U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Vergeving van zonden

Mattheus 16: 19 Ik zal jou de sleutels geven van het Koninkrijk van de hemelen, en wat je op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen, en wat je op aarde ontbinden zult, zal ontbonden zijn in de hemelen.

Mattheus 18: 18 Voorwaar, Ik zeg jullie,
al wat jullie op aarde binden, zal gebonden zijn in de hemel, en al wat jullie op aarde ontbinden, zal ontbonden zijn in de hemel.

We zijn al weer aanbeland bij het afsluitend artikel over Binden & Ontbinden.

We hebben de tijdsvorm van deze beide Bijbelgedeelten bekeken en ontdekt dat er geen enkele autoriteit of gezag te bouwen valt op deze uitspraken. Dit in tegenstelling tot de manier waarop ons geleerd is om tegen deze gedeelten aan te kijken. De Katholieke kerk bouwt er een hele opeenvolging van gezagsdragers binnen hun kerk op. De Gesloten Vergadering bouwt het gezag van haar eigen uitspraken hierop. Een simpele weergave van de grondtekst zet door beide misvattingen een grote streep.

Ook hebben we reeds gezien dat de gemeente, waar hier sprake van is, in geen enkele relatie staat met het Lichaam van Christus waar gelovigen tegenwoordig deel van uitmaken. Het heeft alles te maken met het Nieuwe Verbond dat primair met Israël gesloten wordt.

Tijdens zijn rondwandeling hier op aarde gaf de Heer de dienaren van het Nieuwe Verbond in deze beide gedeelten deze opdracht om wat in de hemel reeds beslist was en feitelijk al voltrokken dit ook hier op aarde te bevestigen.

Nadat de Heer de dood had overwonnen en toen Hij weer verscheen aan zijn volgelingen bevestigde Hij deze opdracht nog eens en daarbij gebruikte Hij andere bewoordingen.
Johannes 20: 23 Wie jullie hun zonden kwijtschelden, die zijn ze kwijtgescholden; wie jullie ze toerekenen, die zijn ze toegerekend.
Of zoals we het in de grondtekst gelezen hebben:
Bij wie jullie de zonden mogen gaan loslaten, zij zijn reeds losgelaten geworden, bij wie jullie de zonden mogen gaan vastzetten, ze zijn reeds vastgezet geworden.

Aan de dienaren van het Nieuwe Verbond werd dus een opdracht gegeven om iets te doen waardoor iedereen zal weten dat de zonden reeds bij de Heer weggedaan zijn. Het heeft alles te maken met die sleutels die het gebouw van het Koninkrijk van de hemelen openen of sluiten.

Waar het Petrus primair betrof opende hij de deur naar het Koninkrijk op de pinksterdag voor de Joden. Later in Handelingen 10 opent hij de deur verder voor de heidenen. De Heer had in de hemel die weg geopend zoals bleek.
Handelingen 10: 44-45 Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het woord hoorden. En al de gelovigen uit de besnijdenis, die met Petrus waren meegekomen, stonden verbaasd, dat de gave van de Heilige Geest ook over de heidenen was uitgestort,

De weg die de Heer geopend had mocht Petrus, zoals zijn opdracht ook was, bevestigen. Dat deed hij dan ook direct.
Handelingen 10: 47-48 Zou iemand het water kunnen weren, om dezen te dopen, die evenals wij de Heilige Geest hebben ontvangen? En hij beval hen te dopen in de naam van Jezus Christus.

De doop was een uiterlijke handeling. Een uiterlijke handeling redt of behoudt niemand, ook niet onder het Nieuwe Verbond. Het was wel een bevestiging van die redding die al de dienaren van het Nieuwe Verbond mochten uitvoeren om dat wat in de hemel gebonden was, ook hier op aarde voor het oog van een ieder te binden.

Dat verklaart lastige Bijbelteksten die tot vreemde conclusies kunnen leiden.
Markus 16: 16 Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden,
Handelingen 2: 38 Bekeert u en een ieder van u
late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden,
Handelingen 22: 16 Sta op,
laat u dopen en uw zonden afwassen, onder aanroeping van zijn naam.

Deze uiterlijke handeling van wassingen was een vertrouwd gegeven bij het volk Israël, zoals het thuis hoorde in het rijtje van ‘berouw’, ‘bekering’ en ‘dopen’. Het waren al vertrouwde zaken onder het Oude Verbond. Nu is er in de naam van Christus Jezus een nieuwe, duidelijke invulling aan geschonken.

Wat in de hemel reeds een feit was (de redding) werd door de dienaren van het Nieuwe Verbond in de Handelingentijd op aarde bevestigd. Vandaar dat men zich liet dopen tot vergeving van zonden, dat men zich liet dopen en de zonden afwassen. Dit is geheel naar de opdracht: ‘wat jullie binden zullen op aarde moet datgene zijn wat reeds in de hemelen gebonden is. Wat jullie ontbinden zullen op aarde moet datgene zijn wat reeds ontbonden is in de hemelen.’

Binden & ontbinden. Geen autoriteit of gezag dus, maar een heerlijke bevestiging van Gods reddingswerk hier op aarde tijdens de bediening van het Nieuwe Verbond.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina