U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Recht Snijden 2

2 Timotheus 2: 15 Maak er ernst mede je wel beproefd ten dienste van God te stellen, als een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.

In het vorige artikel zagen we hoe dit recht snijden van het Woord der waarheid betrekking heeft op de diverse huishoudingen van God die in de Bijbel allemaal stuk voor stuk aangesproken worden. Gooien we dit allemaal op één hoop dan zorgen we voor een gigantische verwarring.

Efeze 3: 2 Gij hebt immers gehoord van de huishouding van Gods genade mij met het oog op u gegeven:
De huishouding waar wij deel van uitmaken wordt de huishouding van Gods genade genoemd in Efeze. Dat houdt in dat de huishouding waar wij toe behoren één heel specifiek kenmerk draagt, namelijk: Gods genade.
Dit kan mensen opnieuw behoorlijk in verwarring brengen. Sommigen geloven helaas ook inderdaad dat God nu pas in genade handelt en dat er in de andere huishoudingen dus niet sprake was en zal zijn van genade. Uit de serie ‘Enkel Genade’, die nog niet in de verste verte is uitgeput, blijkt wel dat dit niet het geval is.

Onder de huishouding van de wet was het beslist niet zo dat het van God uit bezien de eis was om nu maar in eigen kracht God te dienen. Dat zou een slechte pedagoog (Galaten 3: 24 & 25) tot op Christus zijn. Er zou dan geen sprake zijn van de heerlijkheid van de wet (2 Corinthe 3: 7 – 9). De wet leidde telkens opnieuw terug tot het dienen van de enig ware God, Yahweh. Een dienst die uitsluitend door genade volvoert kon worden. De wet zal ook in de huishouding van het Nieuwe Verbond opnieuw bij het volk Israël in hun binnenste gelegd worden (Jeremia 31: 33). Ook dan zal het genade zijn die dit volk leidt.

Ook in tijd van de Handelingen en de vroege brieven was genade werkzaam. Toch was ook dat onder een andere huishouding van God. Het was de genade die de verschillende gaven van profetie, tongen en genezingen bewerkte.

De huishouding van God waarin wij leven is echter totaal doordrenkt van genade en genade alleen. Er zijn geen wetten of genadegaven die ons hierin opvoeden, zoals in de andere huishoudingen. Nu is het uitsluitend genade die ons opvoedt (Titus 2: 11).

Ik gaf in het vorig artikel aan dat ook de hoop, oftewel het uitzicht, van de verschillende huishoudingen van God verschillend is.
De hoop van Israël ligt in de Persoonlijke aanwezigheid op aarde van de komende Messias. Deze hoop is sterk verbonden aan de troon van David.
De hoop van Abraham, samen met al diegenen die in Hebreeën 11 en Openbaring vermeld worden vanwege hun geloofsvertrouwen, is gericht op de stad, die fundamenten heeft, het Nieuwe Jeruzalem (Hebreeën 11: 13-16).
De hoop van de Gemeente, het Lichaam van Christus waar wij toe behoren, is gericht op de openbaring van Christus.
Colosse 3: 4 Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.

Voor velen is het onderscheid tussen het Nieuwe Verbond en de Gemeente, het Lichaam van Christus, wellicht het lastigste. Dit valt pas echt op zijn plek als we zicht krijgen op de uitleg van Paulus in Efeze en Colosse over het feit dat het Lichaam van Christus volledig verborgen was in God tot op het moment dat het in de gevangenis aan Paulus geopenbaard werd.
Helaas gaan we pas dan de werkelijkheid erkennen dat het Nieuwe Verbond uitsluitend met het volk Israël gesloten wordt. Iets wat al veel eerder puur letterlijk te lezen valt.
Jeremia 31: 31 – 34 Zie, de dagen komen, luidt het woord van Yahweh, dat Ik met het huis van Israel en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal. Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik heer over hen ben, luidt het woord van Yahweh. Maar dit is het verbond, dat Ik met het huis van Israel sluiten zal na deze dagen, luidt het woord van Yahweh: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent Yahweh: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord van Yahweh, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken.

In het plan van God handelt Hij niet slechts met ons, het Lichaam van Christus. God gebruikt alle huishoudingen om tot Zijn doel te komen met ieder.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende