende